Waar zijn we verkeerd afgeslagen? De rekening blijft maar komen, maar niemand lijkt ze nog te begrijpen.
We mogen de vraag stilaan hardop stellen: waar is het fout gelopen? Hoe komt het dat een land dat al jaren tot de absolute wereldtop behoort in belastingen, plots opnieuw miljarden moet zoeken? Waarom wordt er gesproken over het afbouwen van sociale zekerheid, extra heffingen, hogere btw en besparingen — en volstaat dat nog altijd niet?
Corona was een klap, zonder twijfel. Maar het kan onmogelijk het enige antwoord zijn. Want ook vóór de pandemie moet het systeem al in zijn voegen hebben gekraakt. Misschien ligt het probleem dieper. Misschien moeten we durven kijken naar een model dat zichzelf heeft vastgereden: een economie die permanent moet groeien, een overheid die steeds meer belooft, en een samenleving die verwacht dat alles tegelijk kan — en liefst zonder prijskaartje.
De realiteit is dat die rek eruit lijkt. En dat iemand de rekening betaalt. Altijd dezelfde: wij.
Begroting opnieuw onder druk: extra sanering van 4,9 miljard euro onvermijdelijk
De federale regering staat voor een nieuwe budgettaire opgave. Volgens het voorjaarsrapport van het Monitoringcomité is een bijkomende sanering van minstens 4,9 miljard euro noodzakelijk om binnen de Europese uitgavennormen te blijven.
Zonder bijkomende ingrepen dreigt het begrotingstekort tegen het einde van de legislatuur op te lopen tot 35,8 miljard euro. Dat is een pak hoger dan voorzien bij de opmaak van de begroting, ondanks eerdere hakbijjl van Jambon.
Structureel probleem, geen tijdelijke dip
De verslechtering situeert zich vooral in het zogenaamde primaire saldo: het verschil tussen inkomsten en uitgaven, zonder rekening te houden met rentelasten. Met andere woorden: de kern van het probleem zit in een structureel onevenwicht.
Zelfs zonder bijkomende externe schokken — zoals de oplopende spanningen in het Midden-Oosten — stevenen alle Belgische overheden samen af op een tekort van meer dan 40 miljard euro tegen 2029. Dat komt neer op 5,6 procent van het bruto binnenlands product.
De ambitie om het begrotingstekort onder controle te krijgen, lijkt daarmee verder weg dan ooit.
Politieke realiteit botst met budgettaire noodzaak
De noodzakelijke sanering botst bovendien op politieke weerstand binnen de meerderheid. Terwijl de begroting onder druk staat, groeit tegelijk de roep om de koopkracht van gezinnen te beschermen, onder meer via lagere accijnzen op energie.
Dat creëert een spanningsveld: elke maatregel die de factuur voor burgers verlaagt, zet de begroting verder onder druk. En omgekeerd geldt hetzelfde.
Binnen de coalitie circuleren ook voorstellen om Europese regels soepeler te interpreteren, bijvoorbeeld door bepaalde uitgaven — zoals steunmaatregelen — buiten de strikte begrotingsnormen te houden. Dat zou de druk tijdelijk verlichten, maar verandert niets aan het onderliggende probleem. Snijden in de uitgaven van Defendie hoor je echter nergens waaien.
De rekening van morgen wordt vandaag geschreven
Wat vandaag op tafel ligt, is geen klassieke besparingsronde meer. Het gaat om een structurele hertekening van wat de overheid kan en wil doen.
De vraag is niet langer alleen waar er kan worden gesnoeid, maar vooral wat nog betaalbaar is in een systeem dat tegelijk hoge uitgaven, hoge belastingen en stijgende verwachtingen probeert te combineren.
En dat is misschien de ongemakkelijkste conclusie: niet alleen de cijfers zitten fout. Mogelijk zit ook het model zelf op zijn limiet.
(Foto: Didier Lebrun/Photo News)