Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

Warm? Klimaat. Koud? Ook klimaat: HLN ontdekt de weersvoorspelling die altijd klopt

Stefan Lambrechts - 26-10-2026

Na storm Austen en storm Boelo vond HLN het tijd om de grote vragen des levens te stellen. Waarom stormt het zo hard? Wat heeft de warme zomer ermee te maken? Wat doet het warme zeewater? En vooral: wat staat ons de komende jaren nog allemaal te wachten? Daarvoor werd weervrouw en klimaatexperte Jill Peeters opgetrommeld, die gaandeweg tot een weersvoorspelling komt waar zelfs Frank Deboosere in zijn beste dagen niet tegenop kon: het weer kan eigenlijk alle kanten uit, maar welke kant het ook uitgaat, extreem wordt het sowieso.

Peeters legt eerst uit dat herfststormen op zich niets bijzonders zijn. Dat deden ze ten tijde van Armand Pien ook al. De straalstroom schuift in deze periode van het jaar op, koude en warme lucht ontmoeten elkaar en daar kunnen depressies en stormen uit ontstaan. Austen en Boelo waren volgens haar wel bijzonder hevig. Ze brachten veel regen mee, de wind was krachtig en bovendien kwamen er twee stevige exemplaren kort na elkaar langs.

De verklaring wordt onder meer gezocht bij de uitzonderlijk warme zomer. Warme lucht kan meer vocht bevatten en door het grotere temperatuurcontrast tussen noord en zuid zou er meer energie beschikbaar zijn. Ook het warme zeewater speelt volgens Peeters mee: hoe warmer het water, hoe meer vocht kan verdampen en uiteindelijk in zo'n storm terechtkomen. Dat klinkt allemaal interessant genoeg en er zitten bekende fysische mechanismen achter.

Maar vervolgens stelt HLN de vraag wat we de komende jaren mogen verwachten, en daar wordt het interview pas echt bijzonder. Klimaatverandering zorgt volgens Peeters niet noodzakelijk voor méér stormen, maar als ze er zijn, worden ze steviger. “Als het warm wordt, wordt het heel warm. Als het regent, zal het water met bakken uit de hemel vallen”, zegt ze.

En wat als het koud wordt? Ook daar is een antwoord voor. “Als de straalstroom zich nog wat verlegt, waardoor we een koude winter krijgen, wordt het extreem koud.”

Dat is toch een bijzonder handige weersvoorspelling. Wordt het bloedheet, dan past dat in het verhaal. Komt de regen horizontaal voorbijgevlogen, eveneens. Krijgen we zware stormen, dan worden de extremen extremer, maar krijgen we niet méér stormen, dan klopt het ook nog steeds, want Peeters heeft net uitgelegd dat klimaatverandering niet noodzakelijk voor méér stormen zorgt. En mocht je in januari de voordeur moeten openhakken omdat de kat aan de binnenkant van het raam is vastgevroren, dan kan ook dat blijkbaar binnen hetzelfde verhaal passen. Het enige weerfenomeen dat stilaan verdacht wordt, is 17 graden, halfbewolkt en een zwakke zuidwestenwind.

Voor alle duidelijkheid: dat een opwarmend klimaat niet betekent dat iedere dag overal warmer wordt, is geen revolutionaire vaststelling. Klimaat en weer zijn niet hetzelfde en een hogere gemiddelde temperatuur kan weerspatronen veranderen en bepaalde extremen versterken. Meer warmte betekent bovendien meer verdamping en warmere lucht kan meer waterdamp bevatten. Daar hoeft niemand zijn klimaatwetenschappelijke diploma voor boven te halen.

Maar journalistiek ontstaat er wel een interessante vraag wanneer zowat iedere mogelijke weersuitkomst als bevestiging van hetzelfde verhaal kan worden gepresenteerd: welke waarneming zou de stelling dan nog tegenspreken?

Die vraag stelt HLN helaas niet. Nochtans wordt het vooral interessant wanneer Peeters de straalstroom erbij haalt. Over de invloed van de opwarming van het Noordpoolgebied op de straalstroom en extreme winterkou in Europa en Noord-Amerika bestaat al jaren wetenschappelijke discussie. Er zijn mechanismen voorgesteld waarbij veranderingen in het noordpoolgebied de atmosferische circulatie beïnvloeden, maar hoe sterk, hoe vaak en hoe rechtstreeks dat gebeurt, is een stuk ingewikkelder dan: de straalstroom schuift een beetje op en voilà, Siberië aan de Schelde.

In het interview wordt daar vrolijk overheen gewandeld. Het kan warm worden, het kan koud worden, het kan droog blijven en het kan hard regenen. Dat al die dingen onder bepaalde omstandigheden kunnen gebeuren in een veranderend klimaat is op zichzelf niet vreemd, maar als je ze allemaal achter elkaar opsomt zonder naar waarschijnlijkheid, bewijs of onzekerheid te vragen, ontstaat voor de lezer stilaan een theorie die achteraf altijd gelijk krijgt. En precies daar zou een journalist even lastig mogen worden.

Nog opmerkelijker is een andere uitspraak van Peeters. “Net omdat we vroeger het tempo van de seizoenen volgden, kon je het weer voorspellen, maar dat gaat nu niet meer.”

Dat is een merkwaardige voorstelling van ons meteorologische verleden, alsof opa vroeger op 3 februari het gordijn openschoof en zei: “Germaine, vandaag zeven graden, lichte regen vanaf 14.20 uur en windkracht vier. Het is tenslotte winter.”

Het Belgische weer stond ook vóór iemand het woord klimaatverandering kende niet bepaald bekend om zijn Zwitserse stiptheid. Zachte winters, natte zomers, late vorst, vroege warmte en kerstfeesten waarbij je bijna de barbecue kon bovenhalen, zijn geen uitvindingen van de eenentwintigste eeuw. België is zowat het land waar je 's morgens met een winterjas vertrekt, 's middags op een terras zit en 's avonds door de regen naar huis loopt.

Bovendien kunnen meteorologen het weer vandaag dankzij satellieten, radars, supercomputers en steeds betere modellen op korte en middellange termijn juist veel beter voorspellen dan enkele decennia geleden. Dat klimaatverandering bepaalde patronen verandert, is dus één zaak. De indruk wekken dat we vroeger het weer konden voorspellen omdat de seizoenen toen nog netjes hun beurt afwachtten, is iets anders.

Misschien is dat uiteindelijk het merkwaardigste aan het hele interview. Peeters zegt zelf dat ze niet kan voorspellen of we ieder jaar hevige herfststormen krijgen. Ze kan evenmin voorspellen dat iedere zomer bloedheet wordt en ook een extreem koude winter behoort blijkbaar tot de mogelijkheden. Dat is op zich volkomen logisch: klimaatwetenschap is geen weersvoorspelling voor 14 januari 2028.

Maar dan zou je verwachten dat een journalist precies daar probeert af te bakenen wat we wél weten, wat waarschijnlijk is en waarover nog wetenschappelijke discussie bestaat. HLN doet dat nauwelijks en laat het verhaal steeds breder worden, tot ongeveer iedere mogelijke weersuitkomst onder dezelfde paraplu terechtkomt.

Of we dus een zachte winter krijgen, een normale winter of een exemplaar waarbij de Duvel spontaan bevriest, weten we niet. Maar één voorspelling durven wij bij P nu al met behoorlijk grote zekerheid te doen: wat er ook uit de lucht komt vallen, ergens verschijnt achteraf een artikel waarin staat dat we eraan zullen moeten wennen vanwege de ‘door de mens veroorzaakte klimaatverandering’.

Klimaat

Reacties

Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken