Van vrijwillige keuze naar verplichte overstap. Vandaag wordt nog 65 procent van de Vlaamse woningen verwarmd met aardgas. Toch maakt de Vlaamse regering werk van een toekomst waarin diezelfde gezinnen hun gasverwarming uiteindelijk moeten opgeven. Wat eerst vrijwillig moet gebeuren, kan later verplicht worden.
De gaskraan gaat dicht. Alleen nog niet vandaag
Het staat er bijna achteloos: Vlaanderen laat de uitfasering van het aardgasnet voorbereiden. Fluvius krijgt de opdracht om ‘uitdienstnameplannen’ te maken. Om de vier jaar moet zo'n plan worden opgesteld, telkens met een vooruitblik van tien jaar en een concrete lijst van locaties waar het gasnet kan worden stopgezet.
Met andere woorden: de gaskraan gaat op termijn dicht.
Niet voor iedereen tegelijk, uiteraard. In eerste instantie wordt gekeken naar plaatsen waar duurzame alternatieven zoals warmtenetten beschikbaar zijn of waar het merendeel van de klanten al is overgeschakeld op elektrische verwarming met warmtepompen.
En wie als laatste overblijft? Die kan uiteindelijk verplicht worden om afscheid te nemen van zijn gasaansluiting.
Gij zult elektrificeren
De officiële boodschap klinkt geruststellend: mensen moeten in de eerste plaats worden aangemoedigd om vrijwillig over te schakelen op elektrische verwarming. Dat klinkt een stuk vriendelijker dan: uw gas wordt afgesloten.
De redenering is op zich logisch. Hoe minder mensen nog gas gebruiken, hoe duurder het wordt om een volledig netwerk te onderhouden voor de overblijvers. Fluvius waarschuwt zelf dat een gasnet waarop nog slechts enkele klanten aangesloten zijn zeer grote maatschappelijke kosten met zich meebrengt.
Op termijn kan daarom een kantelpunt ontstaan waarbij de resterende klanten gedwongen van het gasnet worden gehaald.
Politieke paradox
Eerst wordt de burger aangemoedigd om van het gas af te stappen. Daarna wordt het gasnet zo weinig gebruikt dat het economisch steeds moeilijker wordt om het voor de overblijvers te onderhouden. En vervolgens wordt het verdwijnen van dat net een reden om ook de laatste gebruikers ervan af te halen.
En wie betaalt de overstap?
Een warmtepomp is geen broodrooster die je morgen in het stopcontact steekt. Niet elke woning is geschikt voor dezelfde oplossing. Soms zijn isolatiewerken nodig. Soms moet de volledige verwarmingsinstallatie worden aangepast.
Daar hangt een prijskaartje aan, mijnheer Diependaele.
Zelfs Fluvius waarschuwt daarvoor. Als er geen betaalbaar alternatief beschikbaar is en mensen toch van het gas worden gedwongen, dreigt een zeer hoge factuur.
Wie betaalt wanneer de klimaatambitie bij de voordeur van de Vlaming arriveert?
Van vrijwillig naar: sorry, het moet
Voorlopig is er nog geen algemene datum waarop alle Vlaamse woningen van het gas moeten. Maar de richting is duidelijk.
Fluvius moet straks plannen maken waarin staat waar en wanneer delen van het gasnet buiten dienst kunnen worden gesteld. Eerst zal dat ‘opportunistisch’ gebeuren, bijvoorbeeld in een straat die toch al wordt opengebroken voor rioleringswerken en waar nog maar één of twee klanten gas gebruiken. Daarna kan het gasnet structureler worden afgebouwd.
‘Efficiënt netbeheer’, heet zoiets.
Maar voor de bewoner die zijn huis jarenlang met gas verwarmde, voelt het wellicht iets anders.
Vlaanderen als één groot renovatieproject
Vlaanderen engageerde zich om tegen 2050 klimaatneutraal te worden. Dat klinkt ambitieus en vooral – een beetje – ver weg. Voor wie vandaag een woning bezit, is 2050 echter helemaal niet abstract.
De renovatiepremie, de energieheffing, de keuze van het verwarmingssysteem, de waarde van een woning: langzaam maar zeker wordt de klimaatpolitiek een factor in de dagelijkse huishoudboekhouding.
En dus ook in de waarde van een huis.
Wie vandaag een goed werkende gasketel heeft, krijgt daarmee geen garantie dat die installatie ook over tien of vijftien jaar nog de logische keuze is. De infrastructuur waarop ze draait, kan immers op termijn verdwijnen.
De laatste klant wordt de duurste klant
Fluvius zit met een reëel probleem. Een netwerk onderhouden voor miljoenen klanten is één zaak. Een netwerk in stand houden voor een handvol koppige overblijvers is financieel een heel andere oefening.
Daar ligt ook de grens tussen infrastructuurbeleid en overheidsdwang.
Wat gebeurt er met iemand die niet kan of wil investeren in een warmtepomp? Wat met een oudere woning die technisch moeilijk aan te passen is? En wat met gezinnen voor wie een nieuwe verwarmingsinstallatie simpelweg te duur is?
Op al die vragen ligt vandaag nog geen definitief antwoord klaar. Het ontwerpdecreet is pas een eerste stap. Er volgen nog adviezen en daarna moeten de Vlaamse regering en het Vlaams Parlement zich opnieuw over het dossier buigen.
Eerst het kader, daarna de concrete rekening.
De nieuwe energieregel: kies zelf, zolang je maar juist kiest
De Vlaamse regering moet de komende tijd nog bepalen wanneer Fluvius zijn eerste uitdienstnameplannen klaar moet hebben, welke gebieden voorrang krijgen en onder welke voorwaarden een aansluiting daadwerkelijk mag worden afgesloten.
Ook de Vlaamse Nutsregulator krijgt een belangrijke rol. Pas wanneer die de exitplannen van Fluvius heeft goedgekeurd, kunnen klanten op de betrokken locaties daadwerkelijk van het gas worden afgesloten.
Het is dus nog geen kwestie van morgen wakker worden en ontdekken dat de gasketel dood is.
Maar de richting is wel gezet.
Eerst wordt de overstap aangemoedigd. Daarna wordt het gasnet afgebouwd. En uiteindelijk kan de keuze verdwijnen.
Dat is de ongemakkelijke waarheid achter de keurige beleidstaal.
De burger mag voorlopig nog kiezen hoe hij zijn huis verwarmt.
Maar de overheid is al aan het bepalen welke keuzes straks nog overblijven.
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)