De rijkswacht is al een kwarteeuw geschiedenis, maar Theo Francken wil haar opnieuw reanimeren. Met militaire opleiding, mobiele brigades en een dubbele ministeriële voogdij moet een rijkswacht 2.0 de orde herstellen wanneer het op straat uit de hand loopt. Bart De Wever zou alvast zijn zegen hebben gegeven. België krijgt misschien een nieuw veiligheidskorps, al is nog niet duidelijk welk probleem het precies moet oplossen.
Sommige ideeën verdwijnen nooit helemaal. Ze wachten tot iemand ze afstoft, een nieuw etiket opplakt en presenteert als antwoord op de problemen van vandaag. Theo Francken heeft alvast de rijkswacht uit de mottenballen gehaald. De minister van Defensie wil een mobiele brigade oprichten die door militairen wordt opgeleid en snel kan ingrijpen wanneer het op straat uit de hand loopt. De naam heeft hij al: rijkswacht 2.0.
Francken lanceerde het voorstel bij RTL, naar aanleiding van het stedelijke geweld van de afgelopen dagen. Hij wil dat politie en leger nauwer samenwerken, zodat er bij ernstige incidenten snel extra manschappen beschikbaar zijn. De nieuwe eenheid zou onder Binnenlandse Zaken vallen, maar bij een geopolitiek conflict – bijvoorbeeld als de Rus voor de deur staat – onder Defensie kunnen opereren. Eén brigade, twee ministeries en een takenpakket dat reikt van straatrellen tot internationale dreiging. De Belgische bestuurskunst krijgt er een nieuwe oefening in bevoegdheidsverdeling bij.
Een oude bekende in een nieuw uniform
De rijkswacht werd in 2001 ontbonden en opgenomen in de hervormde politieorganisatie. Een tijdperk werd afgesloten, de structuren werden herschikt en de versnippering aangepakt. Maar volgens Francken werkte het vroegere systeem met zijn militaire karakter veertig jaar lang goed. Hij pleit daarom voor een operationele reserve met mobiele eenheden die een militaire opleiding krijgen en snel inzetbaar zijn wanneer de situatie escaleert.
Dat de overheid moet kunnen optreden wanneer geweld de openbare ruimte overneemt, spreekt voor zich. De vraag is of daarvoor een nieuw korps nodig is, of dat de bestaande diensten vooral versterking kunnen gebruiken. Een vertrouwde naam roept beelden op van discipline, gezag en kordaat optreden. Het cijfer 2.0 doet de rest: het suggereert een verbeterde versie waarvan de kinderziekten al zijn weggewerkt. Alleen is het nieuwe model voorlopig vooral een voorstel. Over het aantal manschappen, de financiering en de concrete organisatie is nog weinig bekend.
Een militair is nog geen politieagent
Francken benadrukt dat de brigade de politie moet ondersteunen, niet vervangen. De militaire opleiding moet de leden voorbereiden op snelle interventies wanneer de openbare orde ernstig wordt verstoord. Bij een binnenlandse crisis valt de eenheid onder Binnenlandse Zaken; bij een militair conflict kan Defensie het bevel overnemen.
Op papier is het allemaal overzichtelijk. Op straat wordt het ingewikkelder. Een militaire opleiding brengt discipline en tactische vaardigheden bij, maar politiewerk vereist ook juridische kennis, proportionaliteit en het vermogen om spanningen te ontmijnen. Een relschopper is geen vijandelijke soldaat en een stadswijk is geen operatiegebied.
Wie beslist wanneer de brigade wordt ingezet? Wie voert het bevel wanneer een incident uitgroeit tot een crisis? Welke regels gelden bij geweldgebruik en wie draagt de verantwoordelijkheid wanneer een interventie verkeerd afloopt? Dat zijn essentiële vragen voor een dienst die tussen politie en leger in komt te staan.
De Wever geeft zijn zegen
Volgens Francken is premier Bart De Wever op de hoogte en steunt hij het plan. Er vonden deze week al vergaderingen plaats, verklaarde de minister. Ook het kabinet van Binnenlandse Zaken, onder Bernard Quintin, bevestigt dat er gesprekken zijn geweest over een nauwere samenwerking tussen politie en Defensie.
Die samenwerking bestaat vandaag al. Militairen helpen bij de beveiliging van bepaalde locaties en nemen deel aan gemengde patrouilles met de spoorwegpolitie. De betrokken kabinetten onderzoeken hoe ze die bestaande inspanningen kunnen versterken. Een definitief besluit over de oprichting van een nieuw korps is daarmee nog niet genomen.
Toch heeft het voorstel al een naam die klinkt als een voldongen feit. ‘Rijkswacht 2.0’ past nu eenmaal beter op een krantenkop dan een nota over personeelsbezetting, bevoegdheden en operationele samenwerking. Het eerste spreekt tot de verbeelding; het tweede verdwijnt doorgaans in een vergaderzaal.
België heeft nood aan een veiligheidsbeleid dat bestand is tegen stedelijk geweld, georganiseerde criminaliteit en nieuwe dreigingen. Een mobiele reserve kan daarin een nuttige rol spelen, op voorwaarde dat ze daadwerkelijk extra capaciteit oplevert en geen bijkomende bestuurslaag creëert zonder duidelijke meerwaarde.
Daarvoor moeten eerst enkele praktische vragen worden beantwoord. Hoeveel mensen zijn nodig, waar komen ze vandaan en wat kost hun opleiding? Hoe verhouden hun bevoegdheden zich tot die van de bestaande politie- en legerdiensten? En vooral: levert rijkswacht 2.0 straks extra mensen op straat op, of vooral een nieuwe structuur bovenop de structuren die we al hebben?
Voorlopig is vooral duidelijk dat Francken het idee genegen is en dat De Wever er volgens hem achter staat. De uitwerking moet nog volgen.
De rijkswacht marcheert voorlopig dus vooral door de politieke verbeelding. Misschien groeit daaruit een mobiele brigade die haar nut bewijst. Misschien blijkt dat de bestaande diensten met extra personeel, middelen en duidelijke afspraken al een heel eind komen. En naast de vraag hoe je sneller en harder kunt ingrijpen wanneer rellen uitbreken, blijft natuurlijk ook de minder spectaculaire vraag hoe je voorkomt dat het zover komt.
De oude rijkswacht krijgt alvast een nieuw leven op papier, met een modern cijfer achter haar naam. Of rijkswacht 2.0 straks werkelijk meer veiligheid oplevert, zal uiteindelijk niet afhangen van de nostalgie, het uniform of de naam, maar van wat die mensen daadwerkelijk kunnen, mogen én toevoegen.
(Foto: Didier Lebrun/Photonews)