Bankiers maken zich zorgen over de opkomst van AI-agents die straks zelfstandig ons geld kunnen beheren. Niet omdat zo'n digitale assistent plots een villa op Ibiza zal kopen met jouw spaarcenten, maar omdat hij misschien iets veel vervelenders doet: uitrekenen waar jouw geld het meeste opbrengt en het vervolgens daarheen verplaatsen. Dat klinkt voor de gemiddelde spaarder eigenlijk best handig. Voor banken iets minder.
Wie ooit heeft geprobeerd van bank te veranderen, weet waarom banken zo dol zijn op trouwe klanten. Niet noodzakelijk omdat ze zo'n warme persoonlijke band met je hebben. Vooral omdat trouwe klanten blijven zitten.
Je loon wordt al vijftien jaar op dezelfde rekening gestort, de hypotheek loopt er, Netflix wordt automatisch betaald, je bankkaart zit in Apple Pay en ergens in de app staat nog een spaarrekening waarop de kinderen ooit 23 euro hebben gestort. Dan lees je dat een andere bank een procent meer rente geeft en denk je: ja, eigenlijk zou ik eens moeten vergelijken. En drie jaar later zit je nog altijd bij dezelfde bank.
Voor financiële instellingen is dat bijzonder prettig. Economen hebben er zelfs een mooier woord voor: klantinertie. Wij zouden het eerder omschrijven als: geen zin in gedoe.
Maar artificiële intelligentie heeft daar geen last van. En precies dat begint sommige bankiers nerveus te maken.
Een boekhouder die nooit koffie nodig heeft
De volgende generatie AI bestaat namelijk niet alleen uit chatbots waaraan je kunt vragen hoeveel minuten een ei moet koken. Steeds meer technologiebedrijven werken aan zogenaamde AI-agents: digitale assistenten die zelfstandig opdrachten kunnen uitvoeren.
Vandaag kunnen zulke systemen bijvoorbeeld informatie zoeken, afspraken plannen, producten vergelijken en online aankopen voorbereiden. In de toekomst kunnen ze ook veel actiever onze financiën gaan beheren.
Stel dat je zo'n agent toegang geeft tot je financiële gegevens en hem één eenvoudige opdracht geeft: zorg dat mijn spaargeld veilig staat en zoveel mogelijk opbrengt.
Voor een mens betekent dat websites openen, voorwaarden lezen, rentepercentages vergelijken, controleren of er verborgen kosten zijn, misschien een nieuwe rekening openen en daarna niet vergeten dat je die rekening überhaupt hebt.
Een AI-agent heeft geen zondagmiddag nodig. Die kan in theorie voortdurend vergelijken.
Geeft bank A vandaag 1,5 procent en bank B 2,4 procent? Dan kan je digitale assistent berekenen hoeveel verschil dat op jaarbasis maakt. Verschijnt volgende maand bank C met een beter aanbod, dan begint de vergelijking opnieuw.
En daar begint het probleem voor de banken. Of anders gezegd: het voordeel voor de klant.
Banken zijn dol op slapend geld
Banken werken voor een belangrijk deel met deposito's van klanten. Spaargeld en geld op zichtrekeningen vormen een relatief goedkope bron van financiering waarmee ze onder meer kredieten kunnen verstrekken.
Daarom is het behoorlijk handig wanneer dat geld rustig blijft staan. Een klant die niet vergelijkt, stelt namelijk weinig vervelende vragen.
Een algoritme wel. Dat algoritme heeft geen nostalgische gevoelens omdat je vader je op je twaalfde meenam naar het plaatselijke bankkantoor om je eerste rekening te openen. Het vindt het logo van je bank niet mooi. Het kent de vriendelijke mevrouw achter het loket niet en het denkt niet: ach, voor 86 euro extra rente per jaar ga ik toch al die moeite niet doen.
Het ziet 86 euro en vraagt zich af waarom je die laat liggen. Dat is een compleet andere relatie tussen consument en bank.
Wat als miljoenen computers tegelijk hetzelfde idee krijgen?
Op zichzelf hoeft dat geen ramp te zijn. Wanneer jij 20.000 euro van bank A naar bank B verhuist omdat je daar meer rente krijgt, zal de gouverneur van de centrale bank waarschijnlijk gewoon blijven slapen.
Maar stel nu dat miljoenen huishoudens AI-agents gebruiken die ongeveer dezelfde opdracht hebben gekregen: zoek voortdurend de beste combinatie van rendement en veiligheid. Dan kan geld veel sneller beginnen bewegen.
Een rentewijziging die vandaag misschien maanden nodig heeft om consumenten tot actie aan te zetten, kan dan vrijwel onmiddellijk door miljoenen computers worden opgemerkt.
En computers stellen veranderingen doorgaans niet uit tot na het weekend omdat er zaterdag eerst nog boodschappen moeten worden gedaan.
Torsten Slok, hoofdeconoom bij vermogensbeheerder Apollo, waarschuwde onlangs precies voor dat effect. Wanneer AI-assistenten massaal geld gaan optimaliseren, kunnen traditionele banken een deel van de goedkope en relatief stabiele deposito's verliezen waarop hun bedrijfsmodel steunt.
Dat betekent niet automatisch dat volgende donderdag de wereldeconomie instort, maar banken zouden wel harder met elkaar moeten concurreren om ons geld vast te houden.
Wat voor de consument op het eerste gezicht niet onmiddellijk klinkt als de grootste tragedie van de 21ste eeuw.
Die 1.300 miljard zit iets anders in elkaar
In sommige berichten wordt ondertussen gesproken over maar liefst 1.300 miljard dollar die uit Amerikaanse lokale banken zou kunnen wegvloeien. Dat getal bestaat, maar verdient enige uitleg.
De raming komt van de Amerikaanse Independent Community Bankers of America en gaat oorspronkelijk over een scenario waarin rentedragende stablecoins een groot deel van de markt veroveren. In zo'n situatie zou volgens de organisatie tot 1,3 biljoen dollar aan deposito's bij Amerikaanse community banks kunnen verdwijnen.
Dat is dus niet hetzelfde als zeggen dat AI-agents morgenochtend 1.300 miljard dollar van spaarrekeningen gaan plukken.
AI kan zo'n verschuiving in de toekomst wel gemakkelijker maken. Wanneer een digitale assistent zelfstandig kan vergelijken en financiële producten kan gebruiken, wordt de drempel om geld te verplaatsen natuurlijk een stuk kleiner.
En dan is er nog Andrew Bailey
Ook Andrew Bailey, gouverneur van de Bank of England, waarschuwt voor de risico's van steeds krachtigere artificiële intelligentie.
Zijn bezorgdheid gaat alleen veel verder dan de vraag of je AI-agent morgen een betere spaarrekening vindt.
Centrale banken kijken onder meer naar wat er gebeurt wanneer autonome AI-systemen actief worden op financiële markten, hoe ze op elkaar reageren, of ze bestaande marktbewegingen kunnen versterken en welke nieuwe cyberrisico's ontstaan wanneer steeds meer financiële processen door zulke systemen worden uitgevoerd.
Dat zijn terechte vragen. Financiële markten hebben namelijk een vervelende eigenschap: wat individueel rationeel is, kan collectief bijzonder onhandig worden.
Wanneer één belegger verkoopt omdat hij risico ziet, gebeurt er weinig. Wanneer vijf miljoen algoritmes ongeveer hetzelfde risico op hetzelfde moment ontdekken en allemaal dezelfde deur proberen te nemen, wordt het aan die deur plots gezellig.
Daarom onderzoeken centrale banken nu al hoe zulke systemen zich zouden kunnen gedragen.
Dat is iets anders dan het beeld van een kwaadaardige chatbot die op een ochtend besluit ING te gijzelen. Voorlopig toch.
Banken krijgen hun eigen medicijn
Het mooiste aan het verhaal is misschien de ironie. Banken gebruiken zelf al jaren algoritmes en artificiële intelligentie om klanten te analyseren, risico's in te schatten, fraude op te sporen, kredietbeslissingen te ondersteunen en hun eigen processen efficiënter te maken.
Dat vonden ze vooruitgang. Nu krijgt de klant misschien ook zo'n algoritme en plots wordt efficiëntie een systeemrisico. Want een consument die één keer per jaar vergelijkt, is beheersbaar. Een computer die 365 dagen per jaar in de gaten houdt of zijn eigenaar elders drie euro meer kan verdienen, is een vervelendere tegenstander.
Misschien wordt dat zelfs een van de belangrijkste veranderingen die persoonlijke AI veroorzaakt. Niet dat computers slimmer worden dan bankiers, maar dat gewone consumenten eindelijk een digitale assistent krijgen die even obsessief naar hun financiële voordeel kijkt als financiële bedrijven naar dat van zichzelf.
Je AI heeft geen favoriete bank
Voor de spaarder kan dat uiteindelijk behoorlijk interessant worden. Banken zullen klanten immers moeilijker kunnen vasthouden met alleen gewoonte. Ze zullen moeten concurreren met rente, kosten, dienstverlening en andere voordelen die een computer vrij eenvoudig naast elkaar kan leggen.
Een reclamecampagne waarin een gelukkig gezin bij zonsondergang over het strand loopt terwijl ergens onderaan “1,15% basisrente” verschijnt, maakt op een algoritme vermoedelijk weinig indruk. Het strand krijgt nul punten.
Natuurlijk zijn we nog niet zover dat iedereen zijn bankrekening morgen volledig autonoom door een AI laat beheren. Daarvoor zijn technische, juridische en veiligheidsproblemen op te lossen. Je wilt tenslotte redelijk zeker zijn dat je digitale financieel adviseur niet na een softwarefout besluit dat je pensioen het beste rendement haalt in een obscure cryptomunt met een hond als logo.
Maar de richting is interessant. Jarenlang konden banken rekenen op een van de meest menselijke eigenschappen die er bestaan: we weten best dat we zouden moeten vergelijken, maar we hebben er meestal geen zin in.
AI heeft dat probleem niet en misschien is dat uiteindelijk waar sommige bankiers werkelijk wakker van liggen. Niet dat artificiële intelligentie straks ons geld steelt, maar dat het ons vertelt hoeveel geld we laten liggen.