De federale regering moet dringend een begroting vinden, maar zelfs een werkkader blijkt te hoog gegrepen. Bart De Wever waarschuwt voor een financieel ravijn, Georges-Louis Bouchez wil vooral vermijden dat de kiezer hem met belastingverhogingen associeert en de coalitiepartners bewaken hun eigen taboes alsof de Belgische staat een bijzaak is. De Arizona-regering moet besparen, maar slaagt er voorlopig vooral in zichzelf tegen te werken.
Bart De Wever heeft zijn coalitiepartners nog maar eens gewaarschuwd: ofwel wordt er nu doorgepakt, ofwel krijgt het land binnenkort een rekening gepresenteerd voor jaren van wanbeleid en de onverantwoordelijkheid van vandaag.
Het opgeheven vingertje trilt van de ernst. De gouverneur van de Nationale Bank en de directeur van het Agentschap voor de Schuld hebben de topministers gewezen op het risico van een rentesneeuwbal. Als de huidige trends aanhouden, dreigt de rentelast tegen 2029 almaar zwaarder op de overheidsfinanciën te wegen. In een ongunstiger scenario kan dat moment nog vroeger komen. Hoe langer de regering wacht, hoe kleiner de speelruimte en hoe pijnlijker de maatregelen dreigen te worden.
De waarschuwing is dus niet uit de lucht gegrepen. Alleen zit De Wever met een ander probleem. Hij kan zijn coalitie wel toespreken alsof hij de noodtoestand afkondigt, maar daarmee heeft hij nog geen akkoord. En precies daar knelt het politieke schoentje: ze raken het maar niet eens.
Bouchez, de premier die niet in de Wetstraat 16 woont
De man die momenteel het hardst op de rem staat, heet Georges-Louis Bouchez. De MR-voorzitter verzet zich tegen de geplande btw-verhogingen en houdt vast aan zijn politieke credo dat de overheid moet besparen zonder de burger met extra belastingen op te zadelen. Zijn boodschap klinkt aantrekkelijk voor iedereen die zijn koopkracht wil beschermen, maar wordt een stuk minder overtuigend wanneer niet duidelijk wordt waar de miljarden dan wel vandaan moeten komen.
Politiek journalist Alain Gerlache vatte het scherp samen: België heeft stilaan twee premiers, een officiële en een schaduwpremier. De eerste zit in de Wetstraat 16, de tweede gedraagt zich steeds nadrukkelijker alsof die deur ook voor hem openstaat.
Dat Bouchez zich profileert als verdediger van de koopkracht, is op zichzelf niet vreemd. De MR moet zich onderscheiden van haar coalitiepartners en heeft er alle belang bij om in Wallonië te tonen dat ze belastingverhogingen afremt. Maar de begroting is geen verkiezingsfolder waarin iedere partij haar favoriete belofte kan omcirkelen en de rekening vervolgens op de achterkant van het papier verdwijnt.
De rivaliteit met De Wever maakt de situatie nog ingewikkelder. De N-VA en de MR zijn allebei rechtse partijen, maar dat betekent niet dat ze dezelfde politieke belangen hebben. De Wever wil een akkoord dat de overheidsfinanciën op termijn geloofwaardig stabiliseert. Bouchez wil vermijden dat zijn partij wordt vereenzelvigd met maatregelen die bij de kiezer pijn doen.
De rekening moet betaald worden, maar niemand wil de kassier zijn
De discussie over de btw legt de fundamentele zwakte van Arizona bloot. De regering moet de begroting saneren, maar iedere partij heeft haar eigen definitie van rechtvaardigheid, haar eigen beschermde kiezers en haar eigen lijst met maatregelen waaraan men niet mag raken.
Extra belastingen liggen moeilijk bij de liberalen. Besparingen op sociale uitgaven liggen gevoelig bij Vooruit. Hervormingen van de arbeidsmarkt, de pensioenen en de sociale zekerheid raken aan uiteenlopende politieke en maatschappelijke belangen. En ondertussen blijft de overheid geld uitgeven dat ze steeds duurder moet lenen.
Dat betekent niet dat iedere belastingverhoging verstandig is of dat iedere besparing automatisch de juiste keuze vormt. Maar wie elke mogelijkheid op voorhand uitsluit, maakt van onderhandelen amateurtheater.
De discussie over managementvennootschappen is van hetzelfde laken een pak. Vooruit wil misbruik aanpakken en wijst erop dat een deel van de samenleving fiscaal gunstiger wordt behandeld dan mensen die hun inkomen gewoon als loon ontvangen. Anders-voorzitter Frédéric De Gucht, die zelf een managementvennootschap heeft, verdedigt het systeem als een wettelijke manier om te ondernemen en schuift de hoge lasten op arbeid naar voren als een belangrijker probleem. CD&V wil eveneens optreden tegen misbruiken.
Opmerkelijk genoeg ligt daar mogelijk meer gemeenschappelijke grond dan de deurenkomedie doet vermoeden. Niemand hoeft te beweren dat iedere managementvennootschap een fiscaal achterpoortje is om te erkennen dat misbruik moet worden aangepakt. Evenmin is het onredelijk om de hoge belastingdruk op arbeid ter discussie te stellen.
Zodra het over de verdeling van de lasten gaat, komt de ideologische reflex echter opnieuw boven. Iedereen is voor een rechtvaardige begroting, zolang die rechtvaardigheid niet te veel kost aan de eigen achterban. Ze hebben allemaal hun eigen gelijk, maar we schieten er niets mee op.
Een werkkader zonder groen licht
De stand van zaken is intussen pijnlijk eenvoudig. De top van de federale regering heeft een werkkader besproken waarbinnen een begrotingsvoorstel kon worden uitgewerkt, maar zelfs daarover raakten de ministers het niet eens. De Wever had gehoopt op minstens groen licht voor dat kader. De vergadering eindigde zonder akkoord.
Dat is meer dan een procedureel kleinigheidje. Een werkkader moet de contouren vastleggen waarbinnen de onderhandelaars concrete maatregelen kunnen uitwerken. Als zelfs daarover geen overeenstemming bestaat, is het moeilijk te geloven dat de partijen op korte termijn plots een volledig begrotingspakket uit hun mouw zullen schudden.
De bilaterale gesprekken met de vicepremiers moeten de knopen helpen ontwarren, waarna het kernkabinet opnieuw rond de tafel moet. Maar volgens de berichtgeving is een akkoord op korte termijn allerminst verzekerd.
Bilateraal, wat is dat eigenlijk?
Bilaterale gesprekken: een deftige politieke term voor een reeks afzonderlijke vergaderingen waarin de premier zijn kibbelende vicepremiers één voor één op gesprek roept, in de hoop dat ze individueel verstandiger worden dan wanneer ze samen aan tafel zitten. Iedereen mag zijn eisen, veto's en gekrenkte ego's nog eens toelichten, waarna de premier mag proberen uit al die persoonlijke waarheden één gezamenlijk akkoord te boetseren.
In mensentaal: omdat de regering er niet in slaagt om samen tot een besluit te komen, wordt de ruzie opgesplitst in afzonderlijke afleveringen. Minder publiek gekibbel, meer diplomatiek verpakte koppigheid.
Kortom: een kibbelcoalitie in therapie, met de premier als relatietherapeut en de belastingbetaler als degene die de sessies betaalt.
Is er nog een uitweg?
Ja, maar niet zonder dat iemand zijn favoriete taboe laat vallen. De Wever kan proberen de druk op te voeren, Bouchez kan blijven weigeren en de andere coalitiepartners kunnen hun eigen rode lijnen bewaken. Alleen wordt de begroting daar geen euro gezonder van.
Een uitweg begint met een politiek akkoord over de verdeling van de inspanning. De regering moet niet alleen beslissen hoeveel ze wil besparen, maar ook welke inkomsten ze nodig heeft en welke hervormingen werkelijk iets opleveren. De cijfers moeten daarbij de basis vormen, niet de communicatiestrategie van de partijvoorzitters.
Een compromis betekent nu eenmaal dat geen enkele partij haar volledige programma kan opleggen aan de rest. Dat is de essentie van regeren in een coalitie, hoe graag sommige partijvoorzitters ook de indruk wekken dat hun persoonlijke gelijk zwaarder weegt dan het gezamenlijke akkoord.
De cynische conclusie is dat Arizona voorlopig vooral bewijst hoe moeilijk het is om een regering te vormen rond de noodzaak van verandering, en vervolgens ook daadwerkelijk te veranderen. De partijen zijn het erover eens dat de begroting dringend moet worden aangepakt, maar zodra de prijs van die operatie ter sprake komt, begint het vertrouwde Belgische gezelschapsspel: wijzen naar elkaar, rode lijnen trekken en hopen dat de ander als eerste knippert.
De Wever waarschuwt voor de factuur. Bouchez wil niet degene zijn die ze aan de kiezer presenteert. De rest zoekt vooral een manier om niet met de rekening te blijven zitten.
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)