“Te trots op zijn eigen apartheidssysteem.”
Wanneer een politieke partij een zinkend schip is, wordt er wel eens ballast overboord gegooid. Het dossier Pieter De Crem is te zwaar geworden om het scip drijvend te houden. De voormalige minister en huidige burgemeester van Aalter is in opspraak geraakt voor een inschrijvingsbeleid dat zó selectief als dat van een louche nachtclub. Partijvoorzitter Sammy Mahdi durft ondertussen zelfs luidop na te denken over iets wat in CD&V-kringen normaal enkel fluisterend gebeurt: iemand buitenzetten.
“Fier op discriminatie”: de burgemeester als zelfverklaarde grenswachter
Het begon met een reportage van Pano en een onderzoek van De Morgen, die blootlegden dat burgers met een vreemde naam in Aalter stelselmatig op een wachtrij belanden zodra ze hun domicilie proberen te regelen. Geen toeval, geen administratieve chaos, maar een bewuste selectie aan de poort. Pieter De Crem, die Aalter bestuurt als ware het zijn privéclub, leek er tijdens de uitzending zelfs geen greintje spijt over te voelen. Integendeel. “Hij leek bijna fier op de discriminatie”, aldus Mahdi. En dat is nog zacht uitgedrukt: De Crem straalde de zelfverzekerdheid uit van een man die denkt dat mensenrechten optioneel zijn — zolang je ze maar in foutloos Nederlands opzijschuift.
CD&V krabt zich aan het geweten
Dat de partijtop nu eindelijk overweegt om De Crems uit de partij te zetten, is veelzeggend. Dat staat niet in de bijsluiter van de tjeef. Maar de beelden waren te confronterend, de uitleg te schraal en de morele geurhinder te penetrant. “Als uit de audit blijkt — en laten we eerlijk zijn, die signalen zijn er — dat er structureel gediscrimineerd werd, dan gaan we de deontologische commissie samenroepen”, zegt Mahdi in ‘De Zondag’. Een zeldzaam moment van ruggengraat in een partij die het vaak houdt bij zuchten en diplomatieke halfzinnen.
Mahdi is duidelijk in zijn verontwaardiging: niet alleen het beleid van De Crem, maar vooral de kille achteloosheid waarmee hij zijn apart loket voor vreemde namen verdedigde, schoot in het verkeerde keelgat. “Ik kan begrijpen dat een burgemeester streng wil zijn. Maar dat hij geen enkele schroom toonde... dat heeft mij veel pijn gedaan.” Als zelfs Mahdi — een kerel doorgaans eerder bruggen bouwt dan bruggen opblaast — zich zo uitlaat, dan weet je dat het menens is.
De Crem: dinosauriërs spreken geen woke
De Crem zelf blijft koppig op zijn berg van betutteling zitten, de sabel in de hand, de blik op Brussel, waar hij allang geen deel meer van uitmaakt. Mahdi bevestigt het met een streep politieke clair-obscur: “Pieter maakt sowieso geen deel meer uit van het nationale verhaal dat wij vandaag schrijven.” Een beleefde manier om te zeggen: hij hoort niet meer bij ons. Al zal De Crem dat vermoedelijk als een compliment beschouwen. Want in De Crem’s wereldbeeld is elke vorm van kritiek verdacht en elke audit een aanval op het gezond verstand. Wie in zijn gemeente woont, moet niet alleen ‘de taal spreken’, maar ook liefst geen familiebanden hebben met pakweg Marrakesh, Warschau of Kinshasa. Dat die houding in strijd is met zowat elk grondwettelijk artikel over gelijke behandeling, lijkt hem nauwelijks te storen. De Crem denkt nog altijd dat hij minister is in een tijdperk zonder camera’s, zonder rapporten en zonder burgers met een advocaat.
Interne schade: CD&V sleurt zichzelf mee
De schade beperkt zich intussen niet tot de muren van het Aalterse gemeentehuis. Binnen de partij woedt een ongemakkelijke discussie over hoe lang men dit heeft geweten, en wie allemaal wegkeek. Justitieminister Annelies Verlinden werd al in de flank geraakt omdat ze signalen zou hebben ontvangen, maar te weinig gedaan zou hebben. En dus gaat het verder dan De Crem. Het gaat over een partij die zich jarenlang laat gijzelen heeft door een lokale potentaat met een nationale naam. Over ministers die zwijgen uit gemak, of erger: uit partijbelang.
Mahdi voelt die hete adem ook. De keuze om De Crem al dan niet buiten te gooien, is tegelijk een graadmeter voor zijn eigen leiderschap. Wie geen tucht durft toepassen op de eigen achterban, verliest elke geloofwaardigheid tegenover de buitenwereld. Zeker als die buitenwereld bestaat uit mensen die jaren hebben moeten wachten op hun domicilie omdat hun naam niet eindigt op -ens of -elst.
Deontologie of doofpot?
Binnenkort volgt dus de audit, gevolgd door de deontologische commissie. Een prachtig woord voor een ritueel waarbij politici elkaar vertellen wat ze al lang weten. Doch, deze keer lijkt er wel echt een rode lijn overschreden. Niet omdat De Crem de regels met voeten trad, maar omdat hij dat deed met opgeheven hoofd en stalen blik in de camera. Zonder gêne, zonder nuance, en — voor wie goed keek — met een haast triomfantelijke flair.
CD&V staat nu voor de keuze: laat je zo’n man het gezicht van je partij blijven, of trek je de lijn daar waar de grondwet het dicteert? Mahdi lijkt alvast richting exit te sturen. Maar de geschiedenis leert: tussen “lijken” en “doen” ligt in de Wetstraat vaak nog een heel legertje partijcoryfeeën met koudwatervrees.
(Foto: Xavier Piron/Didier Lebrun / Photonews)