Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

Oosterweel: van 3,6 naar 10,1 miljard euro, de grootste werf van het land wordt stilaan onbetaalbaar

Redactie - 28-08-2026

Terwijl de regering tien miljard zoekt, ligt er tien miljard in de Antwerpse grond.

Twee cijfers, dezelfde week. De Vlaamse regering moet tegen 28 september 1,7 miljard euro vinden, de federale tegen 13 oktober tien miljard. En in Antwerpen loopt intussen een bouwproject waarvan de raming is opgelopen van 3,6 miljard naar ruim 10,1 miljard euro.

Dat zijn verschillende kassa's: Oosterweel is een Vlaams project, niet federaal. Maar de rekenkunde eronder is dezelfde, en het Rekenhof zegt er sinds maart onaangename dingen over.

Waar het geld naartoe is gegaan

De raming voor de Oosterweelverbinding staat vandaag op ruim 10,1 miljard euro - we hebben al 13,6 miljard horen fluisteren in de wandelgangen. Drie zaken verklaren de stijging: de inflatie in de bouwkosten, de leefbaarheidsprojecten die er met het Toekomstverbond van 2017 zijn bijgekomen, en de zuivering van grond en grondwater die met pfas vervuild zijn. Dat laatste is geen detail: op elk werfdeel staan blauwe silo's die het opgepompte water zuiveren, en de Raad van State legde de werken op Linkeroever in 2021 en 2022 twee keer stil om die vervuiling.

Het model dat niet robuust is

Belangrijker dan het bedrag is de constructie eronder. Vlaanderen financiert bouwheer Lantis, en Lantis lost die schuld later af met de tolinkomsten van de tunnel.

Het Rekenhof noemt dat model niet robuust, en somt drie problemen op. Lantis overschat de toekomstige tolinkomsten. Het geeft meer uit dan het leningenplafond van de regering toelaat. En het stevent af op wat de waakhond een rentesneeuwbal noemt.

Dat laatste is het scherpst te becijferen. De regering gaf Lantis een achtergestelde lening van 1,65 miljard euro, waarvoor de bouwheer geen terugbetalingsruimte heeft. Aan 5 procent rente per jaar groeit dat bedrag tegen het einde van de uitbating in 2083 aan tot 27 miljard euro. Daarbovenop dreigen de liquiditeiten van Lantis in de eerste uitbatingsjaren op te drogen als de tol tegenvalt.

Zet die 1,65 miljard eens naast de besparingsoefening van deze maand. Eén lening aan één bouwheer weegt zwaarder dan alles wat de Vlaamse regering deze zomer bij elkaar probeert te schrapen. En dat is dan nog de nominale waarde, vóór de rente haar werk doet.

Wat de minister daartegen inbrengt

Annick De Ridder, de bevoegde minister van Openbare Werken, door haar toenmalige partijvoorzitter Bart De wever persoonlijk aangeduid om dit project door deze jaren te loodsen, noemt die 27 miljard een theoretisch worstcasescenario.

Ze wijst op een herijkingsmoment in 2035, wanneer bekeken wordt of Lantis die 1,65 miljard toch kan terugbetalen zodat de lening niet blijft doorlopen. En ze noemt Oosterweel een intergenerationeel project, met kosten en baten gespreid over decennia.

Dat argument is glazenbol-politiek, maar tegelijk ook niet helemaal onzinnig. Een tunnel die zestig jaar meegaat, mag je niet afrekenen op één begrotingsjaar. Alleen betekent een herijking in 2035 wel dat de beslissing over de zwaarste post wordt doorgeschoven naar mensen die vandaag nog niet verkozen zijn. En dat is precies waar het Rekenhof naar wijst.

De boekhoudkundige kern van de zaak

Vlaanderen telt de Oosterweeluitgaven niet mee in zijn begrotingstekort. Dat is geen boekhoudkundige bijzaak, dat is de reden waarom de Vlaamse begroting er beter uitziet dan ze is. Het Rekenhof stelt intussen droog vast dat die methode hoe langer hoe moeilijker verdedigbaar wordt.

Vertaald: dezelfde regering die deze weken 1,7 miljard schrapt om richting evenwicht te gaan, houdt een uitgave van tien miljard buiten de teller waarop dat evenwicht wordt afgelezen.

De oppositie noemt het een boemerang die ooit terugkeert naar de begroting en de belastingbetaler, en die deze regering doorschuift naar de volgende. Dat is partijpolitiek geformuleerd, maar het is dezelfde vaststelling als die van het Rekenhof.

Wat er sneuvelt als de rekening klopt

Het Toekomstverbond van 2017 maakte van Oosterweel meer dan een mobiliteitsproject: er kwamen overkappingen, parken, een Haventracé en tramlijnen bij. Dat pakket was destijds de prijs voor de vrede met de burgerbewegingen die het project jarenlang blokkeerden.

Precies die onderdelen staan nu onder druk. Tunnels zijn zichtbaar, halfweg niet te stoppen en politiek dankbaar. Een tramlijn of een overkapping schuif je stilletjes door naar de volgende legislatuur. Wie wil weten of dit project eindigt zoals het beloofd is, moet dus niet naar de openingsdatum van 2033 kijken maar naar wat er tussen nu en dan van die lijst verdwijnt.

Wat hebben we vandaag geleerd

Oosterweel is geen schandaal. Het is een technisch uitzonderlijk project dat na een kwarteeuw getreuzel eindelijk vooruitgaat, en dat is een prestatie.

Het is wel een schoolvoorbeeld van hoe dit land met grote bedragen omgaat. De kosten worden geraamd op een moment waarop niemand ze kan kennen. De financiering hangt aan inkomsten die pas over jaren binnenkomen en die volgens de waakhond te optimistisch zijn ingeschat. De zwaarste beslissing wordt verschoven naar 2035, de eindafrekening naar 2083. En ondertussen staat de uitgave netjes buiten het tekort.

Zo bekeken is de werf van de eeuw ook een begroting van de eeuw: alles klaar tegen 2033, betalen doen we later.

Reacties

Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken