En wie mag dat betalen?
De NAVO zet zich schrap voor een historische verhoging van de defensienorm: van 2 naar 5 procent van het bbp. Die herziening lijkt op de komende top in Den Haag zo goed als zeker. Je moet geen diploma economie op zak te hebben om te weten dat dat voor Belgiƫ ingrijpende budgettaire gevolgen zal hebben. De regering-De Wever maakt zich alvast op voor een ongemakkelijke spreidstand: de norm erkennen, maar de rekening doorschuiven.
Waarom speelt die NAVO-norm zo'n grote rol?
Binnen het Noord-Atlantisch Verdrag is afgesproken dat elk lid een vergelijkbare financiƫle inspanning levert voor defensie, uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product. Tot nu toe lag die norm op 2 procent. In realiteit hield lang niet elk land zich eraan: vorig jaar haalde slechts 23 van de 32 NAVO-leden die drempel. Belgiƫ eindigde met 1,3 procent op een na laatste.
Door de verslechterde geopolitieke context - zo wil het oorlogsanrratief - en de toenemende druk vanuit de VS ā met name onder Donald Trump ā is er nu sprake van een verscherping van de norm. De nieuwe afspraak: elk land moet structureel mƩƩr investeren in veiligheid en militaire slagkracht.
Gaat die norm effectief naar 5 procent?
De formele beslissing valt eind juni tijdens de NAVO-top in Den Haag, maar de contouren liggen al vast. Tijdens een voorbereidende bijeenkomst in Brussel bleek dat er brede politieke consensus is. NAVO-woordvoerders spraken in een persbericht al over een verwachte goedkeuring.
De verhoging wordt echter opgesplitst:
- 3,5 procent voor puur militaire uitgaven
- 1,5 procent voor bredere veiligheidstoepassingen (zoals cyberdefensie of infrastructuur)
Daarmee proberen de ijzervreters osn wijs te maken, dat het allemaal nog wel meevalt. Toch komt het voor Belgiƫ neer op een verdubbeling van de huidige uitgaven.
Waar staat Belgiƫ in dit verhaal?
Minister van Defensie Theo Francken (N-VA) liet na de bijeenkomst in Brussel weinig ruimte voor interpretatie: āWe gaan dat doen. We kunnen dat aan, als we de juiste keuzes maken.ā Volgens hem is 3,5 procent militair budget geen luxe, maar een noodzakelijke basis: āDat is wat tijdens de Koude Oorlog werd besteed. Als we dat halen, staan we sterk.ā Het is maar wat je zelf geloofd. Francken investeert niet in kogels, niet in diplomatie. Als je er vanuit gaat dat alleen vechten een oplossing is, dan heeft hij overschot van gelijk. Maar is dat zo, mijnheer Francken? Als je vanuit vrede redeneert, dan staat francken plost niet meer aan de goed kant van de geschiedenis.
De uitspraken van Theo veroorzaakten wrijving binnen de coalitie. CD&V-voorzitter Sammy Mahdi noemde de verhoging āweinig realistischā, en minister Frank Vandenbroucke (Vooruit) liet verstaan dat er ānog niets beslistā is.
Ondanks de publieke eensgezindheid over het NAVO-pad, blijft het in de praktijk onzeker of en hoe de federale regering zich aan de nieuwe norm zal conformeren. Officieel ligt er nog geen beslissing op tafel over de timing of de concrete begrotingsimpact.
Wanneer moet die 5 procent bereikt zijn?
Het kersverse oorlogshaantje, secretaris-generaal Mark Rutte, stuurt aan op 2032 als deadline. Maar landen mogen volgens hem niet wachten tot het laatste moment. Elk lid zal jaarlijkse groeiplannen moeten voorleggen die aantonen dat men geleidelijk naar de doelstelling toewerkt.
Belgiƫ vraagt uitstel. Francken liet optekenen dat ons land minstens tien jaar nodig heeft, wat betekent dat een concrete stijging naar 5 procent wellicht pas in of na de volgende legislatuur aan de orde is. Tot 2029 blijft het officiƫle Belgisch streven beperkt tot het bereiken van de huidige 2-procentnorm.
Is die norm voor Belgiƫ betaalbaar?
Het antwoord is āneeā. Te kort door de bocht? ok, niet zonder zware budgettaire inspanningen. Om aan 3,5 procent zuiver militair te geraken, moet BelgiĆ« jaarlijks meer dan 22 miljard euro uittrekken voor defensie. Dat is ruim 10 miljard euro meer dan het niveau van 2 procent dat men vandaag als streefcijfer hanteert.
Zonder compenserende maatregelen ā via belastingen, besparingen of regionale bijdragen ā is dat bedrag onhaalbaar binnen de huidige begrotingscontext. Onze overheidsfinanciĆ«n staan al onder druk, en extra schulden maken de positie op de markten precairder.
De regering hoopt dat een deel van de niet-strikt militaire uitgaven ā zoals steun aan OekraĆÆne of investeringen in grensbewaking ā onder de 1,5 procent āveiligheidsgerelateerde uitgavenā kan vallen. Maar het is nog onduidelijk hoeveel daarvan door de NAVO zal worden aanvaard.
Bijkomende onzekerheid: als de steun aan OekraĆÆne voortaan niet meer binnen het militaire luik van 3,5 procent mag vallen, dreigt de huidige begrotingsruimte nog verder te krimpen.
Wat zich aandient, is een oefening in uitstel: symbolisch akkoord op korte termijn, structurele uitgaven op lange termijn ā en een begroting die al voor de start kraakt in haar voegen.
(Foto: AI/P-magazine)