Linda C. blijft haar onschuld volhouden ondanks de zware beschuldigingen van de gruwelijke moord op haar man Jan Van der Heyden in 2003, een zaak die België al jaren bezighoudt.
In een van de meest becommentarieerde moordzaken van België blijft Linda C., voormalig kassierster, volhouden dat ze niet verantwoordelijk is voor de dood van haar echtgenoot. Ondanks haar herhaaldelijke ontkenningen, oprakelen de bewijzen een ander verhaal.
De zaak dateert van september 2003, toen het lichaam van Jan Van der Heyden, een 39-jarige dokwerker, werd aangetroffen langs de Damse Vaart Zuid. Verdachte omstandigheden en uiteindelijk forensisch bewijs leidden snel naar Linda C., die na de ontdekking haar man als vermist had opgegeven.
Grondig onderzoek wijst naar binnenhuisgeweld
Onderzoek in hun woning toonde bloed van het slachtoffer op diverse plaatsen en materieel bewijs zoals met bloed besmeurde kleding en gereedschap dat gebruikt werd om het lichaam te verminken. Deze aanwijzingen schetsen een macaber beeld van de moord.
Ontkenning tegenover overweldigend bewijs
Ondanks de belastende bewijzen, blijft Linda C. haar onschuld uitschreeuwen. Zij beweert dat ze niets met de moord te maken heeft en suggereert dat iemand anders verantwoordelijk zou zijn.
De zaak heeft door de jaren heen veel aandacht gekregen, mede door de gruwelijke aard van de misdaad en de ontkennende houding van de verdachte. Het gerechtelijk proces toonde een vrouw die emotioneel onaangedaan leek door de ernst van de beschuldigingen.