De grote Brusselse veiligheidsillusie.
Een agent wordt doodgeschoten, de kogels vliegen je langs de oren in de hoofdstad en Boris Dilliès (MR) komt met een verbod op elektrische steps. Als de drugsoorlog niet meteen te winnen valt, kan je alvast proberen de vluchtroute wat moeilijker te maken. Toch?
Zijn plan omvat een stepverbod op negentien hotspots voor drugshandel, de mogelijkheid om wijken af te sluiten voor niet-bewoners en – wanneer de dreiging ernstig genoeg wordt – zelfs een avondklok. Brussel voert de veiligheidsretoriek op, maar de vraag blijft of de criminelen zich daar ook maar iets van aantrekken.
Het klinkt daadkrachtig. In de politiek is dat alvast een nuttige eigenschap wanneer de werkelijkheid zich niet langer laat wegmasseren met een persconferentie en een paar geruststellende verklaringen.
De cijfers laten weinig ruimte voor optimisme. Brussel telde vorig jaar 101 schietpartijen. Tussen 1 januari en 30 september van dit jaar waren het er al 74, met twee doden en 28 gewonden. De cijfers komen van Dilliès. De Brusselse minister-president, tot voor kort burgemeester van Ukkel, wil daarom een gemeenschappelijk kader invoeren voor het hele Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De boodschap is duidelijk: de overheid moet opnieuw laten zien wie er op straat de baas is.
De elektrische step als staatsvijand nummer één
Het meest opvallende onderdeel van het plan is het verbod op elektrische steps op negentien plaatsen waar de drugshandel bijzonder geconcentreerd is. Niet alleen rondrijden wordt er verboden, ook het stallen van de voertuigen mag niet meer. Volgens Dilliès werd bij meer dan een kwart van de drugsgerelateerde schietpartijen in de voorbije anderhalf jaar een elektrische step of deelstep gebruikt om wapens af te vuren of na de feiten te vluchten.
Hij heeft een punt. Wie criminelen de mogelijkheid ontneemt om snel te ontsnappen, maakt hun werk mogelijk lastiger. Alleen is de elektrische step daarmee nog geen drugskartel op twee wielen. Het voertuig is een middel, geen oorzaak. De handel in cocaïne, de beschikbaarheid van vuurwapens en de netwerken achter de schietpartijen verdwijnen natuurlijk niet omdat een step ergens aan een verbodsbord moet gehoorzamen.
Bovendien blijft voorlopig onduidelijk hoe de maatregel in de praktijk zal worden gecontroleerd. Ook de betrokken burgemeesters wachten op concrete informatie. Sommige hotspots zijn niet groter dan een plein of een straathoek. Brussel-Zuid staat eveneens op de lijst. Betekent dat straks dat een pendelaar die aan het station een deelstep neemt om naar het werk te rijden, plots de verkeerde kant van de wet kiest?
Op die vraag kwam voorlopig geen helder antwoord. De Brusselaar mag dus gaan raden waar de grens ligt tussen een verboden drugscorridor en een gewone route naar kantoor.
De dealers nemen gewoon de fiets
Het wordt helemaal Belgisch als je weet dat op 1 januari 2027 de deelsteps sowieso verdwijnen uit het Brusselse straatbeeld. Dan lopen de bestaande vergunningen af en worden er geen nieuwe meer uitgereikt. Brussels procureur Julien Moinil dringt daar al maanden op aan.
Met het nieuwe verbod krijgt de procureur gedeeltelijk zijn zin. Maar of het echt veel zal verbeteren, is een andere vraag. In de drugswereld zijn ze creatief. Er zullen in geen tijd alternatieven gevonden worden, zoals fatbikes of gewone elektrische fietsen.
Dat hoeft geen ingewikkelde logistieke operatie te worden. Een stepverbod kan de politie extra mogelijkheden geven om in te grijpen, maar zonder een bredere aanpak riskeert Brussel vooral een wissel van het wagenpark.
De drugsmarkt blijft bestaan, de klanten blijven betalen en de leveranciers zoeken een andere route. Toch?
Wie niet in de wijk woont, blijft buiten
Naast het stepverbod heeft Dilliès een juridisch kader gecreëerd waarmee burgemeesters bij een ernstige dreiging verder kunnen gaan. Ze kunnen wijken afsluiten voor mensen die er niet wonen, samenscholingen verbieden en zelfs een avondklok invoeren.
Dat zijn ingrijpende instrumenten, die bij acute veiligheidsproblemen een rol kunnen spelen. Tegelijk verschuift daarmee een deel van de dagelijkse vrijheid van de inwoners naar het veiligheidsbeleid van de overheid. Wie mag nog waarheen? Wie bepaalt wanneer een wijk gevaarlijk genoeg is om de toegang te beperken? En hoe voorkom je dat bewoners, handelaars en mensen die er werken mee opdraaien voor het geweld van criminele groepen?
Een avondklok kan een tijdelijke noodmaatregel zijn. Maar ze is geen structureel antwoord op een drugseconomie die overdag én 's nachts draait. Wie de straat afsluit zonder de handel, de wapens en de geldstromen aan te pakken, maakt de openbare ruimte misschien rustiger, maar heeft daarmee nog niet noodzakelijk de georganiseerde misdaad verzwakt.
Bovendien moeten veiligheidsmaatregelen uitvoerbaar en proportioneel zijn. Anders dreigt het beleid vooral een demonstratie van bestuurlijke spierballen te worden, met de gewone burger als onbedoelde figurant.
Besparen op jongeren, investeren in politie
Ondertussen bereidt Brussel zich voor op een grote politiehervorming waarbij de aanpak van het geweld beter op elkaar moet worden afgestemd. Een gemeenschappelijk kader kan versnippering tegengaan en de samenwerking tussen politiediensten verbeteren. Dat is nuttig in een gewest waar criminelen zich weinig aantrekken van gemeentegrenzen.
Maar de drugshandel is een meerkoppig monster dat op verschillende fronten moet worden bestreden. Dat betekent ook voorkomen dat jongeren worden aangetrokken door het snelle geld, de status en de schijnbare macht die het drugsmilieu belooft.
Voorlopig blijft het dweilen met de kraan open. Een jongere die voor een drugsbende kiest, heeft niet noodzakelijk een gebrek aan informatie over het strafrecht. Soms heeft hij vooral een gebrek aan geloofwaardige alternatieven. Dat maakt repressie niet overbodig, wel onvolledig.
En de vuurwapens dan?
Een verbod op steps kan het vervoer bemoeilijken, maar lost weinig op zolang criminelen aan wapens raken en rivaliserende groepen hun conflicten op straat uitvechten.
Daar ligt misschien een belangrijkere test voor het beleid. Kan de overheid de netwerken ontmantelen, de wapenstromen aanpakken, de geldstromen blootleggen en voldoende capaciteit vrijmaken voor onderzoek en vervolging? En kan ze tegelijk voorkomen dat jongeren steeds opnieuw in dezelfde criminele economie belanden?
Dat werk is minder fotogeniek dan een burgemeester die een plein afsluit of een minister-president die een nieuw politiebesluit ondertekent. Het vraagt tijd, mensen, middelen en samenwerking. Resultaten laten zich niet altijd binnen één nieuwsuitzending presenteren.
Toch is precies dat de opdracht. Niet alleen reageren op de plaats waar de volgende schietpartij dreigt, maar ook ingrijpen in het systeem dat ze mogelijk maakt.
We vrezen dat Brussel meer nodig heeft dan een verbodsbord en een nieuwe bevoegdheid in het politiereglement.
Tot die tijd dreigt de hoofdstad een merkwaardige oorlog te voeren: de criminelen behouden hun business, de politie krijgt er werk bij en de elektrische step mag als eerste de wijk niet meer in.
En de drugshandel? Die vindt ongetwijfeld wel een andere weg.
(Foto: Didier Lebrun/Photo News)