Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

Vlaanderen bespaart, Wallonië trakteert: welkom bij de twee begrotingen van België

Redactie - 13-10-2026

Elke Waal torst omgerekend een veel grotere gewestelijke schuld dan elke Vlaming. Toch kondigde de Waalse regering deze week een jobbonus en lagere erfbelastingen aan, terwijl Vlaanderen bespaart op onder meer het Groeipakket en de dienstencheques duurder maakt. Het oude Belgische verhaal krijgt zo een nieuw hoofdstuk, en de vraag hoe lang twee zulke verschillende begrotingswerelden nog onder hetzelfde Belgische dak kunnen blijven wonen, klinkt opnieuw luider.

Twee begrotingen, twee werelden

Wie de Vlaamse en de Waalse begroting naast elkaar legt, ziet twee overheden die in dezelfde staat leven maar elk een ander land lijken te besturen. Vlaanderen wil in 2027 een begroting in evenwicht en schraapt daarvoor 1,9 miljard euro bij elkaar, onder meer door het Groeipakket in te perken, de dienstencheque duurder te maken en de registratierechten op te trekken. Wallonië mikt op een tekort van 1,35 miljard euro in 2027, meer dan het eigen regeerakkoord voorzag, en schuift het evenwicht door naar 2029. De Federatie Wallonië-Brussel, die onder meer het Franstalige onderwijs en cultuur betaalt, rekent daarbovenop op een tekort van 1,27 miljard euro.

En toch is er geld voor cadeaus. Vanaf 2028 krijgen ongeveer 900.000 Waalse werknemers met een brutoloon tot 5.000 euro per maand een jobbonus, tot 500 euro per jaar voor de laagste lonen. In Vlaanderen ligt die loongrens een pak lager. Ook de erfbelasting gaat naar beneden: bij een erfenis in rechte lijn wordt de eerste 75.000 euro vrijgesteld en het hoogste tarief voor verre erfgenamen zakt van 80 naar 50 procent. De kinderbijslag blijft onaangeroerd.

Isolde Van den Eynde vatte het droog samen: veel oogt flou en vooral een helder pad naar een begrotingsevenwicht ontbreekt.

Wat zeggen de cijfers?

De Nationale Bank zette de schulden van de deelstaten eerder al naast elkaar. Het Waalse Gewest torste in 2022 een schuld van zo'n 34 miljard euro, goed voor 257 procent van zijn jaarlijkse ontvangsten. Vlaanderen zat met 32 miljard euro op 58 procent. Brussel kwam uit op 163 procent, terwijl de Franse Gemeenschap nog eens ruim 11 miljard euro schuld droeg.

Wallonië wil zijn schuldratio pas tegen 2036 terugbrengen naar 180 procent, wat nog altijd ver boven het niveau ligt dat de Nationale Bank als houdbaar beschouwt. Ook het Federaal Planbureau waarschuwt voor de Waalse en Brusselse schuldpositie. En dan gaat het niet om een Vlaamse partij die met leeuwenvlaggen staat te zwaaien, maar om de officiële rekenmeesters van het land.

Daar komt de geldstroom bij die al decennia het communautaire debat voedt. Volgens berekeningen op basis van cijfers van de Nationale Bank betalen Vlaanderen en Brussel samen jaarlijks miljarden meer aan belastingen dan ze via uitkeringen en subsidies terugkrijgen. Het verschil komt vooral Wallonië ten goede, onder meer via pensioenen, werkloosheids- en ziekte-uitkeringen.

De Nationale Bank benadrukt zelf dat ze daar geen politieke conclusies aan verbindt. Bovendien speelt Brussel als economische motor een bijzondere rol: veel mensen die er rijkdom produceren, wonen en betalen belastingen in Vlaanderen of Wallonië. De Belgische geldstromen laten zich dus niet helemaal samenvatten als één gigantische overschrijving van Vlaanderen naar Wallonië.

Van Franstalige elite naar Vlaamse meerderheid

Om te begrijpen waarom die cijfers zo gevoelig liggen, moet je terug naar het begin. Het België van 1830 werd bestuurd door een Franstalige burgerij, ook in Vlaanderen. Wie in Gent of Antwerpen hogerop wilde, sprak Frans, en ook rechtbanken, leger en universiteiten waren lange tijd Franstalig. Het duurde tot 1898 voor de Gelijkheidswet het Nederlands officieel naast het Frans plaatste, tot 1930 voor de Gentse universiteit Nederlandstalig werd en tot 1968 voor beslist werd dat de Franstalige afdeling Leuven moest verlaten.

Economisch lag het lange tijd omgekeerd aan vandaag. Het Waalse steenkool- en staalbekken maakte België in de negentiende eeuw tot een industriële grootmacht, terwijl Vlaanderen arm en grotendeels landelijk bleef. Na de Tweede Wereldoorlog kantelde dat beeld: de zware industrie in het zuiden ging achteruit, Vlaanderen trok buitenlandse investeerders aan rond zijn havens en autowegen en werd uiteindelijk rijker dan zijn zuiderbuur.

Sinds 1970 probeerde België dat veranderende evenwicht met zes staatshervormingen in goede banen te leiden. Elke keer verhuisden bevoegdheden naar gewesten en gemeenschappen, en tegelijk werden mechanismen ingebouwd die moesten verhinderen dat de ene taalgroep de andere zomaar kon wegstemmen.

Domineren de Franstaligen nog altijd?

In aantallen zijn de Vlamingen met bijna zes op de tien Belgen de meerderheid. Ze leveren vandaag de premier en een groot deel van de personenbelasting wordt in Vlaanderen geïnd. Toch leeft bij veel Vlamingen nog altijd het gevoel dat die numerieke meerderheid zich politiek niet altijd vertaalt.

Daar zijn ook institutionele redenen voor. De federale ministerraad telt, de premier buiten beschouwing gelaten, evenveel Nederlandstalige als Franstalige ministers, los van de bevolkingsverhouding. Voor bijzondere meerderheidswetten gelden bovendien extra voorwaarden binnen de taalgroepen en via de alarmbelprocedure kan een taalgroep een wetgevend proces tijdelijk stilleggen.

De Franstaligen domineren België dus niet meer zoals de Franstalige elite dat in de negentiende eeuw deed, maar ze beschikken wel over stevige beschermingsmechanismen die veel zwaarder wegen dan hun aandeel in de bevolking.

Dat zie je ook vandaag in de politieke praktijk. MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez verzet zich tegen een btw-verhoging terwijl hij op X de Vlaamse regering verwijt dat ze in de koopkracht snijdt. Tegelijk voert zijn eigen partij in Wallonië maatregelen door die deels dezelfde begrotingslogica volgen.

Een Franstalige politicus zal daar uiteraard anders naar kijken. Voor hem zijn die institutionele grendels geen privilege, maar een levensverzekering voor een minderheid in een land waarin de meerderheid anders in theorie de spelregels zou kunnen bepalen. En wie Wallonië verwijt dat het onvoldoende saneert, vergeet volgens die redenering ook de economische erfenis van een industriële neergang waarvoor de Waalse arbeider moeilijk persoonlijk verantwoordelijk kan worden gesteld.

Is België nog levensvatbaar?

Vlaanderen en Wallonië verschillen vandaag in taal, economie, politiek en steeds vaker ook in hoe ze naar de overheid kijken. Vlaanderen stemt overwegend centrumrechts en rechts. Wallonië koos in 2024 voor het eerst in decennia voor een regering zonder PS, maar links blijft er veel sterker dan in Vlaanderen. Zelfs de mediawerelden zijn grotendeels gescheiden, met andere debatten, andere politici en vaak ook een andere kijk op dezelfde Belgische werkelijkheid.

Een scheiding lijkt op papier misschien eenvoudig, maar botst onmiddellijk op minstens drie muren. Brussel is in meerderheid Franstalig, ligt midden in Vlaanderen en is tegelijk de hoofdstad van beide gemeenschappen. De federale schuld moet bovendien ergens naartoe, en wie die volgens bevolkingsaantal verdeelt, stuurt het grootste stuk richting Vlaanderen. En ook Europa zal niet noodzakelijk staan applaudisseren wanneer een lidstaat zichzelf in stukken begint te zagen.

Wat overblijft, is een land dat voor een deel aan elkaar hangt omdat uit elkaar gaan minstens even ingewikkeld is als samenblijven.

Elke staatshervorming haalt een stukje uit de federale doos, terwijl die federale overheid wel verantwoordelijk blijft voor een gigantische begroting en miljarden moet vinden om haar tekort terug te dringen. De deelstaten beheren ondertussen steeds meer hun eigen kas.

Vlaanderen saneert en krijgt daarvoor zelfs van de eigen premier te horen dat het moet opletten voor “zelfkastijding” zolang andere overheden niet volgen. Wallonië kondigt ondanks zijn veel zwaardere schuldenlast een jobbonus en lagere belastingen aan.

En uiteindelijk komt een groot deel van de rekening opnieuw terecht bij het federale niveau: van iedereen en daardoor soms een beetje van niemand.

België is nog niet dood. Het werkt alleen steeds minder als één land.

(Foto: AI-P-magazine)

België Begroting Schuld Vlaanderen wallonië Nieuws nationaal

Reacties

Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken