Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken
A A

"Toen bevroor zelfs de Noordzee": wat zegt Anny’s herinnering eigenlijk over ons klimaat?

Stefan Lambrechts - 12-10-2026

Pixabay

Een uitspraak van een 78-jarige vrouw zorgt momenteel voor behoorlijk wat discussie op sociale media. Anny Cottry uit Herent vertelde aan VRT NWS dat ze zich zorgen maakt over het klimaat en daarbij terugdacht aan haar jeugd. “Vroeger hadden we mooie, warme zomers en strenge winters. Toen ik een jaar of 15 was, bevroor de Noordzee zelfs”, zegt ze. “Ik vind het zo jammer dat de seizoenen niet meer zijn wat ze vroeger waren.”

Vooral die bevroren Noordzee doet online nogal wat wenkbrauwen bewegen. Kan dat überhaupt? En als de Noordzee ruim zestig jaar geleden wél bevroor en vandaag niet meer, is dat dan het tastbare bewijs dat onze winters door de klimaatopwarming compleet veranderd zijn?

Het merkwaardige antwoord is: Anny herinnert het zich uitstekend. De Noordzee bevroor inderdaad. Alleen was de winter waaraan ze terugdenkt allesbehalve een doorsnee winter uit de goede oude tijd.

De Noordzee bevroor écht

Anny is vandaag 78 en moet dus ongeveer 14 of 15 jaar zijn geweest tijdens de winter van 1962-1963. En laat dat nu precies de winter zijn waarin het gebeurde.

Het KMI vermeldt bij 15 januari 1963 letterlijk dat “de Noordzee bevriest gedurende meerdere dagen” en dat er zelfs een indrukwekkende ijsbank werd gevormd. Aan onze kust ontstonden door de aanhoudende vrieskou spectaculaire ijsformaties. Wie de foto's uit die periode bekijkt, zou bijna denken dat Oostende tijdelijk een provincie van Groenland was geworden.

Het was dan ook bitter koud. In Brugge werd -16 graden gemeten, in Ukkel -16,8 en op de Baraque Michel zelfs -19,1 graden. Januari 1963 had in Ukkel een gemiddelde temperatuur van -4,6 graden en telde maar liefst dertig vorstdagen. Van de 31 dagen in januari bleef het kwik dus op dertig dagen minstens een deel van de dag onder nul.

Niet zomaar een winter zoals vroeger

Wie Anny's herinnering leest, zou kunnen denken dat zulke winters zestig jaar geleden min of meer normaal waren. Strenge winters hoorden bij vroeger, net zoals de bakker aan huis en kinderen die nog buiten speelden.

Alleen zegt het KMI iets anders over 1962-1963: het was de strengste Belgische winter van de hele twintigste eeuw. In Ukkel bedroeg de gemiddelde temperatuur over de volledige winter -2,0 graden. Er lag er bovendien van 25 december tot 5 maart 71 dagen achter elkaar sneeuw op de grond, al ging het op sommige dagen slechts om sporen. Op de Baraque Michel duurde een onafgebroken vorstperiode zelfs 96 dagen.

De winter die Anny zich ruim zestig jaar later nog herinnert, is dus niet alleen in haar geheugen blijven hangen. Hij staat ook in de meteorologische geschiedenisboeken.

En dat maakt het wat gevaarlijk om precies die winter als maatstaf voor “vroeger” te nemen. Het zou ongeveer hetzelfde zijn als iemand die over zestig jaar zegt dat Belgische zomers in zijn jeugd altijd bloedheet waren en als bewijs aanhaalt dat het in 2019 voor het eerst warmer dan 40 graden werd. De gebeurtenis klopt, maar ze was juist memorabel omdat ze uitzonderlijk was.

Maar onze winters zijn wél warmer geworden

Daarmee is uiteraard niet gezegd dat Anny ongelijk heeft wanneer ze zegt dat ons klimaat veranderd is. Integendeel. Daarvoor hoeven we alleen niet terug te vallen op één spectaculaire jeugdherinnering: het KMI beschikt over bijna twee eeuwen aan metingen.

Sinds de jaren zeventig vertoont de gemiddelde temperatuur in Ukkel een duidelijke stijgende trend. Het KMI berekent dat het klimaat in de huidige referentieperiode 1991-2020 gemiddeld ongeveer 1,2 graden warmer is dan in 1961-1990. Bovendien telt een gemiddeld jaar tegenwoordig dertien vorstdagen minder dan tijdens die vroegere referentieperiode. De laagste wintertemperaturen zijn gestegen en ook het aantal dagen met sneeuwval is afgenomen.

Dat zijn veel sterkere aanwijzingen voor klimaatverandering dan de vraag of je in 1963 op het strand tegen een ijsbank kon kijken.

Met andere woorden: de kans op ouderwetse langdurige vrieskou is wel degelijk kleiner geworden. Maar dat maakt van de winter van 1963 nog altijd geen normale winter die door klimaatverandering plotseling verdwenen is. Het was toen al een buitenbeentje.

En die “mooie, warme zomers” dan?

Ook dat stukje van Anny's herinnering is interessant. “Vroeger hadden we mooie, warme zomers”, zegt ze.

Het menselijke geheugen heeft natuurlijk een uitstekende ingebouwde montagekamer: zonnige vakantiedagen blijven gemakkelijk hangen, terwijl drie weken motregen op de camping minder enthousiast worden opgeslagen. Maar ook hier kunnen de cijfers helpen.

En die vertellen zowaar het tegenovergestelde van het idee dat warme zomers iets van vroeger zijn.

In de periode 1961-1990 telde Ukkel gemiddeld ongeveer 20 zomerse dagen per jaar, waarbij de maximumtemperatuur minstens 25 graden bereikt. In de huidige klimaatperiode 1991-2020 zijn dat er gemiddeld 30. Het aantal tropische dagen, met minstens 30 graden, steeg van gemiddeld twee naar vijf per jaar.

Onze zomers zijn dus niet minder warm geworden. Ze zijn gemiddeld juist warmer geworden.

Wat wél veranderd is, is het patroon waarnaar Anny verwijst: minder vorstdagen en sneeuw in de winter, hogere gemiddelde temperaturen en meer warme en tropische dagen. Dat onze seizoenen vandaag anders aanvoelen dan tijdens haar jeugd is dus bepaald niet uit de lucht gegrepen.

Anny heeft dus gelijk én ongelijk

En daarmee komen we bij de vreemde conclusie van deze kleine klimaatdiscussie.

Ja, toen Anny ongeveer vijftien was, bevroor de Noordzee. Haar geheugen laat haar absoluut niet in de steek. Ja, België is sinds haar jeugd duidelijk warmer geworden en onze winters tellen gemiddeld minder vorstdagen.

Maar nee, het feit dat de Noordzee in haar jeugd bevroor en vandaag niet meer, is op zichzelf geen bewijs voor klimaatverandering. Ze vergelijkt het heden toevallig met de strengste Belgische winter van een volledige eeuw.

Eigenlijk heeft ze het bewijs dus helemaal niet nodig. De lange meetreeksen van het KMI vertellen het verhaal veel beter dan één winter uit 1963 ooit zou kunnen.

En misschien is dat wel het interessantste aan de hele discussie. Klimaat wordt niet gemeten aan de winter die je als vijftienjarige nooit meer bent vergeten, maar aan duizenden doodsaaie metingen die niemand zich zestig jaar later nog herinnert.

Reacties

2026-10-12 10:29:28 Het probleem is dat de klimaatproblematiek te complex en te belangrijk is om ze over te laten aan gewone burgers, politici en "zachte" wetenschappers. Jaren geleden cirkuleerde er een petitie van "duizenden wetenschappers" die eisten dat de politiek dringende maatregelen moest nemen. Het belachelijke was dat die "wetenschappers" voornamelijk pol en soccers, sociologen, sociale wetenschappers, psychologen, politicologen, filosofen, linguisten en historici.
Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken