Zeven molotovcocktails, één nacht in de cel, en dan naar huis: welkom in België.
Een zestienjarige met zeven gebruiksklare brandbommen, een jeugdrechter die een gesloten plaatsing noodzakelijk vindt en een overheid die geen bed heeft. Opgepakt, weer vrij en terug naar huis. Ondertussen wil de MR de vakbonden laten opdraaien voor de schade. De Belgische politiek heeft blijkbaar voor alles een oplossing, behalve voor haar eigen falen.
Het was weer van dat
Vrijdag trokken tienduizenden mensen door Brussel om te protesteren tegen de besparingen van de regering. De meesten kwamen om hun ongenoegen te uiten, niet om de stad in brand te steken. Maar… aan de rand van de betoging maakten enkele ideale schoonzonen er een ander soort uitstapje van: bushokjes gingen aan diggelen, deelsteps vlogen op brandende barricades, auto's in de fik en stenen en vuurwerk richting politie. De rekening mag naar de belastingbetaler, de brokstukken zijn voor de stadsdiensten en de agenten mochten de projectielen ontwijken.
Zondag kregen de rellen nog een sausje Belgische bestuurlijk surrealisme. Zestien minderjarigen die na de rellen waren opgepakt, werden vrijgelaten. Het parket van Brussel bracht het zelf naar buiten, en dat is veelzeggend.
Een zestienjarige die al bekend was bij de jeugdrechter, aangetroffen bij zeven molotovcocktails die klaar waren voor gebruik. Hij gaf toe dat hij ze naar de betoging wou meenemen.
Een tweede zestienjarige, herkend op camerabeelden terwijl hij elektrische steps op een brandende barricade gooide.
Een veertienjarige die herhaaldelijk stenen en vuurwerkmortieren naar agenten gooide.
Voor acht minderjarigen vroeg het parket een plaatsing in een gesloten jeugdinstelling. In meerdere gevallen gaf de jeugdrechter het parket gelijk: plaatsing was strikt noodzakelijk. En toch gingen ze naar huis. In totaal werden zestien minderjarigen vrijgelaten.
Een rechter beslist, maar er gebeurt niets
We verzinnen dit niet. Een rechter oordeelt dat een jongere van de straat moet, en die beslissing wordt niet uitgevoerd. Niet omdat ze onwettig is, niet omdat er nieuwe feiten opduiken, maar omdat de instellingen vol zitten.
Het parket nam geen blad voor de mond en verwoordde wat ze vandaag in de rij bij de beenhouwer ook vinden: “Een gebrek aan plaatsen mag nooit de echte reden zijn voor een vrijlating. Op die manier verliest justitie aan geloofwaardigheid. En bij de jongeren ontstaat zo een gevoel van straffeloosheid en onaantastbaarheid.”
Dat een parket zo openlijk een beleid aanklaagt, is ongewoon. Magistraten houden zich doorgaans op de vlakte, uit respect voor de scheiding der machten. Maar het Brusselse parket onder procureur Julien Moinil doet het nu voor de derde keer in een jaar. In november 2025 sloeg het alarm na de vrijlating van jongeren verdacht van zware feiten. In april opnieuw, na een weekend waarin tien minderjarigen vrijkwamen, onder wie een jongere die net uit een instelling was ontsnapt. Nu dus weer. De straffeloosheid wordt structureel.
Als een procureur drie keer moet roepen, ligt het probleem niet bij de procureur.
De wachtlijst die verdubbelt
In april stonden er volgens het parket 162 Franstalige jongeren op de wachtlijst voor een gesloten plaats. Nu zijn het er 283. Bijna een verdubbeling in een half jaar. Daarbovenop wachten 44 jongeren op begeleiding door een mobiel team.
De Franstalige jeugdinstellingen, de IPPJ, tellen samen een kleine 250 plaatsen voor jongens, waarvan ongeveer honderd in gesloten regime. Brussel heeft er geen enkele op zijn grondgebied, terwijl Brusselse jongeren ongeveer de helft van de plaatsen innemen. Er komt een nieuwe instelling in Vorst, met dertig plaatsen. Opening voorzien tegen eind 2028.
Tegen 2028 zijn de jongeren van vrijdag volwassen.
Waarom dit een Franstalig probleem is
Jeugdbescherming is een bevoegdheid van de gemeenschappen. Voor Franstalige jongeren in Brussel valt ze onder de Federatie Wallonië-Brussel, en daar onder minister Valérie Lescrenier van Les Engagés. Moinil zei het in april al zonder omwegen: Nederlandstalige en Franstalige jonge daders worden heel anders behandeld. Hij sprak van een jeugdjustitie met twee snelheden.
Dat is geen kwestie van taal of afkomst van de jongeren. Het is een kwestie van een overheid die haar werk niet doet. Wie in Brussel zware feiten pleegt, hangt voor zijn opvang af van de gemeenschap waaronder hij valt. Is dat de Franstalige, dan is de kans groot dat er geen plaats is.
Het wordt pijnlijk voor de MR
De partij van binnenlandminister Bernard Quintin beloofde vrijdag nog dat het antwoord van politie en justitie in verhouding zou staan tot de schade. Partijvoorzitter Georges-Louis Bouchez wil dat de vakbonden de schade betalen, zoals een voetbalclub opdraait voor zijn supporters. De MR deelde zelfs een bericht dat molotovcocktails en rookbommen op een lijst met schoolspullen zette.
Maar de MR regeert zelf in de Federatie Wallonië-Brussel, samen met Les Engagés. Precies de regering die de plaatsen moet creëren. Wie de vakbonden wil laten betalen voor de rellen, zou er misschien eerst voor kunnen zorgen dat de relschoppers ergens naartoe kunnen.
Te jong voor een cel
Een veertienjarige opsluiten is geen oplossing op zich, klinkt het. Jeugdbescherming draait om heropvoeding, niet om straf, roepen ze. Gesloten instellingen maken jongeren soms harder in plaats van beter, zeggen ze. Want er bestaan alternatieven: begeleiding, toezicht, leerprojecten. Minister Lescrenier probeerde de sitzautaie goed te praten. Hij benadrukte dat jongeren die niet geplaatst worden, niet aan hun lot worden overgelaten.
Hoe lang moeten we ze blijven pamperen? Het gaat hier niet om een jongere die een appel stal.
Wat leert een zestienjarig krapuul - excuus voor ons Frans - hieruit? Dat je met zeven brandbommen naar een betoging kunt trekken, kunt worden opgepakt, voor de rechter kunt verschijnen, en zondag weer thuis aan tafel zit. Niet omdat een rechter je onschuldig vond, maar omdat het systeem geen bed heeft.
Wat leert een agent hieruit, die vrijdag stenen en vuurwerk op zich kreeg? Dat zijn werk eindigt aan de deur van een overvolle instelling.
En wat leert de vreedzame betoger, de leerling die wel kwam om te protesteren? Dat hij in een MR-bericht in hetzelfde rijtje staat als de jongen met de molotovs, terwijl die laatste gewoon thuis zit.
Een rechtsstaat steunt op één eenvoudige belofte: wat een rechter beslist, wordt uitgevoerd. Breek die belofte en je hoeft geen jongeren meer straffeloosheid aan te leren. Ze zien het zelf.
(Foto: Philip Reynaers/Photo News)