Melissa Depraetere: een socialist die opkomt voor mensen met geld.
Minister Melissa Depraetere (Vooruit) houdt vast aan haar grote warmtepomp-offensief. Ze wil elektriciteit goedkoper maken door een deel van de belastingen te verschuiven naar aardgas. Op papier klinkt het groen en toekomstgericht. In de praktijk dreigt het vooral een dure rekening te worden voor de gemiddelde Vlaming.
Een tax shift of een tax lift?
Depraetere belooft dat de hervorming budgetneutraal blijft voor wie op gas verwarmt. Toch gelooft de oppositie daar niets van. Vlaams Belang-fractieleider Filip Brusselmans noemt het ronduit een “tax lift”. De meeste Vlaamse gezinnen verwarmen nog altijd met gas of stookolie. Voor hen wordt de energiefactuur gewoon duurder, terwijl ze weinig voordeel halen uit goedkopere elektriciteit.
Gebrek aan transparantie
Ook Anders en PVDA zijn kritisch. Tom Ongena (Anders) vraagt om duidelijke simulaties: wie wint er en wie betaalt er uiteindelijk? Tot nu toe blijft de regering vaag over de cijfers. PVDA betwijfelt zelfs of elektriciteit onder dit plan écht goedkoper wordt.
Coalitiepartner Groen plaatst kanttekeningen
Zelfs binnen de meerderheid klinkt scepsis. Groen-parlementslid Nadia Naji erkent dat de financiële drempel voor een warmtepomp nog altijd te hoog ligt voor veel gezinnen. Duizenden euro’s investeren, plus isolatiewerken, is voor velen onhaalbaar. Dat we daar nu! zelf niet op konde komen!
De realiteit van de gemiddelde Vlaming
Honderdduizenden Vlamingen hebben een goed werkende gasketel of stookolieketel. Zij zien weinig reden om die nu al te vervangen door een dure warmtepomp. Voor hen voelt het beleid aan als een ideologische keuze die vooral hún portemonnee treft.
Eén voor allen, maar niet voor iedereen
Een warmtepomp koop je niet zoals je een broodrooster koopt. Je legt er, met de installatie en de aanpassingen erbij, al snel tien- tot vijftienduizend euro voor op tafel. En dat werkt alleen in een woning die al goed geïsoleerd is, want een warmtepomp in een tochtige rijwoning uit de jaren zestig verwarmt vooral de straat. Dus wie zet de stap? Juist. De eigenaar met een recent huis, een spaarpotje en een fiscaal adviseur. Wie huurt, doet niks — je gaat geen pomp van vijftienduizend euro schroeven in een huis dat niet van jou is. En wie in zo'n slecht geïsoleerde woning zit zonder de centen om eerst de hele schil aan te pakken, die blijft bij zijn oude ketel. Met, als toemaatje, een energiefactuur die de komende jaren níét de goede kant op gaat.
Nu zal Vooruit zeggen: daar hebben we premies en energieleningen voor. En dat klopt, die bestaan. Alleen dekt een premie zelden de volledige factuur, ze wordt bovendien meestal áchteraf uitbetaald, en je moet die duizenden flappen dus eerst zelf op tafel kunnen leggen. Een renteloze lening is mooi, maar een lening blijft een schuld, en een schuld neem je pas als je gerust bent dat je ze kunt dragen. Precies de mensen voor wie dit plan bedoeld heet te zijn, zijn de mensen die zo'n gok niet kunnen maken.
En dan is er dat ene zinnetje in de beslissing zelf, dat je bijna zou missen. De budgettaire impact, staat er, wordt "voorwerp van nader onderzoek". Vertaald: er ligt een plan op tafel dat nog niet becijferd is. En een plan dat niet becijfert wat het kost, becijfert ook niet wie het betaalt. Dat weten we pas later. En "later" landt in dit land met een opmerkelijke regelmaat op dezelfde schouders.
Daar zit de pijnlijke tegenstelling voor een socialistische minister. Je verkoopt een maatregel als sociaal én groen, maar zonder ernstig prijskaartje en zonder eerst het slechtste deel van ons woningpark aan te pakken, beloon je vooral wie al vooropstond. Dat is geen herverdeling. Dat is de toekomst verdelen onder wie ze zich nu al kon veroorloven, en de rest een factuur beloven waarvan de hoogte nog niet vaststaat.
Ontwerp je een energiebeleid voor iederéén — huurder, kleine spaarder, bewoner van een oud huis — of voor wie vandaag toevallig al aan de goede kant van de warmtepomp staat?
Voor een partij die haar hele bestaan aan dat verschil ophangt, is dat geen detail. Dat is de kern.
(Foto: Bert Van Den Broucke/Photo News)