De fastfoodoorlog heeft een onverwachte meme-koning.
Geen chef, geen marketeer, maar CEO Chris Kempczinski van McDonald's die er niet in slaagt overtuigend in zijn eigen burger te bijten. In een video waarin hij de nieuwe Big Arch promoot, lijkt hij vooral bang dat het ding hem terug aanvalt. De brave man weet dan ook maar al te goed wat er écht in zit.
Memes vlogen rond en plots zat heel de wereld zich af te vragen of de CEO van McDonald’s überhaupt zijn eigen junkfood lust.
Daar maakte Tom Curtis van Burger King lekker gebruik van, die simpelweg het tegenovergestelde deed. Namelijk een gigantische hap nemen van een vernieuwde Whopper alsof hij auditie deed voor “beste eetgeluid van het jaar”.
En jawel, de cijfers in de VS lachen mee. In de week van 2 maart steeg het aantal bezoekers bij Burger King met 7,4 procent tegenover vorig jaar. McDonald’s moest het doen met 2,2 procent. De weken erna bleef Burger King groeien, terwijl McDonald’s zelfs in het rood dook. Analisten verwijzen braaf naar economische onzekerheid, oorlog en brandstofprijzen, maar niemand gelooft dat nog.
Dit is pure imagoschade met ketchup. Ook op de beurs vertaalt het zich netjes: McDonald’s ging 7,4 procent omlaag, terwijl Restaurant Brands International, de eigenaar van Burger King, 4,9 procent steeg. Soms is marketing gewoon iemand die wél durft te kauwen.
De ironie kan niet groter. McDonald’s probeert klanten terug te winnen met goedkope menu’s en hippe drankjes, terwijl Burger King gewoon zegt “kijk, wij vreten dit zelf”. De vernieuwde Whopper kreeg een beter broodje, romigere mayo en een doosje zodat hij niet als een geplette pannenkoek arriveert.
Ondertussen noemt Kempczinski zijn burger nog altijd een “product”, wat ongeveer even smakelijk klinkt als karton met btw.
Kortom, je hoeft geen betere burger te hebben om te winnen. Je moet er gewoon geloofwaardig in kunnen bijten en durven inslikken.