Onze koning is een Duitser, onze premier komt van een partij die dit land wil opdoeken, en toch staan ze vandaag naast elkaar te wuiven.
Een land dat zichzelf viert op de dag dat het een baas kreeg
Het is het weer zover. Militair defilé, Te Deum, koperblazers, een minister die probeert niet te zweten in een pak van winterwol, en ergens in Vlaanderen een gezin dat de vrije dag doorbrengt met de tuin en niet met de natie.
En dan die vraag die elk jaar terugkomt: wat vieren we hier eigenlijk?
Niet de revolutie. Die was in de zomer en de herfst van 1830, met een opstootje na een opera-uitvoering in de Muntschouwburg — De Stomme van Portici, je verzint het niet — en de onafhankelijkheid werd uitgeroepen op 4 oktober. Dat zou de logische feestdag zijn. Frankrijk viert een bestorming. Amerika viert een verklaring. Wij vieren 21 juli 1831: de dag dat een Duitse prins zijn hand ophief en de eed aflegde op de Grondwet.
Wij vieren dus niet het moment dat we vrij werden. Wij vieren het moment dat de vrijheid een directeur kreeg.
Dat is, als je er goed over nadenkt, het meest Belgische feit uit onze hele geschiedenis.
Wat er dan wél gezworen werd
Leopold van Saksen-Coburg-Gotha zwoer geen trouw aan een volk. Niet aan een taal, niet aan een ras, niet aan een bodem waar de voorouders in liggen. Hij zwoer trouw aan een tekst. Aan een Grondwet die op dat moment de liberaalste van Europa was: persvrijheid, vrijheid van vereniging, vrijheid van eredienst, en een koning die mocht regeren precies zolang hij zich aan het contract hield.
België is geen natie die een staat kreeg. België is een staat die nooit een natie werd. En het bindmiddel is dus geen bloed maar een juridisch document — wat lelijk klinkt, maar in de twintigste eeuw een pak minder lijken heeft opgeleverd dan de alternatieven.
Onthou dat. We komen erop terug bij de premier.
Hoe Belgisch is ons vorstenhuis eigenlijk?
Kort antwoord: helemaal niet, en dat was de bedoeling.
Leopold I was een Duitser uit Coburg, weduwnaar van een Britse kroonprinses, die eerst de Griekse troon had geweigerd omdat de voorwaarden hem niet zinden. Hij nam de Belgische aan omdat het aanbod beter was. Vervolgens trouwde hij met een Française, Louise-Marie d'Orléans, want de dynastie moest in Parijs zo goed liggen als in Londen.
De taal aan het hof was Frans. Bleef Frans. Nog lang Frans. Het duurde tot Boudewijn voor er een vorst was die zich - min of meer - in het Nederlands liet verstaan zonder dat het klonk als een gijzeling, en het duurde tot Filip voor er eentje was die er zichtbaar zijn best voor deed.
Ondertussen deden de neven in Londen in 1917 hun Duitse familienaam weg en noemden zich Windsor, omdat Saksen-Coburg-Gotha in oorlogstijd wat ongemakkelijk klonk. Wij hebben dat niet gedaan. Wij hebben de naam gewoon laten staan. Niemand die er nog van wakker ligt.
En dan is er nog Delphine, die pas in 2020, na jaren procederen, officieel prinses van België werd — nadat een DNA-test bewees wat half het land al twintig jaar aan de toog vertelde.
Vreemde bloedlijn. Frans hof. Duitse naam. Een dochter die er via de rechtbank in moest. Dat is geen dynastie, dat is een fusieholding.
En hoe Belgisch zijn de Belgen?
Nog minder.
Zet elf miljoen mensen in een rij en vraag hun wat hen verbindt. Je krijgt geen antwoord. Je krijgt gestamel, dan een grap, dan iets over frieten.
De Nederlander weet exact wat een Nederlander is en zal het je ongevraagd uitleggen. De Fransman heeft er een grondwettelijk artikel over. De Belg heeft zelfspot en een surrealistische inslag, en meer heeft hij niet nodig.
Onze nationale gevoelens komen in golven van drie weken, om de twee jaar, zodra elf mannen in het rood een bal achterna lopen. Daarna gaat de vlag terug in de kelder. Op 11 juli hangen er in Vlaanderen meer leeuwen uit dan op 21 juli tricolores, en dat is geen politiek statement, dat is gewoon hoe het is.
Wij zijn geen volk. Wij zijn een woonsituatie.
De definitie van een Belg (of van beleg, kies zelf)
En dan de vraag der vragen: wat ís een Belg?
We hebben erover nagedacht en we denken dat een tikfout het antwoord is. Beleg. Dat wat tussen twee sneden zit. Je kunt er niet bij zonder de rest van de boterham, het valt eruit als je te hard duwt, en in elk huishouden ziet het er anders uit. De ene doet er kaas op, de andere hesp, de derde iets waar je liever niet naar vraagt.
Een Belg is geen identiteit. Een Belg is een positie. Iets wat tussen dingen in zit: tussen Frankrijk en Duitsland, tussen Rome en Reformatie, tussen kolen en compromis. Wie ertussen leeft, leert onderhandelen. Wie onderhandelt, leert dat niemand ooit volledig gelijk krijgt.
Daar hebben we een woord voor uitgevonden: de compromis à la belge. Je kunt erom lachen. Half Europa is er ondertussen jaloers op.
En wat doen we met een premier die dit land niet wil?
Hier wordt het pas echt smakelijk.
Sinds februari 2025 wordt dit land geleid door Bart De Wever, de eerste Vlaams-nationalist ooit op die stoel. Zijn partij wil België confederaal uithollen tot er niks meer overblijft, en is in haar principes republikeins. Geen koning. Geen dotatie. Geen Te Deum.
Diezelfde man legde in februari 2025 de eed af in de handen van koning Filip, als twee lobbyisten voor hetzelfde België — twee mannen die elkaar aanvoelen omdat ze allebei weten dat er geld moet binnenkomen en dat een land dat ruzie maakt geen investeerders trekt.
Let wel, De Wever heeft nooit gelogen over wat hij wil. Hij heeft alleen gezegd dat hij het niet mórgen wil. Hij bestuurt de staat die hij wil hervormen, in plaats van hem te saboteren vanaf de zijlijn — en dat is precies wat een democraat hoort te doen. Een separatist die de begroting van zijn tegenstander gaat redden, is niet hypocriet. Die is volwassen geworden. En hij heeft het cordon rond Vlaams Belang overeind gehouden op een moment dat het hem stemmen kostte.
Maar laat ons ook niet doen alsof daar geen prijs op staat. Wie twintig jaar lang vertelt dat dit land een historische vergissing is en er vervolgens de sleutels van krijgt, mag zich niet verbazen als zijn kiezers zich afvragen waarvoor ze precies hebben getekend. Je kunt niet oneindig lang de brandweer bekritiseren en dan de kazerne inrichten met je eigen meubelen.
Dus wat doen we ermee?
Niks. We doen er niks mee. Want een premier die een land bestuurt waar hij niet in gelooft, terwijl een koning met een Duitse naam en een Franse stamboom hem daarvoor de hand schudt, en elf miljoen mensen ondertussen de barbecue aansteken zonder één vlag uit te hangen — dat ís België.
Wij bestaan niet omdat we het eens zijn. Wij bestaan omdat we het al bijna tweehonderd jaar niet zijn en er nog altijd niemand vertrokken is.
Fijne feestdag. Doe er wat mee.
(Foto: Xpi/Foto Nieuws)