“Je kan wel roepen vanaf de zijlijn, maar je verandert er geen zak mee.”
Vooruit-voorzitter Conner Rousseau probeerde maandagavond in ‘De Afspraa’k zijn regeringsdeelname te verdedigen. De rode rebel ligt onder vuur sinds Bert Engelaar, de grote man van de socialistische vakbond, dit weekend op de Belgische brunchklassieker De Zondag verklaarde dat Vooruit "nooit" had mogen meestappen in de regering-De Wever. Rousseau sloeg en zalfde: “De sociale strijd wordt niet alleen op straat gevoerd. Ze wordt ook gewonnen aan de onderhandelingstafel.”
De straat versus de zaal
“De grootste slachtoffers van dit beleid zijn de mensen die het al moeilijk hadden”, brieste Engelaar. “Ik snap niet hoe een socialistische partij daarin kan meegaan.” Daarmee gaf de vakbondsman de Vooruit-voorzitter een stamp in het kruis die je normaal alleen tijdens verkiezingsdebatten ziet.
Maar Rousseau is een man die altijd gelijk heeft, ook als hij geen gelijk heeft. In de politiek is dat een kwaliteit om ‘u’ tegen te zeggen. “De ene zegt dat we niet ver genoeg gaan, de andere zegt dat we te ver gaan,” antwoordde hij. Met andere woorden: wie iedereen probeert te plezieren, bereikt niemand. En vooral: het is makkelijk roepen vanop het trottoir. Echte macht wordt binnen gehaald tussen de pluchen stoelen en koffiemokken van de regering.
Niet twitchen, maar knokken
Rousseau schetste voor zijn critici het alternatief: “Ik had het mezelf gemakkelijk kunnen maken. Gewoon niét in de regering stappen. Elke dag een verontwaardigd berichtje op Twitter, Insta of Facebook droppen: 'Schande hier, schande daar.'”
Dat zou natuurlijk applaus opleveren van de usual suspects aan de toog en in de vakbondslokalen. Maar op 1 mei, zo stelde Rousseau, had hij dan moeten toegeven: “Sorry kameraden, ik heb jullie woede gedeeld, maar niets opgelost.”
Geen mirakels, wel meters
Door mee te besturen, aldus Rousseau, maakt Vooruit tenminste verschil: de nettolonen gaan omhoog, de minimumlonen stijgen, de automatische indexering blijft overeind, en er wordt geïnvesteerd in zorg en welzijn. Geen grootse revolutie, toegegeven, maar wel een concrete verbetering voor honderdduizenden mensen. Kwestie van interpratie, zullen we maar zeggen.
“Ja, er zijn meer vragen dan we nu antwoorden kunnen geven”, gaf Rousseau ruiterlijk toe. Maar beter een halve overwinning dan een volledige nederlaag, dat is de onderliggende boodschap.
Begroting? Kwestie van realisme
En dan was er nog die andere hete aardappel: het begrotingstekort. Ooit droomde de regering-De Wever ervan om tegen 2029 netjes onder de 3 procent te duiken. Vandaag ziet zelfs Rousseau dat als een illusie. “Dat lukt deze legislatuur niet meer,” bekende hij. Klinkt nuchter en wijs. Tot Conner dan toch weer schakelde naar hetzelfde refrein: zonder Vooruit was het nóg erger geweest. “Had ik me er tussenuit gemuisd, dan zaten we nu nog steeds zonder regering. Dan waren we als land bijna failliet gegaan. En dan waren de maatregelen die mensen vandaag al moeilijk vinden, nog duizend keer harder aangekomen.”
Liever vuile handen dan propere praat
Conner Rousseau kiest dus duidelijk partij: niet voor de ronkende slogans, niet voor de zuivere ideologische lijn, maar voor de moeilijke middenweg van vuile handen en besmeurde hemden. De vraag is alleen: volgen zijn kiezers hem in dat avontuur? Of keert straks de achterban hem de rug toe – precies omdat hij het spel meespeelt dat hij altijd zo hard heeft bekritiseerd?
Wat denk jij: pragmatische held of verrader van de rode zaak?
(Foto: screenshot X/De Afspraak)