Bij Paola Ramos op MSNBC krijg je soms het gevoel dat de genetica ergens tussen de reclameblokken is verdwenen.
In een interview stelde ons Paola bloedernstig dat er geen enkel genetisch verschil bestaat tussen etnische groepen. Nul. Nada. De wetenschap mocht even in de gang wachten terwijl het morele gelijk het woord nam.
Dat standpunt klinkt warm en inclusief, maar het is biologisch gewoon fout. Mensen delen inderdaad meer dan negenennegentig procent van hun DNA, maar dat resterende procent doet wel degelijk iets. Het verklaart onder meer verschillen in huidpigmentatie, lactose-intolerantie, sikkelcelziekte en de gevoeligheid voor bepaalde medicijnen. Dat zijn geen meningen. Dat zijn meetbare, peer-reviewde feiten.
Wat Ramos consequent door elkaar haalt, is genetisch verschil en waardevergelijking. Niemand met een functionerend brein beweert dat genetische variatie gelijkstaat aan hiërarchie. Verschillen bestaan, maar ze zeggen niets over intelligentie, moraliteit of menselijke waarde. Dat is net de kern van moderne genetica. Diversiteit is normaal. Ongelijkheid verzinnen op basis daarvan is ideologisch, niet wetenschappelijk.
Het pijnlijkste moment was niet eens haar uitspraak, maar het zelfvertrouwen waarmee ze die bracht. Alsof eeuwen biologie even konden worden weggewuifd met een Instagram-waardige oneliner.
Na afloop postte Ramos het fragment zelfs trots online, vermoedelijk in de overtuiging dat ze zojuist de racisme-discussie had opgelost. Spoiler.
Dit is het soort zekerheid dat je normaal enkel ziet bij neurochirurgen die een hersenstam opereren of ingenieurs die raketten laten landen. Niet bij iemand die denkt dat menselijke micro-adaptaties een mythe zijn omdat ze politiek onhandig aanvoelen.
Wetenschap laat zich nu eenmaal niet wegwoken. Ze blijft koppig bestaan, zelfs op kabelnieuws.