Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

De Wever zoekt 10 miljard en Europa komt mogelijk nog met een rekening van 2,5 miljard

Stefan Lambrechts - 03-10-2026

Shutterstock

Bart De Wever verzamelt dit weekend zijn vicepremiers rond de tafel voor een bijzonder gezellige oefening: tegen 2029 ongeveer 10 miljard euro vinden. Terwijl iedereen dus zijn zakken binnenstebuiten keert en achter de zetel naar verloren muntstukken zoekt, dreigt er nog een rekening binnen te vallen. Volgens Het Nieuwsblad kan de Belgische bijdrage aan de Europese Unie vanaf 2028 in het huidige onderhandelingsscenario met liefst 2,5 miljard euro stijgen. Alsof je thuis zit uit te rekenen hoe je de elektriciteitsfactuur gaat betalen en de postbode aanbelt met de afrekening van het dak.

De federale begrotingsonderhandelingen waren sowieso al niet het soort weekendactiviteit waarvoor je spontaan vrienden uitnodigt. De regering-De Wever wil tegen 2029 een saneringsinspanning van ongeveer 10 miljard euro realiseren. Daarvoor moeten de coalitiepartners beslissen waar wordt bespaard, welke inkomsten omhoog kunnen en vooral wie straks mag uitleggen aan zijn achterban waarom net hún favoriete fiscale voordeel plots minder onaantastbaar blijkt dan tijdens de verkiezingscampagne.

Alleen blijkt die puzzel nog een paar stukken te bevatten die voorlopig niet eens op tafel liggen. Volgens een interne regeringsnota die Het Nieuwsblad kon inkijken, zijn onder meer de kosten voor Oekraïense vluchtelingen, een technische ingreep rond de defensie-uitgaven en een mogelijke hogere Belgische bijdrage aan de Europese Unie nog niet volledig in de oefening verwerkt.

In het scenario waarover momenteel wordt onderhandeld, zou de Belgische EU-bijdrage volgens de krant vanaf 2028 kunnen stijgen van ongeveer 4,4 naar 6,9 miljard euro per jaar.

Dat is dus 2,5 miljard euro extra. Of ongeveer 57 procent meer. En plots lijkt die zoektocht naar 10 miljard nog net iets gezelliger.

Europa wil zelf bijna 2.000 miljard uitgeven

De reden ligt bij de nieuwe Europese meerjarenbegroting voor 2028 tot 2034. De Europese Commissie stelde daarvoor vorig jaar een budget van bijna 2.000 miljard euro voor, goed voor ongeveer 1,26 procent van het gemiddelde bruto nationaal inkomen van de Europese Unie. Dat geld moet onder meer dienen voor veiligheid en defensie, concurrentiekracht, onderzoek, migratie, energie, klimaatbestendigheid, landbouw en steun aan regio's.

Europa heeft de afgelopen jaren namelijk ongeveer dezelfde ontdekking gedaan als België: ambities zijn verrassend duur.

Meer defensie? Geld. Europese industrie ondersteunen? Geld. Migratie en grensbewaking? Geld. Onderzoek, digitalisering en artificiële intelligentie? Ook geld. Landbouw en regionale steun behouden? Jawel.

Het voordeel van een begroting van bijna 2.000 miljard is natuurlijk dat je heel veel kunt doen. Het nadeel is dat ergens iemand die 2.000 miljard moet vinden.

Daar wordt momenteel stevig over onderhandeld. Het bedrag staat dan ook helemaal niet vast. Het voorstel van de Commissie is het vertrekpunt en de lidstaten moeten uiteindelijk unaniem akkoord gaan met het meerjarig financieel kader. Ook het Europees Parlement moet zijn toestemming geven. De volgende belangrijke bespreking staat op 15 oktober gepland. Europa wil tegen eind 2026 een politiek akkoord bereiken, zodat de nodige wetgeving in 2027 kan worden afgewerkt en de nieuwe begroting op 1 januari 2028 kan starten.

Ook Europa zoekt geld bij iemand anders

Er zit bovendien een belangrijke nuance in het Europese voorstel. De Commissie wil de grotere begroting niet uitsluitend financieren door lidstaten meer te laten betalen. Ze stelde ook vijf nieuwe zogenaamde eigen middelen voor die samen jaarlijks ruim 58 miljard euro moeten opleveren. Daarbij wordt onder meer gekeken naar inkomsten uit de Europese handel in CO2-rechten, het koolstofgrensmechanisme, tabaksaccijnzen, elektronisch afval en een bijdrage van grote ondernemingen met minstens 100 miljoen euro nettojaaromzet.

Toen Commissievoorzitter Ursula von der Leyen het voorstel presenteerde, benadrukte ze zelfs dat de bijdragen van de lidstaten volgens de plannen constant zouden kunnen blijven dankzij die nieuwe inkomsten.

Dat botst op het eerste gezicht nogal stevig met een Belgische rekening die plots 2,5 miljard euro hoger zou liggen. De verklaring is dat er nog volop onderhandeld wordt over zowel de omvang van de Europese begroting als de manier waarop ze wordt gefinancierd. Wat België uiteindelijk werkelijk extra zal moeten ophoesten, weet vandaag dus niemand met zekerheid.

Zelfs binnen de federale regering wordt er volgens Het Nieuwsblad vanuit gegaan dat de soep waarschijnlijk minder heet gegeten wordt en dat die 2,5 miljard nog naar beneden kan. Ook verschillende landen willen de omvang van de Europese begroting beperken.

Misschien mogen Vlaanderen en Wallonië mee aan de kassa

En dan wordt het écht Belgisch. Want als de federale regering straks meer aan Europa moet betalen, bestaat er natuurlijk nog een mogelijkheid: kijken of iemand anders een stukje van de rekening kan krijgen.

Volgens Het Nieuwsblad onderzoekt een federale werkgroep daarom of de deelstaten een deel van de Europese bijdrage kunnen dragen. In de regering zou, als die volledige verhoging van 2,5 miljard er komt, worden gedacht aan een bedrag tussen 500 miljoen en 1,5 miljard euro dat naar de deelstaten kan worden doorgeschoven.

De redenering daarachter is niet volkomen uit de lucht gegrepen. Vlaanderen, Wallonië en Brussel profiteren zelf van verschillende Europese geldstromen en zijn bevoegd voor domeinen waarop Europese middelen terechtkomen. Professor Europese politiek Steven Van Hecke noemt het in Het Nieuwsblad daarom logisch dat de deelstaten eventueel ook een deel van de kosten dragen.

Alleen hebben die deelstaten toevallig zelf ook begrotingen.

Vlaanderen heeft nog maar net een stevige besparingsronde achter de kiezen en probeert eveneens zijn financiën op orde te krijgen. Als federaal straks aanklopt met de mededeling dat er nog ergens een Europese rekening van pakweg een miljard verdeeld moet worden, zal vermoedelijk niemand op het Martelaarsplein spontaan roepen: “Laat maar komen, Bart.”

En zo krijgen we de Belgische begrotingscarrousel in zijn zuiverste vorm. Europa zoekt meer geld en kijkt naar nieuwe eigen inkomsten en de lidstaten. De federale overheid krijgt mogelijk een hogere rekening en kijkt naar de deelstaten. De deelstaten moeten vervolgens ergens geld vinden en komen uiteindelijk onvermijdelijk opnieuw terecht bij belastingen, besparingen of burgers en bedrijven.

De rekening maakt een prachtige rondreis door alle bestuursniveaus, maar ergens moet ze uiteindelijk wel betaald worden.

Reacties

Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken