Schijnt een beetje door, naar ’t schijnt.
Jeans zijn het enige kledingstuk dat je tegelijk kan knellen, afzakken én je het gevoel kan geven dat je zonder hen het huis niet uit moogt. Ze beloven vrijheid, maar eisen opoffering: een halve longinhoud bij het aantrekken en de rotsvaste overtuiging dat ze “nog wel wat zullen uitzetten”.
Ze zijn er voor elke gelegenheid. Begrafenis? Donkere jeans. Eerste date? De goeie jeans. Verhuizen? De jeans die je al drie dagen draagt en die ondertussen ook je emoties heeft opgenomen. En als iemand zegt dat hij “net dezelfde maat heeft”, weet je al dat hij liegt.
Jeans zijn eerlijk op de meest brutale manier: ze liegen niet over wat er veranderd is. Je spiegel misschien wel. Je vrienden ook. Maar je jeans? Die zegt gewoon: nee.