Het begint stilaan op een slechte gewoonte te lijken. Nog maar net bekomen van een tik van Fitch en Moody’s, en daar komt ook Standard & Poor's nog eens langs met de hamer. Resultaat: de kredietrating van België gaat opnieuw een trapje lager.
En dat signaal komt niet van een of andere oppositiepartij, maar van de financiële markten zelf. Dat zijn geen mensen die je kan wegzetten als “zure commentatoren”. Dat zijn de types die bepalen hoeveel het kost om geld te lenen. En die beginnen stilaan te denken: tiens, België… hoe zit dat daar eigenlijk?
Volgens Standard & Poor's zit België opnieuw in een rol die we eigenlijk liever vergeten: die van budgettaire zorgenkind. Een beetje de “zieke man van Europa”, maar dan in een modern jasje.
Het probleem? We geven veel uit. Heel veel. Meer dan 54 procent van alles wat we als land verdienen, gaat naar overheidsuitgaven. Dat is geen detail, dat is een levensstijl. En die levensstijl botst nu tegen haar limieten.
De combinatie van vergrijzing, stijgende rentelasten en extra kosten voor defensie maakt het verhaal nog pijnlijker. Terwijl de inkomsten niet in hetzelfde tempo volgen, blijft het gat in de begroting gewoon groeien. Tegen 2025 zou dat tekort oplopen tot meer dan 5 procent van het bbp. Dat is geen “we zien wel”-zone meer, dat is “dit begint serieus te wegen”.
De rekening komt… met rente
En hier wordt het echt interessant. Want een slechtere rating is niet gewoon een stempel op papier. Het betekent concreet dat België meer rente moet betalen om geld te lenen.
En dat zorgt voor een klassiek sneeuwbaleffect: meer schuld → hogere rente → nog meer schuld.
Een beetje zoals een kredietkaart waar je enkel de minimumaflossing doet en hoopt dat het vanzelf oplost. Dat doet het dus niet.
Volgens de prognoses kan de Belgische schuld tegen 2029 oplopen tot bijna 110 procent van het bbp. Dat is het soort cijfer waar financiële markten nerveus van worden. En nerveuze markten… die zijn zelden mild.
De Wever voelt de druk
Voor Bart De Wever is de boodschap duidelijk. De markten kijken mee. En ze verwachten actie.
De premier zelf draait er niet rond: het vertrouwen moet hersteld worden, en snel. Niet binnen vijf jaar, niet “op termijn”, maar liefst nog dit jaar. De fameuze “knik” moet er komen — een moment waarop iedereen kan zeggen: oké, ze hebben het begrepen.
Alleen… dat is makkelijker gezegd dan gedaan.
Want besparen is politiek gezien ongeveer het minst sexy wat je kan doen. Iedereen is voor discipline, tot het over zijn eigen portemonnee gaat. En net daar wringt het schoentje.
Besparen, maar waar?
De vraag is dus niet of er moet worden ingegrepen, maar waar. En vooral: hoeveel.
Er wordt gefluisterd over inspanningen van enkele miljarden euro’s, maar zelfs dat zou volgens sommigen niet volstaan. Want het probleem zit niet in één post, maar in het geheel. Het is geen lek dat je kan dichten met één maatregel, het is een systeem dat herbekeken moet worden.
En dat betekent keuzes. Echte keuzes.
De schuld van… iedereen (of niemand)
Wat dit ook typisch Belgisch maakt, is dat niemand er écht alleen verantwoordelijk voor is. De huidige regering wijst naar het verleden, het verleden wijst terug, en ondertussen blijft de teller lopen.
In de entourage van de premier klinkt het dat het “zinken naar de bodem van de zee” al eerder is ingezet. Mooie metafoor, maar ondertussen zit je wel nog altijd in dat water.
En het is niet alleen federaal. Ook de regio’s zitten in hetzelfde verhaal. Moody's gaf Vlaanderen en Wallonië recent ook al een tik. Met andere woorden: het probleem zit overal een beetje.
Wat als er niets gebeurt?
De waarschuwing van Standard & Poor's is vrij duidelijk: als er geen geloofwaardige verbetering komt, kunnen er nog verlagingen volgen.
En dat is het moment waarop het echt pijn begint te doen. Want hoe lager je zakt, hoe duurder het wordt om geld te lenen. En hoe duurder het wordt, hoe moeilijker het wordt om uit die spiraal te geraken.
Het verhaal is eigenlijk simpel, maar daarom niet minder ongemakkelijk. België leeft al een tijdje boven zijn stand. Dat kon, zolang de rente laag was en niemand te hard keek. Maar die periode lijkt stilaan voorbij.
En dus komt de realiteit terug binnen. Niet met grote drama’s, maar met kleine tikken. Een ratingverlaging hier, een waarschuwing daar.
Tot iemand beslist om echt in te grijpen. Of tot de markten het doen in onze plaats.