Wat doe je met dat overvolle potje kleingeld?
De muntjes stapelen zich op in elk huishouden. Twee-eurostukken worden nog handig gebruikt, maar de rest ligt stof te vergaren. Sinds contactloos betalen de norm werd, is klein geld zowat het fossiel van het betaalverkeer geworden. Toch blijft het wettig betaalmiddel — en dus waardevol, al voelt het niet zo.
1. Tel, rol, en lever in
De klassieke manier: sorteren en inrollen. Banken nemen het nog aan, al vaak enkel via stortautomaten. Let wel: niet elke bank accepteert contante stortingen gratis. Bij sommige grootbanken kost het intussen geld om je eigen muntjes af te geven.
2. Machines doen het voor jou
In sommige supermarkten (zoals Carrefour of Delhaize) staan telautomaten waar je je muntjes in gooit. Ze tellen het bedrag, nemen een kleine commissie (meestal rond 7%), en geven je een waardebon voor boodschappen. Niet gratis, maar beter dan niets.
3. Doneer het kleingeld
Verschillende organisaties zamelen muntjes in voor goede doelen. Ziekenfondsen, dierenasielen of scholen organiseren geregeld acties. Eén potje muntgeld is vaak meer waard dan je denkt — gemiddeld 25 tot 40 euro per huishouden.
4. Gebruik het strategisch
Handig voor parkeermeters, fooi op café of kleine aankopen bij buurtwinkels die liever geen Bancontactkosten betalen. Al worden ook daar munten almaar minder welkom: tellen kost tijd, en wisselgeld wordt schaars.
5. Of gewoon... wacht nog even
Er gaan al jaren stemmen op om muntjes van 1 en 2 cent definitief af te schaffen. In België wordt al afgerond op 5 cent bij contante betalingen. Wie weet is je pot kleingeld binnen enkele jaren een curiosum — of een kleine verzamelwaarde rijker.