Van 24 september tot 4 oktober wordt Brussel een speelterrein voor ontwerpers, makers en iedereen die vindt dat een huis niet op een showroom hoeft te lijken.
Design is allang meer dan een mooie stoel of een lamp waar je drie maanden voor moet sparen. Het gaat over hoe we wonen, werken, bewegen en naar de wereld kijken. En precies daarom is Brussel Design Week, van 24 september tot 4 oktober, interessanter dan de zoveelste beurs vol afgelikte meubels waarvan er duizenden bestaan.
Meer dan 300 designers en makers nemen deel op zo’n honderd locaties in Brussel. Van meubels en keramiek tot architectuur, grafisch ontwerp, nieuwe technologie en duurzame materialen. De stad wordt tien dagen lang één grote proeftuin voor wat er vandaag en morgen op ons afkomt.
Weg met het perfecte interieur
Jarenlang leek het ideale interieur rechtstreeks uit een Ikea-catalogus gekopieerd. Strakke lijnen, neutrale kleuren, een plant in een hoek en een lamp die iedereen herkent maar waarvan niemand de Zweedse naam uit zijn hoofd kent.
Het lijkt er op dat die showroomlook zijn beste tijd gehad heeft.
Steeds meer mensen zoeken naar meubels en objecten die iets vertellen. Een vintage stoel van de rommelmarkt. Een oude kast met gebruikssporen en een verhaal. Een keramieken vaas die niet perfect rond is. Een lamp waarvan je niet meteen weet of ze briljant of gewoon vreemd is. En net daarin zit de charme.
Design met een verleden
Brussel Design Week toont dat design niet noodzakelijk nieuw moet zijn. Integendeel. Oude technieken, gerecycleerde materialen en bestaande objecten krijgen opnieuw aandacht.
Dat past bij een bredere beweging. Jongere generaties kopen vaker tweedehands, zoeken vintage meubels en struinen kringwinkels af op zoek naar spullen die niemand anders heeft.
Niet alleen uit nostalgie of omdat het goedkoper is. Ook omdat een interieur steeds meer een manier wordt om te laten zien wie je bent.
Een huis vol identieke meubels vertelt uiteindelijk vooral dat je dezelfde winkel kent als je buren.
Het mag weer een beetje vreemd
Ook brutalistisch design blijft aan populariteit winnen. Ruw beton, zware vormen, staal, natuursteen en objecten die niet meteen proberen gezellig te zijn. Het is een opvallende reactie op jaren van zachte kleuren en afgeronde vormen. Alles moest lang vooral mooi en gezellig zijn. Nu mag het weer een beetje ongemakkelijk.
Een tafel mag eruitzien als een sculptuur. Een stoel hoeft niet op een stoel van de buren te lijken. En een vaas mag gerust zo vreemd zijn dat je bezoek eerst vraagt wat het eigenlijk is.
Van object naar verhaal
Misschien is dat uiteindelijk waar hedendaags design om draait: niet langer de vraag of iets perfect past bij je interieur, maar of je er iets bij voelt. Dat kan een ontwerp van een bekende designer zijn. Maar evengoed een stoel die je voor twintig euro uit een kringwinkel hebt gehaald en zelf hebt opgeknapt.
Design wordt persoonlijker. Minder showroom, meer leven.
En dat is precies waarom Brussel Design Week meer kan zijn dan een afspraak voor architecten, verzamelaars en designliefhebbers. Het gaat ook over de spullen waarmee we ons dagelijks omringen en de vraag waarom we ze eigenlijk kopen. Want misschien zijn we die perfecte woonkamer inderdaad stilaan beu. En misschien is dat goed nieuws voor alles wat ooit als lelijk, oud, vreemd of gewoonweg tweedehands werd beschouwd.
Alle info over de Brussel designweek vind je hier.