Mama, papa en hun échte kind — de smartphone.
In de wachtzaal is het stil. Niet het rustige soort stilte, maar dat andere. Dat van mensen die ergens anders zijn.
Ouders zitten naast hun kind. Letterlijk naast. Hun lichaam is aanwezig, hun hoofd niet. Dat zit in hun smartphone. Scrollend, tikkend, verdwijnend.
Kind: “Mama?”
Geen antwoord.
Nog eens: “Mama?”
“Ja schat… één seconde.”
Die seconde blijft hangen. Eindeloos.
Het kind kijkt rond. Naar de vloer. Naar het plafond. Naar andere kinderen die hetzelfde doen. Wachten zonder te weten waarop.
En de ouders? Die wachten ook.
Alleen niet op hun kind.