De Wever waarschuwde het hele jaar dat China onze economie sloopt. Gisteren kondigde hij trots aan dat een Chinees concern onze autofabriek redt — met ons eigen subsidiegeld. Slim pragmatisme, zeggen de economen. En ze hebben nog gelijk ook. Maar noem het alsjeblieft geen overwinning.
De meeneemchinees neemt ons mee
Er zijn van die weken waarin een politicus zijn eigen brieven beter niet herleest. Bart De Wever schreef eerder dit jaar een vlammend epistel aan de Europese Commissie met een heldere boodschap: China is onze economie aan het slopen. Dumping, oneerlijke concurrentie, goedkope rommel die onze bedrijven de das omdoet — je kent de riedel. En jawel, met overschot van gelijk.
Gisteren stond diezelfde premier stralend voor de camera's met een andere boodschap: de fabriek van Volvo in Gent is gered. Redder van dienst? Een fabriek die in handen is van het Chinese concern Geely, waar mogelijk binnenkort ook Chinese automerken van de band rollen. En betaald met wat, denk je? Met Vlaamse subsidies. De sloper van onze economie is in één nieuwscyclus haar redder geworden, en wij betalen hem daarvoor. Dat is geen beleid meer, dat is een gespleten persoonlijkheid met een persmap.
En toch: de economen hebben gelijk
Nu gaan we je teleurstellen, want dit is niet het stuk waarin we roepen dat we onze ziel hebben verkocht. Dat zou te kort door de bocht zijn, en het zou de economen ongelijk geven die er verstand van hebben. En die hebben, vervelend genoeg, grotendeels gelijk.
Reken even mee. Volvo Gent is goed voor zo'n zesduizend directe jobs en naar schatting twintigduizend indirecte, en voor achthonderd miljoen euro toegevoegde waarde. Als je dat afweegt tegen het subsidiebedrag, dan hoef je geen professor te zijn om te zien naar welke kant de weegschaal kantelt. Bovendien is het een beproefd recept: in de jaren zestig haalden we met subsidies Amerikaanse bedrijven naar hier, in de jaren zeventig en tachtig deden we net hetzelfde met de Japanners — die toen - net zoals de Chinezen nu - de grote economische boeman waren. En intussen subsidieert iedereen. Hoe denk je dat die Tesla-fabriek in Duitsland beland is? Wie vandaag principieel weigert mee te volgen, doet gewoon niet meer mee. Een fabriek in Gent die Chinese auto's bouwt, zit tenminste écht in ons economisch weefsel — veel meer dan wanneer we mensen zouden aansporen om een "Europese" Volkswagen uit Duitsland te kopen. Bot gezegd, maar juist.
Dus nee, de deal op zich is niet dom. Ze is waarschijnlijk zelfs verstandig. Het probleem zit hem niet in de deal. Het zit hem in het feestje eromheen.
Wie redt hier eigenlijk wie?
Want laten we elkaar geen Liesbeth noemen Dit is geen overwinning, dit is een defensieve knieval, netjes ingekleurd als triomf. Wat blijft er hier eigenlijk van ons? De jobs, voorlopig. En de rekening, zeker. Maar de technologie zit in China. Het merk zit in China. De strategische controle, de beslissing over wat er morgen gebouwd wordt en of Gent dan nog meetelt, zit in China. Wij leveren de assemblagevloer en het subsidiegeld; zij leveren de auto en houden het stuur vast.
En het pijnlijke is: China doet daar niets verkeerds mee. Integendeel, het speelt het spel briljant. Het koestert zijn auto-industrie omdat het weet dat daar alle technologie doorheen passeert — kennis die je ook in andere sectoren, tot en met defensie, weer nodig hebt. China denkt in decennia. Wij denken in perscommuniqués. De incoherentie in dit verhaal is niet Chinees. Ze is van ons. Zij hebben een strategie, wij hebben een premier die maandag waarschuwt en dinsdag buigt.
Oude industrie, of de toekomst?
En dan is er nog de vraag die de juichstemming helemaal wegveegt. Is het wel de taak van de overheid om een sector die sommigen "oude industrie" noemen met belastinggeld overeind te houden? Een econoom noemde het niet ten onrechte een tikje Trumpiaans: fabrieken van gisteren kunstmatig hier houden, in plaats van de voorwaarden scheppen waarin blijkt waar we écht goed in zijn. Overheden zijn notoir slecht in "picking winners". Misschien lag onze toekomst wel elders — bij defensie, luchtvaart, biotech, groene technologie, gerichte farma, AI.
Daar valt tegen in te brengen dat een auto allang geen bulkgoed meer is maar hoogtechnologie, en dat je die kennis maar beter in huis houdt. Ook dat klopt. Met andere woorden: het is een echt debat, met sterke argumenten aan beide kanten — en net daarom is het zo stuitend dat het wordt afgesloten met een simpel "gered" en een fotomoment.
De rekening en de schort
Samen.gevat. Zesentwintigduizend jobs zijn zesentwintigduizend jobs, en de deal is misschien wel de minst slechte optie op tafel. Prima. Maar spaar ons de overwinningsroes. We hebben onze auto-industrie niet gered. We hebben een Chinees concern betaald om ons nog een tijdje te laten meewerken in wat ooit de onze was.
De meeneemchinees heeft niet zomaar de fabriek overgenomen. Hij nam de sleutels mee, en het recept, en de toekomst. Ons liet hij de schort en de rekening. Pragmatisch? Zeker. Een overwinning? Alleen als je winnen definieert als mogen blijven bedienen.
(Foto: AI-P-magazine)