“Er zijn aanwijzingen dat de Belgische opvangsystemen structureel falen.”
De Nederlandse rechtbanken hebben sinds februari meerdere keren geweigerd om asielzoekers terug naar België te sturen. Onze opvang is volgens hen zo lek als een vergiet. Er zouden systematisch gaten vallen in de zorg en opvang van mensen op de vlucht. Dat schrijft Knack, en het dossier leest als een juridische uppercut voor ons land.
Dublin zegt ja, Nederland zegt nee
In asielland geldt het principe van de Dublin-verordening: wie als eerste een voet over de grens zet en asiel aanvraagt, moet dat doen in het betreffende land. België dus, in het geval van meerdere asielzoekers die eerst hier passeerden voor ze hun kans in Nederland waagden. Maar de rechters daar hebben iets opgemerkt wat men in Wetstraat 16 liever negeert: België kan of wil zijn verantwoordelijkheden niet meer opnemen.
“Er zijn aanwijzingen dat de Belgische opvangsystemen structureel falen,” oordeelde de rechtbank in Groningen op 11 april over de zaak van een Georgische man. Die dreigde bij terugkeer in België simpelweg op straat gezet te worden. En daar, beste lezer, wringt het juridische schoentje.
Van wachtkamer naar wachtstraat
België flirt al jaren met het randje van een opvangcrisis, maar blijkt ondertussen kopje onder te gaan. De capaciteit van Fedasil – goed voor zo’n 36.000 bedden – is compleet verzadigd. Alleenstaande mannen belanden op een wachtlijst, met als uitzicht: een koude stoep, geen bed, geen brood, geen douche. Momenteel staan er nog altijd ruim 3.000 mensen op die lijst.
Dat systeem werd nog onder Vivaldi opgezet door cd&v’er Nicole de Moor, toen staatssecretaris voor Asiel en Migratie. Haar oplossing? Prioriteit geven aan gezinnen, en de rest mag wachten. Letterlijk. Onder de nieuwe N-VA-minister Anneleen Van Bossuyt is die lijn niet veranderd, en de Nederlandse rechters merken dat op. “Er is geen substantiële verbetering zichtbaar,” staat in het vonnis van Groningen.
Artikel 3 als morele stok achter de deur
De rechterlijke uitspraken beroepen zich op artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarin staat glashelder dat niemand mag worden onderworpen aan “foltering of aan onmenselijke of vernederende behandelingen”. Blijkbaar vindt onze noorderbuur dat België die grens overschrijdt door mensen in de kou te laten staan.
Internationale rapporten, dashboards van ngo’s als Vluchtelingenwerk Vlaanderen en Artsen Zonder Grenzen, en keiharde cijfers maken het pijnlijk duidelijk: België heeft niet alleen een opvangprobleem, het heeft een systeemcrisis. Een waarin het recht op opvang verworden is tot een loterijticket.
Wat nu, Anneleen?
Minister Van Bossuyt mag zich de haren uit het hoofd trekken – voor zover dat politiek gezien nog helpt. Niet alleen komt ons land internationaal in het vizier, maar de juridische geloofwaardigheid van het asielbeleid wordt publiekelijk in vraag gesteld. België wordt door een buurland simpelweg niet meer geschikt bevonden om zijn basisverantwoordelijkheden na te komen.
Als zelfs Nederlandse rechters het vertrouwen verliezen in de Belgische rechtsstaat op vlak van asielopvang, dan is het einde van de rit misschien niet veraf. Niet voor de vluchtelingen, maar voor het beleid dat hen keer op keer in de kou zet.
Welkom in de failed state van de asielopvang.
(Foto: Philip Reynaers/ /Fotonieuws)