Een ‘witte’ N-VA-kabinetsmedewerker van Ben Weyts deed zich voor als ‘Mohammed’, een homoseksuele moslim uit Borgerhout, en stuurde een verzonnen opiniestuk naar Vlaamse redacties. Zijn bedoeling? Bewijzen dat de media ideologisch gekleurd zijn.
“Beste redactie. Mijn naam is Mohammed El Idrissi. Ik ben 29, woon in Borgerhout, ben homo en moslim.”
Zo begon een mail die eind september bij verschillende Vlaamse redacties binnenviel. Mohammed had een vriend, werkte in een kruidenierszaak, speelde blokfluit en ging naar de moskee in Borgerhout in een crop top en een strakke broek. Hij voelde zich naar eigen zeggen comfortabeler als homo tussen moslims in Borgerhout dan tussen rijkeluiszoontjes op het Antwerpse Zuid.
Een bijzonder verhaal. Misschien iets té mooi om waar te zijn? Dat was het ook.
Mohammed bestond niet. De man achter Mohammed is een gewone Vlaamse jongen, kabinetsmedewerker van Vlaams minister Ben Weyts, een N-VA'er die zichzelf blijkbaar graag in een experiment met de Vlaamse media zag verdwijnen. Hij stuurde zijn verzonnen opiniestuk naar minstens vijf redacties en wilde daarmee aantonen dat bepaalde, vooral conservatieve stemmen minder gemakkelijk een plaats krijgen op de opiniepagina's.
Een nobel journalistiek experiment was het duidelijk niet. Eerder een politieke loktest met een Word-document als aas.
Mohammed had alles wat een opiniestuk nodig had
De fictieve Mohammed werd zorgvuldig aangekleed met alle ingrediënten die van een opiniestuk meteen een hedendaags cultureel strijdtoneel maken. Hij was moslim, homoseksueel, woonde in Borgerhout en had een vriend die Alexander heette. Hij droeg crop tops, liep hand in hand met zijn partner en kon naar eigen zeggen probleemloos met zijn relatie bij de imam terecht.
In het stuk reageerde Mohammed op recente gevallen van homofoob geweld, waaronder de belaging van contentcreator Jonatan Medart en zijn vriend. Volgens hem wordt bij zulke incidenten te snel naar moslims gewezen en krijgen homoseksuele moslims zelf te weinig ruimte in het debat.
De tekst kreeg de heerlijke titel: ‘Gay en moslim: ja, ik ben extreemrechts hun ergste nachtmerrie’.
Ook Theo Francken en Vlaams Belang-voorzitter Tom Van Grieken kregen een veeg uit de pan. Volgens Mohammed past het benadrukken van homohaat onder moslims in een breder verhaal waarin moslims voortdurend worden voorgesteld als een bedreiging voor westerse waarden.
Jammer, maar helaas, Mohammed was helemaal geen Mohammed.
Het experiment dat zichzelf ontmaskert
De medewerker zegt - uiteraard - dat hij op eigen initiatief handelde en dat zijn actie niets met zijn professionele activiteiten te maken had. Hij wilde naar eigen zeggen aantonen dat Vlaamse opiniemakers bepaalde conservatieve stemmen minder gemakkelijk toelaten en dat een uitgesproken progressieve getuigenis sneller aandacht krijgt.
En dus deed hij precies wat hij de media verwijt: hij creëerde een werkelijkheid die niet bestond en keek vervolgens welke redactie erin trapte.
Minstens vijf redacties kregen het stuk toegestuurd. Eén redactie vroeg om telefonisch contact, waarna Mohammed liet weten dat hij in het buitenland verbleef. De redactie haakte af.
DeWereldMorgen publiceerde het opiniestuk wel. Daar verscheen zelfs een illustratie van een man met een bruin kleurtje en crop top die een moskee binnenwandelt.
Het stuk bleef ongeveer twaalf uur online staan.
De redactie wist op dat moment niet dat Mohammed niet bestond. Volgens DeWereldMorgen werd het stuk onmiddellijk verwijderd zodra Knack de redactie waarschuwde.
Daarmee werd het experiment plots interessanter dan de maker waarschijnlijk had voorzien.
Want als zijn bedoeling was om aan te tonen dat redacties onvoldoende controleren wie er achter een opiniestuk zit, heeft hij inderdaad iets aangetoond. Alleen is dat een stuk minder spectaculair dan zijn eigen theorie over ideologische censuur.
Een redactie kan een fout maken. Een verzonnen auteur kan daar misbruik van maken. Dat is geen bewijs dat alle redacties ideologisch gemanipuleerd worden. Het bewijst vooral dat redacties moeten opletten met mensen die zich voordoen als iemand anders.
Dat geldt trouwens ook voor kabinetsmedewerkers.
Mohammed vertelt dat hij in Borgerhout “gewoon met Alexander over straat loopt”, in de moskee openlijk met de imam over zijn relatie praat en er zelfs “in crop top en strakke broek” binnenstapt, “zonder dat iemand zijn nek breekt van het omkijken”. In het dorp van zijn schoonouders ervaart hij dat anders. “Wanneer ik in Olen in diezelfde kleren naar de garage ga, kan een zeventigjarige witte man mij plots ‘janet’ naroepen, alsof we opnieuw in 1974 leven.”
Met zijn verhaal, zegt Mohammed, “verpest” hij het riedeltje dat extreemrechts zo graag verkondigt: “Ik voel mij als homo comfortabeler tussen moslims in Borgerhout dan tussen rijkeluiszoontjes op het Zuid.”

De digitale vingerafdruk was gewoon zijn eigen naam
De stunt was geen meesterwerk van undercoverwerk.
In het Word-document dat naar de redacties werd gestuurd, bleken metadata te zitten. Bij de auteur van het bestand stond de echte naam van de kabinetsmedewerker vermeld.
Mohammed had dus niet alleen een fictieve persoonlijkheid, een verzonnen liefdesleven en een fictieve relatie met een imam. Hij had ook nog eens zijn echte naam in het document laten staan.
James Bond kan voorlopig weer rustig slapen.
Knack ontdekte vervolgens dat de man achter Mohammed een medewerker van een N-VA-minister was. Het Nieuwsblad legde de link met het kabinet van Ben Weyts. Daarmee werd een mediastunt die bedoeld was om de ideologische vooringenomenheid van de pers bloot te leggen een nogal pijnlijke demonstratie van hoe snel een politieke medewerker zelf in een journalistieke val kan lopen.
Uitlokken, mijnheer Weyts
Ben Weyts noemt de actie “gewoonweg dom”.
Dat is waarschijnlijk de meest efficiënte samenvatting van het dossier.
De minister benadrukt dat zijn medewerker op eigen initiatief handelde en dat de actie losstaat van het kabinet. Tegelijk wil hij hem niet onmiddellijk aan de deur zetten. Hij wil de zaak onder vier ogen bespreken en zegt zich af te vragen of jonge mensen die domme dingen doen daarvoor meteen moeten worden “gekastijd en buitengegooid”. Lief van Ben, toch?
Meer dan een gênante studentengrap
Een kabinetsmedewerker weet hoe politiek werkt. Hij weet dat een opiniestuk niet zomaar een onschuldig stukje tekst is, zeker wanneer het onder een verzonnen identiteit wordt verspreid en rechtstreeks inspeelt op een actueel maatschappelijk debat over moslims, homoseksualiteit, extreemrechts en homofoob geweld.
Dan ben je niet zomaar wat aan het experimenteren met de media. Dan ben je een politieke lokdoos aan het bouwen en kijken welke redactie erin trapt.
Opvallend is wel dat Mohammed het op tiger Theo gemund had. Een kopstuk van de partij waarvoor de echte auteur op de payroll staat.
Mohammed verwijt Francken dat verhalen over homohaat onder moslims bruikbaar zijn in een breder politiek verhaal waarin de moslim als bedreiging voor westerse waarden wordt neergezet. Dat standpunt wordt vervolgens verspreid door een man die professioneel werkt voor een N-VA-minister?
Je zou het bijna satire noemen.
(Foto: Nieuwsblad/Bert Van Den Broucke/Photo News)