De perversiteit van het aanvullend pensioenstelsel: Regering-De Wever is een regering voor de rijken.
In de coulissen van de Wetstraat wordt er al maanden flink gezaagd aan het wettelijk pensioen, maar achter de schermen van dat hervormingscircus schuilt een veel grotere, nauwelijks besproken factuur: die van het aanvullend pensioen. Onder het mom van ‘persoonlijke verantwoordelijkheid’ en ‘spaarzin’ schuift de regering-De Wever de tweede pensioenpijler naar voren als de reddingsboei van de vergrijzende natie. Alleen: die zogenaamde boei zuigt intussen als een lekke zwemband miljarden euro’s uit de staatskas – ten voordele van wie het al breed heeft.
Dat blijkt - zo schrijft de krant ‘De Morgen’ - uit onderzoek van KU Leuven-professoren Joy Schols en Wim Van Lancker, dat eerder deze week opdook in het progressief tijdschrift Samenleving en Politiek. De ondertitel had net zo goed kunnen luiden: Hoe de Belgische staat belastinggeld rondstrooit in de vorm van fiscale cadeaus voor wie al een stevige financiële airbag heeft.
Pensioenherverdeling, maar dan achterstevoren
Voor wie het nog niet wist: naast het wettelijk pensioen bestaat in België ook de zogenaamde tweede pijler, een aanvullend pensioen dat werknemers via hun werkgever kunnen opbouwen. Klinkt als een slim idee, zeker nu de regering-De Wever snoeit in de wettelijke pensioenen alsof ze een verwaarloosde klimop onder handen neemt. Maar dat extra spaarpotje is vooral voordelig voor wie al in de juiste bedrijfsklasse werkt en netjes in de hoogste inkomenscategorie valt.
Voordelig mag je letterlijk nemen: dankzij een rist fiscale voordelen wordt de tweede pijler gesubsidieerd alsof het een sector in crisis betreft. De belastingkortingen gelden tijdens de opbouw én bij de uitbetaling. Klinkt als een win-win, tot je beseft wie dat allemaal betaalt: de Belgische belastingbetaler. Volgens de federale begroting van 2019 zou dat zo’n 121 miljoen euro per jaar kosten. Maar KU Leuven trekt met een scherpe rekenmachine door die rookgordijnen en komt uit op een bedrag dat een béétje minder rooskleurig is: 2,14 miljard euro. Per jaar. Met andere woorden: iemand is hier ofwel slecht in optellen, ofwel bijzonder goed in verstoppen.
Fiscale verwennerij voor de top 1 procent
Volgens de onderzoekers gaat 36 procent van het totale voordeel naar… jawel, de top 1 procent van de werknemers. Meer dan een derde van de fiscale cadeaus belandt dus bij een select clubje dat zich al lang geen zorgen hoeft te maken over de prijs van brood of mazout.
Een herverdelingsmechanisme? Zeker. Maar dan omgekeerd. De overheid subsidieert hier vooral de pensioenopbouw van zij die het eigenlijk niet nodig hebben. De gewone werknemer, de ambtenaar of de zelfstandige met een wisselend inkomen kijkt intussen toe, met een pensioentje dat de deur op een kier zet voor de bedelstaf.
De grote blinde vlek van Bart De Wever
Opmerkelijk is dat deze verborgen pensioenfactuur amper opduikt in het debat. Terwijl vicepremiers hun mouwen opstropen om met veel bombarie te sleutelen aan ambtenarenpensioenen, blijft het fiscaal feestje voor de tweede pijler netjes buiten schot. Volgens Schols en Van Lancker een klassiek voorbeeld van ‘twee maten, twee gewichten’. De regering pakt uit met een hervorming die inzet op "evenwicht en betaalbaarheid", maar wie goed kijkt, ziet vooral dat de zwaarste inspanningen komen van zij met de minste reserve. De fiscale sluiproute voor de happy few blijft netjes open.
De grote Bart De Wever blijft ondertussen in alle toonaarden hameren op “meer eigen verantwoordelijkheid” en “slimme hervormingen”, terwijl zijn regering dus miljarden door het raam gooit. Slim, jawel, maar alleen voor wie aan de juiste kant van de loonschaal staat.
Ambtenaren zonder vangnet
Alsof het allemaal nog niet wrang genoeg is: meer dan 1 op de 5 werknemers bouwt helemaal geen aanvullend pensioen op. Denk aan ambtenaren, die tot nu toe geen toegang hadden tot de tweede pijler, net omdat hun wettelijk pensioen traditioneel hoger lag. Die redenering wordt nu teruggedraaid: ambtenarenpensioenen worden hervormd - lees: afgebouwd - en tegelijk wil men hen toegang geven tot het aanvullend pensioen.
Op papier klinkt dat als rechtvaardigheid. In realiteit dreigt het een klassieke valstrik te worden: het wettelijke pensioen wordt systematisch uitgehold, terwijl het alternatief – het aanvullende pensioen – sterk afhankelijk blijft van de werkgever, de sector en uiteraard… het inkomen.
Het verdict?
De tweede pensioenpijler wordt in dit land verkocht als de oplossing voor de pensioentoekomst. Maar in werkelijkheid is het vooral een stevig gesubsidieerd luxeproduct voor wie al comfortabel zit. De kost voor de samenleving is gigantisch, de winst ongelijk verdeeld.
Onder het mom van hervormingen voert de regering-De Wever een pensioenbeleid dat met chirurgische precisie spaart wie het breed heeft, en snoeit waar de rek er al uit is. Maar zolang die verborgen factuur netjes onder het politieke tapijt blijft liggen, blijft de Wetstraat blind voor haar eigen ongelijkheid. En dus bouwen we aan een pensioensysteem dat meer lijkt op een financiële glijbaan: hoe hoger je begint, hoe zachter je landt.
(Foto: Didier Lebrun/Photonews)