Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

Had Verlinden een informant bij het parket? Woordvoerder in verdenking gesteld

Redactie - 27-10-2026

Bij Annelies Verlinden lekte het niet alleen digitaal.

Twee woordvoerders in verdenking gesteld wegens schending van het beroepsgeheim. Eén werkte voor het Brusselse parket, de andere voor minister Annelies Verlinden. Het onderzoek naar het mislukte i-police krijgt daarmee een ongemakkelijk staartje.

De Belgische overheid wilde haar politie digitaal met i-police de eenentwintigste eeuw binnenloodsen. Het resultaat was een peperduur project zonder de beloofde tastbare resultaten, een juridisch gevecht met een Franse IT-reus en een minister die zich moest verantwoorden over mogelijke belangenvermenging. Nu duikt in datzelfde dossier een nieuwe kwestie op: wie lekte vertrouwelijke informatie uit het gerechtelijk onderzoek, en voor wie?

Volgens De Standaard en Le Soir zijn een Nederlandstalige woordvoerder van het Brusselse parket en de Nederlandstalige woordvoerder van minister van Justitie Annelies Verlinden (CD&V) door een Brusselse onderzoeksrechter in verdenking gesteld van schending van het beroepsgeheim. De parketwoordvoerder, L.D., zou vertrouwelijke informatie over het onderzoek naar i-Police hebben doorgespeeld aan N.G., de woordvoerder van Verlinden.

Of die informatie ook bij de minister zelf terechtkwam, is niet duidelijk. Evenmin staat vast dat er sprake was van spionage in strafrechtelijke zin. Een inverdenkingstelling is geen veroordeling. Maar hoe vertrouwelijk is een gerechtelijk onderzoek nog wanneer informatie vanuit het parket bij het kabinet van de bevoegde minister belandt?

Een lek in een bijzonder gevoelig dossier

Het Brusselse parket startte begin 2026 een vooronderzoek naar mogelijke verduistering van belastinggeld en belangenvermenging in het dossier-i-Police. Dat onderzoek zou inmiddels zijn uitgegroeid tot een volwaardig gerechtelijk onderzoek. De feiten die nu tot de inverdenkingstellingen hebben geleid, kwamen volgens de berichtgeving tijdens dat onderzoek aan het licht. De betrokken parketwoordvoerder is sinds juni geschorst.

Voor een minister van Justitie is dit geen onschuldige communicatieve complicatie. Haar woordvoerder onderhoudt contacten met parketten, en Verlinden benadrukt dat dit tot de normale taken van die functie behoort. Ze zegt niet op de hoogte te zijn van informatie waaruit blijkt dat haar woordvoerder zijn werk niet zorgvuldig of buiten de wettelijke grenzen zou hebben uitgevoerd. Ook zegt ze geen kennis te hebben van de inhoud van de lopende onderzoeken naar hem.

De minister blijft dus achter haar medewerker staan en zegt het gerecht zijn werk onafhankelijk te laten uitvoeren. Een antwoord dat je mag verwachten als het om affaires met een geurtje gaat. Nu ja, een geurtje? Het dossier i-police stinkt. 

Hoe dan ook, de zaak raakt aan een fundamenteel probleem: het kabinet van de minister die politiek verantwoordelijk is voor Justitie moet erop kunnen vertrouwen dat gerechtelijke informatie niet op ongeoorloofde wijze wordt doorgespeeld. En het gerecht moet erop kunnen vertrouwen dat zijn onderzoek niet via informele kanalen wordt gevolgd door mensen die daar geen toegang toe horen te hebben.

De advocaat van de woordvoerder van Verlinden ontkent dat zijn cliënt strafbare feiten heeft gepleegd. De advocaten van de geschorste parketwoordvoerder geven geen commentaar. Het onderzoek moet uitwijzen wat er precies is gebeurd, welke informatie werd gedeeld en met welk doel.

299 miljoen euro voor een digitale luchtspiegeling

De nieuwe verdenkingen staan niet los van de voorgeschiedenis. i-Police moest de politiediensten moderniseren door informatie uit een tachtigtal toepassingen en databanken samen te brengen op één digitaal platform. Agenten zouden sneller informatie kunnen opzoeken en verbanden leggen tussen gegevens die verspreid zaten over verschillende systemen. Het project werd in 2017 gelanceerd onder toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA). In 2021 ondertekende zijn opvolgster Annelies Verlinden het contract met Sopra Steria, een Franse IT-consultant.

Het voorziene budget bedroeg 299 miljoen euro. Eind 2025 - twee ministers later - trok huidig minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) de stekker uit het project. Zijn conclusie was hard: de opdracht had geen tastbare resultaten opgeleverd. Volgens de cijfers die hij bekendmaakte, was op dat moment 75,8 miljoen euro aan Sopra Steria betaald.

Dat bedrag is niet noodzakelijk de volledige maatschappelijke rekening. Onder meer de kosten van de voorbereiding, het onderhoud van verouderde systemen en bijkomende investeringen kunnen de uiteindelijke factuur verder opdrijven. De Tijd en L’Echo berichtten eerder dit jaar dat de totale kost mogelijk in de honderden miljoenen euro's loopt. Hoe groot de uiteindelijke schade is en wie daarvoor juridisch verantwoordelijk is, moet nog blijken.

De federale politie heeft Sopra Steria gedagvaard en eist volgens de berichtgeving een schadevergoeding van 244 miljoen euro. Het bedrijf betwist de aantijgingen en ontkent dat het geen substantiële prestaties heeft geleverd. Het contract is dus stopgezet, maar de afrekening is nog lang niet gemaakt.

De minister kende het bedrijf van vroeger

En er was/is meer. Ook de voorgeschiedenis van de aanbesteding bezorgde Verlinden politieke kopzorgen. Voor ze minister werd, werkte ze als advocate bij DLA Piper en trad ze in bepaalde zaken op voor Sopra Steria. Dat advocatenkantoor vertegenwoordigt het bedrijf ook in het juridische geschil rond de stopzetting van i-Police. De oppositie vroeg zich af of haar vroegere professionele banden voldoende transparant waren gemaakt en of er sprake kon zijn van belangenvermenging.

Verlinden verdedigde haar aanpak tijdens parlementaire hoorzittingen. Ze wees erop dat ze het project na verschillende audits had bijgestuurd en dat er bij de politie geen vraag was om het onmiddellijk af te voeren. Tijdens de hoorzittingen kwamen ook de gebrekkige aansturing en de interne conflicten binnen de politie naar voren als factoren die het project ondermijnden. Dat neemt de vragen over de aanbesteding, de controle en de verantwoordelijkheid niet weg.

Premier Bart De Wever (N-VA) bleef achter Verlinden staan en wilde de parlementaire hoorzittingen en het gerechtelijk onderzoek afwachten. Zonder die uitkomsten bleef het volgens hem bij sfeerschepping. 

De nieuwe inverdenkingstellingen leveren geen bewijs dat de minister zelf betrokken was bij het vermeende lek, laat staan dat ze strafbare feiten pleegde. Ze zorgen er wel voor dat een dossier dat politiek al zwaar woog, opnieuw onder een vergrootglas ligt.

Wie controleert de controleurs?

i-Police was bedoeld om informatie voor de politie toegankelijker te maken. In plaats daarvan werd het een dossier waarin overheidsgeld, aanbestedingen, mogelijke belangenvermenging en nu ook het vermeend doorspelen van vertrouwelijke informatie samenkomen.

Hoe kon een project met een prijskaartje van bijna 300 miljoen euro zo ontsporen? Hoe werd de voortgang gecontroleerd? Welke lessen zijn getrokken uit de mislukking? En hoe wordt gegarandeerd dat informatie uit een gerechtelijk onderzoek niet langs informele weg terechtkomt bij mensen die politieke of institutionele belangen hebben bij de afloop?

Op al die vragen bestaan er geen volledige antwoorden. Het gerecht moet de verdenkingen onderzoeken zonder politieke druk, en de betrokkenen verdienen het vermoeden van onschuld. Maar dat ontslaat de politiek niet van haar plicht om uitleg te geven over de besluitvorming en de controle op i-Police.

Bij elk nieuw hoofdstuk in deze tragikomedie groeit de behoefte aan iets wat in dit dossier opvallend schaars is gebleven: helderheid.

(Foto: Didier Lebrun/Photonews)

Annelies verlinden Nieuws nationaal I-police Woordvoerder

Reacties

Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken