“Straffen helpen toch niet”: jeugdrechter laat dader steekpartij vrijuit gaan.
Een 21-jarige Gentse jongeman die betrokken was bij een laffe bendeaanval en een bijna dodelijke steekpartij, mag na drie jaar procederen naar huis met... een vermanend vingertje. Geen werkstraf, geen jeugdinstelling, geen juridische aantekening. Alleen de boodschap als: “Jongen toch, dat was niet lief. Probeer het volgende keer wat minder scherp te reageren.”
Drillrap, messen, en een valstrik met chirurgische afloop
We spoelen terug naar 25 september 2021. De Gentse jongerenbende – in de marge van drillrap en het type jeugd dat YouTube verwart met GTA – hoort dat er Aalsterse jongens op weg zijn naar hun wijk voor een feestje. De ontvangst? Geen pintjes of beats, maar messen, helmen en mondmaskers. Ze omsingelen één van de bezoekers, de 21-jarige Kenny, en slaan hem in mekaar en geven hem enkele messteken.
Kenny krijgt drie messteken terwijl hij op de grond ligt. Drie. Zeg maar dag tegen school, toekomst, veiligheid, en dag tegen het leven — ware het niet dat een zes uur durende spoedoperatie het verschil maakt tussen urn en herstel. Al was dat herstel allesbehalve compleet: zijn studies moesten eraan geloven, littekens voor het leven inbegrepen.
De vier meerderjarige aanvallers kregen hun verdiende straf in juni 2023: tussen de 18 maanden effectief en 40 maanden met uitstel. De correctionele rechter noemde het – geheel terecht – een “nutteloze en brutale raid” en sprak zijn bezorgdheid uit over het totale gebrek aan schuldinzicht.
Maar dan is er J. — of hoe een minderjarige in dit land moeiteloos ontsnapt aan de wet
Voor J., toen 17 jaar en ondertussen 21, liep het allemaal net iets anders. Omdat hij minderjarig was op het moment van de feiten, belandde zijn dossier op het bureau van de jeugdrechter. Die zaak werd jarenlang met juridische acrobatie vooruitgeschoven.
Nu, drie jaar later, oordeelt de rechter dat J. wel degelijk mededader was. Hij stak niet zelf, maar hielp Kenny insluiten. Evenwaardig fout, zegt het strafwetboek. Maar dan komt de rechter met een Kafkaïaanse motivering.
J. krijgt géén straf. Geen 220 uur werkstraf, zoals het parket eiste. Geen jeugdinstelling, al was het maar voor drie maanden. Omdat de straf “toch niet zou worden uitgevoerd”. De rechtbank kan niet anders, zegt de rechter letterlijk. Niet omdat de feiten niet ernstig zijn – die zijn dat wel. Maar omdat het Belgische jeugdsysteem zo erbarmelijk onderbemand en ondergefinancierd is, dat een sanctie sowieso in het juridisch zwart gat belandt.
Een juridisch fuck-you aan het slachtoffer
Dus wordt J. symbolisch op de vingers getikt. Een ‘berisping’. Het juridische equivalent van: “Allez, zwijg nu maar en probeer het volgende keer zonder bloedspatten.” Voor de volledigheid: een berisping heeft geen strafrechtelijke gevolgen, geen strafblad, geen beperkingen. Niets. Het is de meest flauwe uitkomst die de wet toelaat.
Advocaten van het slachtoffer Kenny - die nog elke dag met fysieke en mentale littekens leeft - zijn logischerwijs woedend. “Een berisping staat totaal niet in verhouding tot de feiten,” klinkt het. En dat is nog zacht uitgedrukt. Deze uitspraak is geen signaal aan jongeren dat geweld niet loont — het is een briefje van vrijstelling, een handleiding voor elke minderjarige met messen en machismo.
Justitie heeft hier niet alleen gefaald — ze heeft zichzelf in haar blootje gezet: onmachtig, onderbemand en moreel uitgehold.
De put is diep, en er wordt nog verder gegraven
In haar vonnis probeert de jeugdrechter zich in te dekken: “De ervaring leert dat vooraleer een meerderjarige kan instromen in een gemeenschapsinstelling, al zoveel tijd is verstreken dat de straf toch niet meer wordt uitgevoerd.” Of nog: “Hij profiteert van het gebrek aan middelen en zijn huidige leeftijd.”
Mooi. De rechter erkent dus zwart op wit dat het systeem niet werkt.
Het failliet van een systeem
Wat hier gebeurt, is geen juridische misser. Het is een symptoom van een complete instorting van de jeugdrechtbank als instrument van rechtvaardigheid. Wat er overblijft is frustratie en woede bij slachtoffers, en feestje in de achterkamers van jeugdbendes.
Een rechtsstaat die haar slachtoffers zo in de kou laat staan, is ziek. En als niemand het mes uit deze wonde haalt, zal het bloeden alleen maar doorgaan.
Kenny zal ermee moeten leven. J. niet. Die wandelt naar buiten met een schouderklopje van de staat, op zoek naar zijn volgende track of conflict. En justitie? Die mag zichzelf nog eens berispen. Maar dan écht hard. In de spiegel.
(Foto: Pixabay)