140 miljoen euro belastinggeld in een mislukt digitaliseringsproject, gerechtelijke onderzoeken en een woordvoerder die in verdenking is gesteld. Minister Annelies Verlinden kwam in het parlement tekst en uitleg geven. Althans, dat was de bedoeling. Wat volgde, was een schoolvoorbeeld van tjevenretoriek: uitvoerig verklaren waarom er eigenlijk niets te verklaren valt.
Annelies Verlinden behoort tot het soort politici dat eindeloos lange zinnen nodig heeft om vooral duidelijk te maken dat het liever niet ter zake komt. De CD&V-minister verscheen in het parlement met een rechte rug, naar eigen zeggen een zuiver geweten en een indrukwekkende voorraad woorden. Alleen de antwoorden bleven opvallend schaars. Wie hoopte eindelijk te vernemen hoe een peperduur digitaliseringsproject zo grondig kon ontsporen, moest vooral over een bijzonder lange aandachtsspanne beschikken.
Politieke soap
De zaak-i-Police begint stilaan de allures te krijgen van een politiek feuilleton waarin iedere aflevering een nieuw probleem opduikt dat ook in de volgende aflevering niet wordt opgelost. Een digitaliseringsproject waaraan volgens het Rekenhof ongeveer 140 miljoen euro overheidsgeld werd besteed, juridische geschillen, gerechtelijke onderzoeken en een woordvoerder die in verdenking is gesteld wegens mogelijke schending van het beroepsgeheim. Voeg daar nog een peperdure reis naar New York en Abu Dhabi aan toe en je hebt voldoende ingrediënten voor een politieke deurenkomedie. Alleen is het prijskaartje iets minder grappig.
Een rechte rug is nog geen verantwoording
Verlinden opende haar verdediging met de verzekering dat ze niets te verbergen heeft en recht in haar schoenen staat. Dat klinkt geruststellend, ware het niet dat het parlement niet bijeenkomt om het postuur van een minister te beoordelen, maar om te vernemen wat er met al dat belastinggeld is gebeurd.
De minister verwees uitvoerig naar de vaststelling dat de aanbesteding van i-Police volgens het Rekenhof correct was verlopen. Een handige verdedigingslinie, want een correcte aanbestedingsprocedure is natuurlijk nog geen garantie voor een geslaagd project, een verstandig beleid of een behoorlijk beheer van belastinggeld. Dat de procedure volgens de regels verliep, maakt de uiteindelijke mislukking niet plots minder duur. Je kunt perfect volgens het boekje een trein bestellen die vervolgens nooit op de sporen geraakt.
Of de volledige 140 miljoen euro definitief verloren is, wil Verlinden voorlopig evenmin gezegd hebben. De overheid streeft immers naar de terugbetaling van betaalde bedragen en een aanzienlijke schadevergoeding. Dat is uiteraard een hoopvolle juridische ambitie, maar voorlopig nog geen geld dat opnieuw op de rekening staat. Met aangekondigde terugvorderingen kun je een persconferentie vullen, maar geen staatskas.
Twintig minuten spreken om weinig te zeggen
De oppositie liet zich niet zomaar met een verbaal rookgordijn naar huis sturen. Groen-Kamerlid Matti Vandemaele vatte de parlementaire frustratie bijzonder raak samen: de minister had twintig minuten gesproken, heel veel woorden gebruikt, maar bijzonder weinig antwoorden gegeven. Een prestatie op zich, al is het niet meteen de discipline waarvoor we ministers betalen.
Ook Arthur Orlians van Anders had weinig geduld met de voorstelling. Lang antwoorden is volgens hem niet hetzelfde als verantwoordelijkheid tonen of respect betuigen aan de democratie. Een terechte opmerking, want het aantal uitgesproken woorden zegt nu eenmaal weinig over de hoeveelheid verstrekte informatie.
Vlaams Belang-Kamerlid Alexander Van Hoecke vond vooral de uitleg over de woordvoerder hallucinant. Verlinden sprak over roddels en verdachtmakingen, terwijl er wel degelijk sprake is van een officiële inverdenkingstelling. Dat is toch een wezenlijk verschil. Een inverdenkingstelling is uiteraard geen veroordeling, maar evenmin zomaar een gerucht dat ergens aan de toog is ontstaan. Wie ernstige vragen daarover afdoet als verdachtmakingen, dreigt het onderscheid tussen politieke kritiek en gerechtelijke feiten behoorlijk te vertroebelen.
De woordvoerder, de krant en het merkwaardige toeval
Dan is er nog de kwestie van de twee woordvoerders die in verdenking zijn gesteld wegens mogelijke schending van het beroepsgeheim. Eén werkt voor het Brusselse parket, de andere voor Verlinden zelf.
De minister bevestigde dat haar woordvoerder contact had opgenomen met de woordvoerder van het Brusselse parket nadat ‘De Standaard’ in februari berichtte over een gerechtelijk onderzoek naar haar. Volgens Verlinden gebeurde dat om geïnformeerd contact te kunnen opnemen met de krant en eventuele onjuistheden in de berichtgeving te corrigeren.
Een uitleg die ongetwijfeld vragen zal blijven oproepen. Twee woordvoerders die onderling contact hebben over een gerechtelijk onderzoek waarbij hun eigen professionele omgeving betrokken is, en dat zou in essentie een poging zijn geweest om een krantenartikel recht te zetten. Dat hoeft op zichzelf nog geen onregelmatigheid te bewijzen, maar het verklaart wel waarom de zaak meer vragen oproept dan een doorsnee telefoontje tussen twee persdiensten.
De minister benadrukte vervolgens dat persvrijheid niemand ontslaat van de plicht om feiten, beschuldigingen en betrokken personen grondig te onderzoeken.
Dat klopt uiteraard. Alleen geldt diezelfde zorgvuldigheid ook voor ministers, hun medewerkers en de manier waarop zij met vertrouwelijke informatie omgaan. Persvrijheid is geen hinderlijke bijkomstigheid die pas ter sprake komt wanneer de berichtgeving slecht uitkomt. En een gerechtelijk onderzoek verdwijnt niet omdat je de berichtgeving erover vervelend vindt.
Zelfs de meerderheid ruikt onraad
Het meest pijnlijke voor Verlinden kwam overigens niet uitsluitend van de oppositie. Ook binnen de meerderheid klonk weinig enthousiasme. Vooruit-Kamerlid Brent Meuleman was naar eigen zeggen achterovergevallen door de omvang van de vastgestelde problemen. De balans bleek een pak zwaarder dan aanvankelijk voorgesteld, met ongeveer 140 miljoen euro overheidsgeld dat in een project was gestoken waarvan de resultaten bijzonder teleurstellend zijn.
Ook N-VA-Kamerlid Maaike De Vreese spaarde de minister niet. De gerechtelijke onderzoeken, juridische geschillen, inverdenkingstellingen en de hele commotie rond de ministeriële omgeving deden haar denken aan een politieke thriller. Het rapport van het Rekenhof noemde ze een blunderboek. Niet meteen het soort lectuur waarmee een minister graag op de achterflap wordt aangeprezen.
Alleen CD&V sprong nog vol overtuiging in de bres voor haar minister. Daar ging het vooral over persoonlijke aantijgingen, verdachtmakingen en lekken in de pers. Een klassieke verdedigingslinie: wanneer de inhoud lastig wordt, verleg je het debat naar de manier waarop erover gesproken wordt. De boodschapper krijgt een stevig pak slaag, terwijl de boodschap zelf rustig op tafel blijft liggen.
De kunst van het politieke verdwijnen
De zaak-Verlinden begint zo een vertrouwd Belgisch politiek patroon te vertonen. Er wordt een dossier opgebouwd, er worden rapporten geschreven, miljoenen verdwijnen in een administratief moeras en vervolgens verschijnt een minister om uit te leggen dat alles toch een stuk genuanceerder ligt dan de buitenwereld denkt.
Het is de kunst van de tjevenretoriek: geen duidelijke ontkenning, geen ondubbelzinnige verantwoordelijkheid, maar een zorgvuldig opgebouwd verhaal waarin ieder probleem wordt ingekaderd, iedere kritiek wordt gerelativeerd en iedere ongemakkelijke vraag een nieuw zijspoor krijgt. Tegen de tijd dat de uitleg voorbij is, weet je vooral dat de zaak bijzonder complex is en dat je eigenlijk nog wat meer geduld moet hebben.
Intussen blijven jij en ik met de rekening zitten. Wij hebben weinig aan een rechte rug, een juridische strategie of twintig minuten parlementaire welsprekendheid. Wij willen weten wie waarvoor verantwoordelijk was, waar het precies is misgelopen en waarom niemand blijkbaar tijdig op de rem is gaan staan. Want wanneer een gewone burger een paar honderd euro verkeerd besteedt, krijgt die daar doorgaans sneller vragen over dan een minister die uitleg moet geven over een project van 140 miljoen.
Het parlementaire verhaal is bovendien nog niet afgelopen. Er volgen hoorzittingen over i-Police en misschien komen er dan eindelijk antwoorden op de vragen die voorlopig blijven liggen.
Voorlopig heeft Annelies Verlinden vooral bewezen dat je met heel veel woorden bijzonder weinig kunt zeggen. En dat je in de Belgische politiek blijkbaar geen rookmachine nodig hebt om een indrukwekkend mistgordijn op te trekken.
(Foto: PD)