Banken laten phishingslachtoffers massaal vallen: twee op de drie slachtoffers krijgen ondanks hun gelijk geen cent terug.
Phishing blijft in België een goudmijn. In één jaar tijd haalden cybercriminelen bijna 50 miljoen euro binnen, ondanks steeds verfijndere fraudedetectie bij banken. Als je denkt dat het financiële systeem klaarstaat om slachtoffers te helpen,is naïef: instellingen negeren in de meerderheid van de dossiers zelfs de adviezen van hun eigen ombudsman. De ‘kleine lettertjes’ aan de macht.
Ons land staat ondertussen bekend als Europees koploper in effectieve financiële schade na phishing. Kampioen zijn is plezant, toch?
Een beheerder die alles kwijt is
Een ondernemer uit het Antwerpse — die om privacyredenen anoniem blijft — doet bij de krant ‘De Tijd’ zijn boekje open. Hij ontdekte deze zomer hoe snel één klik een financieel mijnenveld wordt. Via een tweedehandsplatform belandde hij in een op het eerste gezicht betrouwbaar gesprek met een vage kennis. De link die hij toegestuurd kreeg, leek sterk op een gekende betaalomgeving. Pas de volgende ochtend bleek hoe ver de schade reikte.
De man beheerde verschillende bedrijfsrekeningen, zijn privéfinanciën én de spaarboekjes van zijn kinderen. Binnen een tijdsspanne van enkele uren waren alle tegoeden weggesluisd, van kleine overschrijvingen tot transacties van tienduizenden euro’s richting rekeningen in meerdere Europese landen. De lokale politie kon slechts een fractie recupereren.
Zijn bank schoof de verantwoordelijkheid volledig naar hem: volgens het interne oordeel was er sprake van nalatigheid, en werden de transacties bestempeld als handelingen die “door de klant zelf werden toegestaan”. Dat de wet die termen – noem het de kleine lettertjes – niet helder definieert, speelt hier in het voordeel van de instellingen.
Ombudsfin: adviezen die banken nauwelijks volgen
De financiële ombudsman beoordeelt phishingdossiers volgens een eenvoudige logica: wanneer gegevens door criminelen onderschept worden en zij de transacties zelf initiëren, staat het slachtoffer in zijn recht. Pas wanneer slachtoffers actief codes doorgeven of ingeven in digitale toepassingen, wordt het dossier anders bekeken.
Toch blijkt uit de jaarcijfers dat banken veel strenger oordelen dan Ombudsfin. Slechts een derde van de slachtoffers die door de ombudsman gelijk kregen, werd uiteindelijk daadwerkelijk vergoed door hun bank. Twee op de drie “terechte slachtoffers” blijven achter zonder compensatie.
Detectie blijft stagneren, schade stijgt
Volgens sectorfederatie Febelfin wordt driekwart van alle frauduleuze transacties geblokkeerd vóór ze schade kunnen aanrichten. Maar die 75 procent blijkt al jaren een plafond te zijn: in 2016 onderschepte de sector ongeveer de helft van alle verdachte transacties, waarna het percentage geleidelijk steeg — om sinds 2020 vast te lopen.
Ondertussen blijft België opmerkelijk kwetsbaar. Internationale analyses bevestigen dat nergens anders in de Europese Unie de kans op effectieve financiële schade bij phishing zo hoog ligt.
Regels die te laat komen
De strijd tegen online bankfraude staat nochtans expliciet in het federale regeerakkoord. Er komt Europese wetgeving die eindelijk moet verduidelijken wanneer een klant als “grof nalatig” mag worden beschouwd, maar die definitie wordt pas richting 2027 in nationaal recht omgezet. Tot zolang blijven zowel banken als slachtoffers navigeren in een juridisch niemandsland.
Slachtoffers vallen tussen de mazen
De ondernemer van eerder belichaamt dat vacuüm. Na de melding bij de bank, een klacht bij de politie en een zoektocht naar tijdelijke financiële ademruimte, hoorde hij niets meer. Een volledige spaarpot — zakelijk en privé — verdween, terwijl de officiële instanties er geen sluitend kader op kunnen plakken.
Zijn verhaal staat niet op zichzelf: het is intussen representatief voor een bredere realiteit waarin slachtoffers systematisch worden doorgestuurd, afgewezen of beschouwd als medeverantwoordelijk.
Het resultaat is een land waar cybercriminelen steeds behendiger worden, maar waar de bescherming van consumenten en ondernemers achterop hinkt — en waar wie pech heeft in stilte opdraait voor de rest.
(Foto: Pixabay)