Zullen we dat varkentje even wassen?
Varkens – je zou denken: gemoedelijke modderliefhebbers, knorrende buikjes op pootjes – maar nee hoor. Ze komen in maten en gewichten. Het ene beestje weegt een slordige 40, 50, 60 kilo, en dan heb je het reuzenboszwijn: een soort levende sneeuwschuiver van 275 kilo of meer. Een dier dat niet wandelt, maar aankomt als een besluit.
En toch, meestal doen ze niks. Ze scharrelen, ze wroeten, ze denken na over niets in het bijzonder. Maar vergis je niet: in elk varken schuilt een potentiële kleine natuurramp. Wroeten, kauwen, bijten vooral wanneer het dier vindt dat je zijn persoonlijke ruimte schendt. Dan verandert zo’n vriendelijke vleesfabriek-in-spe plots in een compacte krachtpatser met principes.