De Amerikaanse economie draait op lucht… artificiële lucht welteverstaan.
Volgens Deutsche Bank-analist George Saravelos is er namelijk één reden waarom de VS nog niet in een recessie is beland: artificiële intelligentie.
Niet omdat AI massaal jobs creëert of de productiviteit spectaculair opkrikt, maar omdat er zó veel geld in wordt gepompt dat de investeringen zelf de economie overeind houden.
De nieuwe goudkoorts is dus niet goud, maar grafische kaarten. In 2024 alleen al stegen de investeringen in AI-gerelateerde infrastructuur in de VS met meer dan 50 %. Nvidia, dat de populairste AI-chips maakt, zag zijn beurswaarde dit jaar boven de drie biljoen dollar stijgen, meer dan Apple of Saudi Aramco.
Het klopt dat miljarden dollars richting datacenters en chips vloeien, en dat de beurscijfers van techgiganten de rest van de economie maskeren. Maar wie wat dieper kijkt, merkt dat de winsten van AI nog lang niet opwegen tegen de hype.
Er wordt gigantisch geïnvesteerd in infrastructuur, terwijl de meeste toepassingen nog niet meer opleveren dan gênante AI-plaatjes van Trump en Putin.
De werkelijke bijdrage van AI aan de Amerikaanse bbp-groei ligt voorlopig onder één procent. Zelfs OpenAI, het vlaggenschip van de hype, draait ondanks miljardenomzet nog met verlies.
Saravelos noemt het zelf een bubbel die vroeg of laat zal knappen. En dan zit de VS met een probleem, een economie die leunt op servers in plaats van fabrieken, op prompts in plaats van producten.
De enige vraag is dus niet of die luchtbel barst, maar wanneer. Tot dan blijft vooral AI Stephen Hawkings-video’s genereren.
De Amerikaanse centrale bank ziet voorlopig geen acute dreiging, maar waarschuwt wel voor ‘ongefundeerde waarderingen’ in de technologiesector.
Ondertussen blijft de consumentenbesteding de motor van de economie, maar ook die zwakt langzaam af door hoge rentes en schulden.