Frank geeft antwoord.
De fraudezaak rond de West-Vlaamse thuisverpleegkundige Stefanie Sander richt behoorlijk wat politieke schade aan. In de Kamer kreeg minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) donderdag een spervuur van vragen over de trage en volgens de oppositie veel te voorzichtige aanpak van het Riziv.
‘Het Riziv trad op — met te zwakke wapens’
Vandenbroucke reageerde zichtbaar geïrriteerd. Hij benadrukte dat er wel degelijk werd opgetreden, en dat al sinds 2017: een eerste onderzoek, een proces-verbaal, een forse boete. “Het Riziv heeft onmiddellijk en herhaaldelijk ingegrepen,” stelde de minister. “Maar met instrumenten die tegen dit soort georganiseerde fraude volstrekt onvoldoende zijn.”
Daarmee legde hij de keuze expliciet bij het parlement: wil men sterkere middelen tegen zorgfraude of niet? De minister somde een reeks geplande maatregelen op, van verscherpte evaluatieprocedures tot nieuwe bevoegdheden voor de inspectie. “Het punt is simpel: óf u geeft ons de mogelijkheid de diefstal te bestrijden, óf u laat criminelen verder hun gang gaan.”
Datamining, bankcontroles en politieke zenuwachtigheid
Vandenbroucke koppelde de discussie aan de kritiek op zijn dataminingplannen, die bankrekeningen moeten kunnen screenen op fraude-indicatoren. “Wie dit afblokt, beschermt niet de gewone burger, maar de criminelen,” klonk het scherp.
Vlaams Belang vraagt intussen een gezamenlijke hoorzitting van de commissies Volksgezondheid en Sociale Zaken? Zij zijn ervan overtuigd dat strengere controles tientallen miljoenen per jaar kunnen opleveren.
Drie onderzoeken, geen doorbraak
Intussen publiceerde het kabinet-Vandenbroucke donderdagavond een tijdlijn van zeven jaar onderzoek door de DGEC, om te tonen dat het Riziv niet heeft stilgezeten.
De feiten op een rij:
- 2017: melding van misbruik en onbevoegde zorgverleners → eerste onderzoek, 524 fictieve prestaties en bijna 15.000 foutief aangerekende prestaties vastgesteld.
- 2021: rechtbank verplicht terugbetaling; Sander gaat in beroep en verliest in 2023.
- 2020: tweede onderzoek na melding over identiteitsfraude → een jaar schorsing van de derdebetalersregeling.
- 2022: derde onderzoek uit eigen beweging van DGEC, nog lopend.
Ondanks die stappen bleef Sander onafgebroken factureren, jaar na jaar.
Jaarlijks een miljoen euro gefactureerd
Volgens een interne nota factureerde Sander in piekjaren tot 1,66 miljoen euro. Zelfs na boetes en schorsingen bleef het bedrag stabiel rond één miljoen per jaar. Tussen 2017 en 2024 zou ze minstens 1,7 miljoen euro verschuldigd zijn aan het Riziv — terwijl ze tegelijk zonder rem bleef innen.
De verklaring van het Riziv: het instituut kon haar Riziv-nummer niet intrekken, waardoor Sander technisch gezien mocht blijven factureren. De oplossing van Vandenbroucke: een wetswijziging die schorsing van dat nummer bij herhaaldelijke fraude mogelijk maakt.
Iedereen wist het, niemand greep in
N-VA laat de minister niet ontsnappen. Kamerlid Kathleen Depoorter stelde het scherp: “Waarom duurde het zes jaar vooraleer de arbeidsauditeur werd ingeschakeld? Iedereen wist wat er aan de hand was. En de instrumenten die er wél waren, zijn niet gebruikt.”
Een fraudeur buitenspel zetten blijkt moeilijker dan ze stoppen
Achter het parlementaire wapengekletter blijft een ongemakkelijke realiteit zichtbaar: de ziekteverzekering beschikt over een inspectiekader dat traag werkt, juridisch beperkt is en afhankelijk van procedures waarin elke frauduleuze prestatie afzonderlijk moet worden bewezen.
Het resultaat is een systeem dat wel registreert, waarschuwt en sanctioneert — maar iemand die wil blijven factureren nauwelijks tot stilstand krijgt.
Het dossier-Sander is daarmee meer dan een fraudenarratief. Het is een stresstest voor de fundamenten van de sociale zekerheid. En op dat examen is het RIZIV, ondanks inspanningen, niet cum laude geslaagd.
(Foto: PD)