Vraag een Fransman wat typisch Frans is en je krijgt wijn, kaas en baguettes. Een Italiaan begint over pasta, espresso en mode nog voordat je vraag helemaal gesteld is. Vraag een Vlaming wat typisch Belgische cultuur is en de kans bestaat dat hij eerst vijf seconden naar het plafond kijkt. Want bestaat er eigenlijk nog zoiets als Belgische cultuur? Of delen Vlaanderen en Wallonië vooral een koning, een staatsschuld en af en toe een voetbalploeg?
Het vreemde is dat we in het buitenland veel Belgischer lijken dan thuis. René Magritte is er een Belgische kunstenaar, Jacques Brel een Belgische chansonnier, Stromae en Angèle zijn Belgische wereldsterren, Tomorrowland is een Belgisch festival en Kuifje en de Smurfen zijn Belgische strips. Dries Van Noten en Ann Demeulemeester vallen gewoon onder Belgian fashion. Niemand in New York vraagt eerst welke gemeenschap daarvoor bevoegd is.
Thuis doen we moeilijker. Hier zijn we Vlaming, Waal, Brusselaar, Antwerpenaar, Gentenaar of Luikenaar. We wonen in een land dat je op een paar uur kunt doorkruisen, maar cultureel liggen Hasselt en Charleroi soms verder uit elkaar dan Hasselt en Amsterdam. Dus blijft de vraag: wat is anno 2026 eigenlijk nog Belgische cultuur?
We kijken vooral niet naar elkaar
Televisie geeft meteen een deel van het antwoord. Vlaanderen heeft zijn eigen programma's, acteurs, presentatoren, comedians, kranten en BV's. Franstalig België heeft een grotendeels parallel universum met eigen sterren en discussies. Een Vlaamse artiest kan hier een Sportpaleis vullen en vervolgens in Namen rustig een brood kopen zonder één keer herkend te worden. Omgekeerd kan een Waalse tv-ster waarschijnlijk volstrekt anoniem over de Meir wandelen.
Gelukkig is er nog één federale instelling die alle staatshervormingen heeft overleefd. De frituur.
Mayonaise heeft geen taalgrens
Vraag een Vlaming en een Waal waar frieten vandaan komen en de nationale eenheid is plots hersteld, zeker wanneer er een Fransman in de buurt French fries durft te zeggen. Een frietkot heeft geen taalwet nodig en mayonaise begrijpt iedereen.
Met bier lukt het ook aardig. Trappisten, lambiek, geuze, Duvel en abdijbier worden wereldwijd met België geassocieerd en na het derde exemplaar wordt het onderscheid tussen Vlaanderen en Wallonië doorgaans sowieso minder belangrijk.
Gooi er chocolade bij en je krijgt ongeveer het buitenlandse beeld van België: mensen die permanent frieten eten, bier drinken en tussendoor pralines naar binnen werken. Mochten we werkelijk zo leven, dan was cardiologie wellicht een knelpuntberoep.
Maar interessanter is dat België ook cultureel een merk blijkt te zijn zodra je de grens oversteekt. Stromae en Angèle zijn Belgisch, Tomorrowland is Belgisch en onze striptraditie is Belgisch. Wij hebben alleen de onweerstaanbare neiging dat succes achteraf weer netjes in Vlaamse en Franstalige kastjes te stoppen. Zelfs onze strips kregen als het ware een staatshervorming.
Surrealisme: eindelijk iets wat ons bindt
Als er één kunstvorm bij België past, is het natuurlijk surrealisme. Magritte schilderde mannen met bolhoeden, appels voor gezichten en pijpen die geen pijpen waren. Een Belg kijkt daarnaar en denkt vermoedelijk: ja, klinkt logisch.
We wonen tenslotte in een land met verschillende regeringen, overlappende bevoegdheden, faciliteitengemeenten en ministers voor zaken waarvan de gemiddelde burger niet wist dat er een bevoegdheid voor bestond. Surrealisme is bij ons niet alleen een kunststroming. Het is bij momenten een bestuursmodel.
Zelfs onze lelijkheid is ondertussen cultureel erfgoed geworden. Rijd over een Belgische steenweg en je krijgt binnen enkele kilometers een fermette, modernistische kubus, Spaanse villa, bungalow uit 1974 en een woning met Griekse zuilen te zien. Individualisme in baksteen. Vlaanderen en Wallonië lijken soms meer op elkaar dan we willen toegeven.
Hetzelfde geldt voor de koers. De Ronde van Vlaanderen is Vlaams en Luik-Bastenaken-Luik Waals, maar voor de buitenwereld hoort het allemaal bij die vreemde Belgische traditie van kasseien, regen, bier en duizenden mensen die uren langs een weg staan om negen seconden fietsers voorbij te zien komen.
En dan is er Brussel nog
Brussel saboteert sowieso iedere poging om België netjes in twee vakjes te stoppen. De stad is officieel tweetalig, in werkelijkheid meertalig en cultureel een mengeling van Vlaamse, Franstalige, Europese, Afrikaanse, Arabische en talloze andere invloeden.
Een Brusselse artiest kan Congolese roots hebben, in het Frans zingen, Nederlandse woorden gebruiken, Amerikaanse hiphop als inspiratie nemen en vervolgens in Parijs als Belgische artiest worden aangekondigd.
Wie daarvoor het juiste communautaire bevoegdheidsniveau vindt, verdient onmiddellijk een kabinet.
België bestaat vooral vanop afstand
Wanneer we vragen of de Belgische cultuur nog bestaat, doen we alsof er ooit één keurig pakket bestond dat iedereen van De Panne tot Aarlen deelde. Waarschijnlijk is dat nooit zo geweest.
België was altijd een rommelige verzameling talen, regio's, steden en invloeden. Maar zodra je een paar stappen achteruitzet, verschijnt wel degelijk een patroon: strips, mode, elektronische muziek, surrealisme, bier, frieten, wielrennen en architecturale anarchie. Best veel voor een land waarvan de inwoners geregeld beweren dat het cultureel nauwelijks bestaat.
Het grappigste gebeurt wanneer we zelf naar het buitenland gaan. Vraag iemand hier wat hij is en je krijgt Vlaming, Waal, Brusselaar, Antwerpenaar of Luikenaar. Zet diezelfde persoon in New York en na vier minuten zegt hij gewoon: “I'm from Belgium.”
Misschien zien buitenlanders daardoor iets wat wij zelf missen. Belgische cultuur bestaat wel degelijk. Ze is alleen rommelig, meertalig, regionaal en geregeld compleet absurd. België heeft dus wel degelijk een cultuur. We hebben alleen nooit afgesproken welke. En veel Belgischer dan dat wordt het eigenlijk niet.