Met een statementzege in Dortmund heeft Bayern München een reuzenstap richting de titel gezet. Maar wie denkt dat Vincent Kompany nu rustig achteroverleunt met een glas champagne, kent hem niet.
De ex-Rode Duivel wil bloed zien. Doelpunten. Véél doelpunten. En vooral: een record dat al 54 jaar stof staat te vergaren.
In 1971/1972 knalde Bayern 101 goals tegen de netten. Een cijfer dat bijna mythisch werd. Clublegende Gerd Müller was toen goed voor veertig treffers. Sindsdien probeerden generaties dat record aan diggelen te schieten. Zonder succes.
Tot nu?
Bayern zit al aan 88 doelpunten in amper 24 speeldagen. Dat is 3,67 goals per match. Absurd. Met nog tien wedstrijden te gaan lijkt dat “onaantastbare” record plots een vogel voor de kat.
En dat weet Kompany ook. “Als we onze volledige focus kunnen behouden, wie weet hoeveel doelpunten we dan nog kunnen maken?”, zegt Kompany in Het Laatste Nieuws. “Er is geen enkele reden om ook maar één seconde van koers te veranderen.”
Kane ruikt nog meer geschiedenis
En dan is er natuurlijk Harry Kane. De Engelse sluipschutter zit al aan 30 competitiegoals en oogt hongeriger dan ooit. Alsof de Bundesliga zijn persoonlijke speeltuin is.
Ook individueel lonkt er iets groots. Het record voor meeste goals in één Bundesliga-seizoen staat op naam van Robert Lewandowski: 41 stuks. Kane heeft er nog twaalf nodig.