België is intussen het land van de flitspalen en de slimme camera’s. Rij je één kilometer per uur te snel? Dan registreert een camerabewaking-systeem je nummerplaat haarscherp in full HD. Haalde je tijdens corona een pizza te veel af? Dan wist de overheid dankzij diezelfde camera’s perfect waar je liep. Alles zogezegd “voor onze veiligheid”. Maar in werkelijkheid lijkt het vooral bedoeld om boetes uit te schrijven.
En nu het menens is – een gruwelijke moord in Zeebrugge – blijken die peperdure systemen plots nutteloos. Honderden camera’s in West-Vlaanderen, miljoenen geïnvesteerd in veiligheidstechnologie, maar toen Herwin Alleman op straat werd doodgeschopt, kon de politie nergens terecht. Het enige bruikbare beeldmateriaal? Niet van de overheid. Niet van een politiedrone. Maar van de bewakingscamera van een nachtwinkel die toevallig chips en pintjes aan het verkopen was.
Het is toch hallucinant? We krijgen dagelijks te horen dat al die ANPR-camera’s en flitspalen ons beschermen. Maar in de praktijk zijn ze vooral goed om de brave burger leeg te melken. Parkeer je drie minuten fout in Brugge? Dan staat er gegarandeerd een boete op je bus. Sta je dertig seconden stil op een gehandicaptenplek om snel iets uit te laden? Bam, de camera’s hebben je. Maar als er in Zeebrugge een man vermoord wordt, moet de politie gaan bedelen om de beelden van een nachtwinkel.
De vraag is dan: waar dienen die miljoeneninvesteringen eigenlijk voor? Zeker niet voor de veiligheid. Want die camera’s zien alles, maar blijkbaar alleen als het geld oplevert. De moord in Zeebrugge toont aan dat camerabewaking in België niet draait om bescherming, maar om inkomsten. Als je een moord wil plegen, doe je dat dus beter op een kruispunt vol flitsers dan in de buurt van een nachtwinkel. Want daar, en alleen daar, kijkt er écht iemand mee.