We hebben er een nieuwe beroepscategorie bij. Na jaren waarin we vooral kennismaakten met ‘klimaatwetenschappers’, ‘klimaatactivisten’, ‘klimaatsceptici’ en uiteraard de levensgevaarlijke ‘klimaatontkenners’, laat Het Nieuwsblad dit weekend drie ‘klimaatkenners’ aan het woord. Een heerlijk woord.
België heeft een uitzonderlijk hete en droge zomer achter de rug. Volgens weerman Frank Deboosere wordt het zelfs de warmste zomer sinds het begin van de metingen, met een gemiddelde temperatuur van ongeveer 21,1 à 21,2 graden. We kregen drie hittegolven over ons heen, zeventien tropische dagen en acht tropische nachten.
Hydroloog Patrick Willems komt met minstens even opvallende cijfers. Dit was volgens hem de zevende droge zomer in tien jaar tijd, terwijl zulke zomers vóór 2000 ongeveer eens om de twintig jaar voorkwamen. Op 85 procent van de meetplaatsen stond het grondwater laag of zeer laag.
Je hoeft dus geen klimaatkenner, klimaatontkenner of klimaatietsanders te zijn om vast te stellen dat het behoorlijk droog en warm was. Maar daarna wordt het interessant.
VUB-klimaatwetenschapper Wim Thiery noemt de zomer van 2026 eentje “uit het handboek van de klimaatverandering” en waarschuwt: “Dit is nog maar het begin.”
De oplossing kent hij eveneens. We moeten de CO₂-uitstoot stoppen en daarvoor “onmiddellijk afstappen van olie, kolen en gas”.
Euh, professor? Hoe precies? Maar gelukkig blijkt ook dat probleem min of meer opgelost.
Volgens Thiery ligt technologisch alles klaar: elektrische auto's, zonnepanelen, thuisbatterijen, warmtepompen en centrales die draaien op wind- en waterkracht. We hoeven daarvoor volgens hem zelfs ons leven niet helemaal om te gooien.
Zijn oplossing in één prachtige zin: “We moeten voor onze energie simpelweg niets in de fik steken.”
Kijk. En wij maar denken dat de energietransitie ingewikkeld was.
Nu willen wij absoluut niet beweren dat Thiery ongelijk heeft over de noodzaak om fossiele brandstoffen af te bouwen. Alleen wordt het vanaf hier interessant om eens te kijken wat ‘simpelweg niets meer in de fik steken’ werkelijk betekent.
Want olie, gas en steenkool worden vandaag niet alleen gebruikt omdat iemand bij Electrabel vuur zo gezellig vindt.
We verwarmen er woningen mee, drijven industrie aan, vervoeren goederen, laten vliegtuigen vliegen, produceren materialen en halen er een aanzienlijk deel van onze energie uit.
Wanneer we auto's elektrisch maken, huizen met warmtepompen verwarmen én delen van de industrie elektrificeren, moet die elektriciteit ergens vandaan komen.
En uiteraard kunnen zonnepanelen en windmolens daar een steeds groter gedeelte van leveren. Alleen schijnt de zon 's nachts nog altijd bijzonder weinig en heeft de wind de vervelende eigenschap geen rekening te houden met onze elektriciteitsbehoefte.
Daarvoor heb je dus netwerken, opslag, regelbare capaciteit en gigantische investeringen nodig.
Misschien kan het allemaal. Maar ‘simpelweg’ is wel een bijzonder ambitieus bijwoord.
En wat als je de zomer gewoon leuk vond?
Ook Frank Deboosere heeft ondertussen slecht nieuws voor iedereen die de voorbije maanden op een terras heeft gezeten en dacht: eindelijk nog eens een goeie zomer.
Hij hoorde mensen zeggen dat ze hiervoor gerust ieder jaar zouden tekenen en concludeert: “Dan heb je het echt niet begrepen.”
Dat vinden wij dan weer een beetje streng. Een mens kan namelijk twee gedachten tegelijk hebben. Je kunt begrijpen dat een structurele stijging van hitte en droogte grote problemen veroorzaakt én bijzonder gelukkig worden van 27 graden, een barbecue en een koude pint.
Wij durven zelfs nog verder gaan: iemand die zegt “wat een zalige zomer” presenteert daarmee doorgaans geen peerreviewed wetenschappelijke analyse van de mondiale temperatuurontwikkeling.
Hij bedoelt meestal: “Ik heb drie weken mijn terras kunnen gebruiken.” Het onderscheid lijkt klein, maar kan tijdens familiefeesten behoorlijk wat discussies voorkomen.
Klimaat kennen is nog niet hetzelfde als alles kennen
En daar zit misschien het merkwaardigste aan het etiket ‘klimaatkenners’. Deboosere kan ons uitstekend vertellen hoe uitzonderlijk temperaturen zijn. Thiery weet veel meer over klimaatmodellen dan wij ooit zullen weten. Willems kan uitleggen wat droogte met onze grondwatervoorraden doet.
Allemaal bijzonder nuttige expertise. Maar zodra de conclusie wordt: dit energiebeleid moeten we voeren, deze technologieën zijn voldoende en daarvoor hoeven we onze levenswijze nauwelijks te veranderen, zijn we niet alleen meer over klimaatwetenschap bezig.
Dan hebben we het ook over economie, energievoorziening, technologie, infrastructuur, betaalbaarheid en uiteindelijk politiek. En daar bestaan óók kenners van.
De interessante vraag is: als we morgen werkelijk besluiten niets meer ‘in de fik te steken’, wat moeten we dan bouwen, wat kost dat, hoelang duurt het en blijft het licht ook branden wanneer het buiten donker en windstil is?
Dat zoeken we graag uit. Desnoods vragen we het aan een energiekenner.