Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

De Gucht reageert: "Ik pleit niet vóór roken. Maar ik wil ook niet dat alles verboden wordt."

Redactie - 25-08-2026

Waarom deze reactie van Frédèric De Gucht een belachelijke kromme redenering is. "Ik pleit niet vóór moord, maar ik wil ook niet dat alles verboden wordt?

Frédéric De Gucht, voorzitter van de partij die nu anders heet dan de vroegere Open VLD, rookt. Dat mag. Hij zegt er openlijk over dat het hem stoort dat roken niet meer lijkt te mogen. Ook dat mag. Waar het misloopt, is bij zijn reactie bij ‘Het laatste Nieuws’, bij de zin waarmee hij zijn positie samenvat: “Ik pleit niet vóór roken. Maar ik wil ook niet dat alles verboden wordt.” Een redenering die zo krom is dat ze belachelijk is.

Alles vóór de 'maar' is verpakking

Een ontkenning, gevolgd door een tegenstelling. In het Nederlands geldt daarbij een ijzeren regel: wat na de "maar" komt, is wat je bedoelt. De rest is beleefdheid.

Je kent de familie waartoe die constructie behoort. "Ik ben geen racist, maar." "Ik heb niets tegen vrouwen, maar." Het eerste deel is een verzekeringspolis, het tweede deel is het standpunt.

De Gucht zegt dus niet dat roken goed is. Hij zegt zelfs meermaals dat het slecht is, en dat hij hoopt dat geen enkele jongere eraan begint. Maar wie zijn politieke gewicht inzet om roken tegen een concrete beperking te beschermen, verdedigt in de praktijk het roken. Niet als overtuiging, wel als uitkomst. En in de politiek tellen uitkomsten, geen intenties.

Wat hij eigenlijk vraagt, is de opbrengst van het verdedigen van rokers zonder de kosten van het verdedigen van roken.

De test die de zin niet overleeft

Wil je zien hoe leeg een uitspraak is? Vul er iets anders in en kijk of ze overeind blijft.

"Ik pleit niet vóór asbest, maar ik wil ook niet dat alles verboden wordt." Grammaticaal correct, klinkt zelfs redelijk. "Ik pleit niet vóór rijden onder invloed, maar ik wil ook niet dat alles verboden wordt." Idem.

Sterker nog: probeer ze op zijn eigen standpunten. "Ik pleit niet vóór binnen roken, maar ik wil ook niet dat alles verboden wordt." Die zou hij nooit uitspreken, want dat verbod steunt hij. De formule wordt dus alleen bovengehaald waar ze goed uitkomt. Dat is geen principe, dat is gereedschap.

De spookrijder op TikTok

Zijn tweede verdedigingslinie is een vergelijking: er staan filmpjes van spookrijders op TikTok, gaan we TikTok dan ook verbieden?

Die redenering klopt niet, en wel om een eenvoudige reden. Spookrijden is al verboden. Wat níét verboden is, is de camera die het filmt. Hij vergelijkt dus het verbieden van een medium met het verbieden van de handeling zelf. Wie die vergelijking wil laten kloppen, moet zeggen: we verbieden het spookrijden, niet TikTok. Vertaald naar zijn eigen dossier betekent dat: we verbieden het roken op die plek, niet de tabaksfabriek en niet de roker.

Zijn analogie pleit dus, netjes doorgedacht, vóór de maatregel waar hij tegen is.

Hetzelfde geldt voor het rijtje daarna. Alcohol, de biercultuur, de pintjes op Pukkelpop, de hamburgers en de frieten. Niemand verbiedt bier. Niemand telt jouw frieten. Elke keer wordt een bestaande maatregel beantwoord met een niet-bestaande maatregel, en elke keer wint hij dat gevecht, want tegen een fictieve tegenstander verlies je nooit.

De foto die hij niet zelf trok

Nog zoiets. Op de vraag van HLN of hij als politicus geen voorbeeldrol heeft, antwoordt hij dat hij die foto niet zelf genomen heeft, dat hij zichzelf geen rolmodel vindt, en of rokers zich dan maar achter een muurtje moeten verstoppen.

Ook dat is drie keer ontwijken in twee zinnen. De foto is niet het punt; het punt is dat hij het onderwerp zelf naar de politiek heeft gebracht, eerst in een weekblad en daarna in een televisiedebat met een kankeronderzoeker. Wie zijn ergernis over het rookbeleid tot partijstandpunt maakt, kan achteraf niet klagen dat er over dat standpunt geschreven wordt.

En dat muurtje bestaat niet. Niemand vraagt rokers zich te verbergen. Er wordt gevraagd om niet te roken op een terras waar anderen zitten te eten. Weer een verbod dat niet bestaat, weer een tegenstander die niet bestaat.

De rekening

In dit land sterven ongeveer één à twee mensen per uur aan de gevolgen van roken. Onze liberaal ontkent dat cijfer niet. Hij zegt alleen dat de verantwoordelijkheid van de overheid op een bepaald moment stopt. Onder het mom van het liberalisme? De Vrijheid?

 

De foto die hij niet zelf trok

Nog zoiets. Op de vraag van HLN of hij als politicus geen voorbeeldrol heeft, antwoordt hij dat hij die foto niet zelf genomen heeft, dat hij zichzelf geen rolmodel vindt, en of rokers zich dan maar achter een muurtje moeten verstoppen.

Ook dat is drie keer ontwijken in twee zinnen. De foto is niet het punt; het punt is dat hij het onderwerp zelf naar de politiek heeft gebracht, eerst in een weekblad en daarna in een televisiedebat met een kankeronderzoeker. Wie zijn ergernis over het rookbeleid tot partijstandpunt maakt, kan achteraf niet klagen dat er over dat standpunt geschreven wordt.

En dat muurtje bestaat niet. Niemand vraagt rokers zich te verbergen. Er wordt gevraagd om niet te roken op een terras waar anderen zitten te eten. Weer een verbod dat niet bestaat, weer een tegenstander die niet bestaat.

De rekening

In dit land sterven ongeveer één à twee mensen per uur aan de gevolgen van roken. Onze liberaal ontkent dat cijfer niet. Hij zegt alleen dat de verantwoordelijkheid van de overheid op een bepaald moment stopt. Onder het mom van het liberalisme? De Vrijheid?

(Foto: P-magazine)

Roken Anders Nieuws nationaal Frédéric de gucht

Reacties

Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken