Na meer dan twintig jaar procederen, wachten en hopen mag Club Brugge eindelijk beginnen bouwen aan een nieuw stadion. In Westkapelle kan de champagne stilaan ontkurkt worden, maar niet iedereen ziet alleen maar rozengeur en maneschijn. Sporteconoom Trudo Dejonghe tempert in Sporza het enthousiasme en wijst meteen op enkele pijnpunten die de Bruggelingen niet mogen negeren.
Volgens Dejonghe is het jarenlange uitstel vooral het gevolg van de strenge Vlaamse regelgeving rond ruimtelijke ordening. Grote infrastructuurprojecten botsen vandaag op een kluwen van procedures, waardoor een beperkt aantal bezwaarmakers een project jarenlang kan vertragen.
Opmerkelijk is dat Club Brugge zich intussen zonder nieuw stadion al heeft ontwikkeld tot de absolute Belgische top. De club groeide uit tot een vaste waarde in Europa en bereikte meermaals de knock-outfase van de Champions League.
Jan Breydel botst op zijn limieten
Toch is de nood aan een nieuw stadion volgens de sporteconoom groter dan ooit. Jan Breydel is sterk verouderd en dreigt op termijn niet langer aan alle moderne normen te voldoen. Ook de supportersbeleving laat volgens hem te wensen over, onder meer door de beperkte horecafaciliteiten en de verouderde infrastructuur.
Financiële boost, maar geen wondermiddel
Een nieuw stadion kan Club Brugge op verschillende vlakken vooruithelpen. Hogere inkomsten uit horeca, merchandising en hospitality moeten extra financiële ruimte creëren, waardoor de club ook sportief sterker kan worden.
Toch verwacht Dejonghe niet dat Club Brugge daardoor jarenlang onaantastbaar zal worden. De Belgische competitie blijft vooral een tussenstap voor talentvolle spelers die uiteindelijk de overstap maken naar de Europese topcompetities.
Grootste gevaar ligt bij de kosten
De grootste onzekerheid schuilt volgens Dejonghe in het prijskaartje. Grote bouwprojecten lopen zelden volledig volgens budget en zodra de werken gestart zijn, wordt bijsturen bijzonder moeilijk.
Daarnaast vindt hij het jammer dat de oorspronkelijke plannen werden afgeslankt. Het voorziene shoppingcenter verdween uit het dossier, terwijl dergelijke commerciële activiteiten net belangrijk kunnen zijn om een stadion ook buiten wedstrijddagen rendabel te maken. Daardoor zal Club Brugge vooral moeten rekenen op extra supporters, horeca-inkomsten en evenementen om het maximale rendement uit het nieuwe stadion te halen.