Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

Nederland bewijst dat statiegeld het klimaat niet redt, maar een verdienmodel is

Redactie - 22-12-2025

Wie niet terugbrengt, subsidieert het systeem.

Het Nederlandse statiegeldsysteem voor plastic flesjes en blikjes wordt vaak voorgesteld als een schoolvoorbeeld van duurzaam beleid. In de praktijk toont het model vooral iets anders aan: wie zijn verpakkingen niet inlevert, financiert het systeem. De milieuwinst blijkt daarbij ondergeschikt aan een financieel mechanisme dat grotendeels leunt op consumentengedrag.

Cijfers over 2024 maken dat scherp zichtbaar. In dat jaar bleef bijna 140 miljoen euro aan statiegeld liggen omdat flesjes en blikjes niet werden teruggebracht. Dat bedrag, betaald bij aankoop maar nooit teruggevorderd, vormt de ruggengraat van de financiering van het systeem. Ter vergelijking: de verpakkingsproducenten investeerden zelf slechts 33 miljoen euro.

Statiegeld als zelfbedruipend model

In Nederland geldt sinds 2021 statiegeld op plastic flesjes en sinds 2023 ook op blikjes. De bedragen zijn beperkt — 15 cent voor kleine verpakkingen en 25 cent voor grote flessen — maar op nationale schaal lopen de niet-ingeleverde sommen snel op. Het gaat om geld dat niet verdwijnt, maar wordt ingezet om het statiegeldsysteem operationeel te houden.

Dat maakt het systeem niet alleen zelfbedruipend, maar ook winstgevend, zij het niet dankzij producentenverantwoordelijkheid, maar dankzij de nalatigheid van consumenten. De verpakkingsindustrie draagt per verkocht blikje slechts een fractie bij, een bijdrage die pas de komende jaren stapsgewijs wordt verhoogd.

Onevenwichtige lastenverdeling

Critici spreken van een scheve verhouding. In 2024 betaalde de Nederlandse consument naar schatting vier keer meer aan het systeem dan de verpakkingsindustrie. Volgens milieuorganisaties ondergraaft dat het principe van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, waarbij net de vervuiler geacht wordt de kosten te dragen.

De producentenorganisatie achter het systeem wijst erop dat alle niet-opgeëiste statiegelden wettelijk opnieuw in de infrastructuur moeten worden geïnvesteerd. Er zouden de voorbije jaren aanzienlijke middelen zijn gegaan naar extra inzamelautomaten en logistieke verbeteringen. Dat moet op termijn leiden tot hogere inzamelpercentages en minder verloren statiegeld voor consumenten. Maar, waar ging het eigenlijk allemaal om in de eerste plaats? Het milieu, toch?

Klimaatargument onder druk

De vraag is dus of het statiegeldsysteem een ecologisch instrument is, dan wel een efficiënt verdienmodel. Zolang een aanzienlijk deel van de financiering voortkomt uit vergeten of niet-ingeleverde verpakkingen, blijft dat spanningsveld bestaan. De milieuwinst staat of valt immers met effectief inzamelen, niet met het opstapelen van ongeclaimde waarborgen.

Dat Nederland voorlopig nog niet aan de Europese doelstelling van 90 procent inzameling raakt, onderstreept die onzekerheid. België bevindt zich in een vergelijkbare positie, met een relatief hoge inzameling van plastic flessen maar een hardnekkig probleem bij blikjes, die vaak in het zwerfvuil belanden.

Les voor Vlaanderen

Voor Vlaanderen, waar het statiegelddebat al jaren aansleept, is de Nederlandse ervaring allesbehalve eenduidig. Het systeem toont aan dat statiegeld technisch werkt, maar ook dat de financiële lasten gemakkelijk verschuiven naar de consument. Zonder strikte en afdwingbare bijdragen van producenten dreigt statiegeld minder een klimaatinstrument te zijn dan een boekhoudkundige oplossing.

Het Nederlandse model bewijst daarmee niet dat statiegeld het klimaat redt, wel dat het economisch rendeert — vooral voor wie het systeem niet gebruikt zoals bedoeld.

(Foto: Pixabay)

Nieuws internationaal Statiegeld

Reacties

Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken