Als er niet genoeg racisme in de wereld is, moet je er maar wat verzinnen.
Zo heeft de Southern Poverty Law Center zichzelf in een bijzonder ongemakkelijke positie gemanoeuvreerd. Voor wie niet dagelijks Amerikaanse ngo’s volgt, het SPLC is een invloedrijke organisatie die extreemrechtse en haatgroepen monitort en aanklaagt.
Volgens het Department of Justice zou diezelfde organisatie echter jarenlang miljoenen dollars hebben betaald aan… leiders van die haatgroepen. Denk aan figuren uit de Ku Klux Klan en neonazi-netwerken. Officieel ging het om “informanten” die informatie moesten doorspelen, maar critici vergelijken het met een brandstichter betalen om je brandveiligheidsrapport te schrijven.
Concreet gaat het volgens de aanklacht om meer dan drie miljoen dollar tussen 2014 en 2023, verdeeld over minstens acht figuren binnen extremistische organisaties. Sommige bedragen zijn allesbehalve symbolisch, één informant uit een neonazigroep zou ongeveer een miljoen dollar gekregen hebben, terwijl anderen honderdduizenden dollars ontvingen.
In ruil zouden ze interne informatie leveren, documenten doorspelen en zelfs actief deelnemen aan chats en evenementen zoals de beruchte rally in Charlottesville in 2017. Dat soort bijeenkomsten zijn geen folklore, maar momenten waar extreemrechtse groepen openlijk samenkomen, wat de gevoeligheid rond deze zaak alleen maar groter maakt.
Het SPLC zelf ontkent dat er sprake is van fraude en stelt dat het hier gaat om een klassieke techniek om gevaarlijke groepen te infiltreren.
Dat klopt deels, overheden gebruiken informanten al decennia. Alleen is er één klein detail dat volgens aanklagers wringt. Het gaat hier niet om de overheid, maar om een ngo die donaties ontvangt om net die groepen te bestrijden.
En die donaties zouden dus deels naar diezelfde groepen zijn gevloeid. De Amerikaanse justitie beschuldigt de organisatie daarom van fraude en witwaspraktijken, terwijl het SPLC spreekt van politieke motieven achter de zaak.
Kortom, in de VS is zelfs het bestrijden van extremisme soms zo complex dat je er bijna een boekhouder en een brandblusser tegelijk voor nodig hebt.