De Wever redt de BTW, Bouchez lacht in zijn vuist en cd&v en Vooruit mogen de zwartepiet vasthouden.
Eerst moest er tien miljard worden gevonden. Nu volstaat plots een pakket van drie à vier miljard, verpakt als een ‘schuldenrem’. De btw-verhoging verdwijnt voorlopig van tafel, MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez kan victorie kraaien en de politieke rekening dreigt vooral bij Vooruit en cd&v te belanden. Bart De Wever noemt het een noodplan. Politiek lijkt het verdacht veel op een nooduitgang.
Geef het nieuwe naam
Bart De Wever is er in geslaagd om een probleem op te lossen door het een nieuwe naam te geven. Nadat de federale begrotingsgesprekken muurvast zijn gelopen op het verzet van Georges-Louis Bouchez tegen een btw-verhoging, verschijnt plots een nieuw instrument op het toneel: de schuldenrem. Klinkt kordaat, Duits en financieel gedisciplineerd. Maar?
Wekenlang kreeg de bevolking te horen dat tegen 2029 ongeveer tien miljard euro moest worden gevonden om de ontsporende overheidsfinanciën onder controle te krijgen. De rentelasten lopen op, de schuld blijft groeien en de financiële markten worden nerveus. De Nationale Bank en het Agentschap van de Schuld kwamen ons waarschuwen voor het risico van een zichzelf versterkende rentelast. Een economische apocalyps stond aan de voordeur.
En dan ligt er plots een beperkter pakket van drie à vier miljard euro op tafel. De rest? Die moet later worden gevonden, besproken of politiek overleefd. De begroting is daarmee niet gered. De deadline is vooral opnieuw een stukje verder geschoven.
Bouchez krijgt zijn zin, de oplossing een nieuw etiket
De btw-verhoging was een belangrijke bouwsteen van de oorspronkelijke begrotingsplannen. Bouchez bleef zich ertegen verzetten en maakte van dat verzet een politieke trofee. De MR-voorzitter kon zich profileren als de man die nieuwe belastingen tegenhoudt, terwijl N-VA dreigde het gezicht te worden van een belastingverhoging die ze zelf als onderdeel van een bredere hervorming had verdedigd.
Dat was politiek ongemakkelijk voor De Wever. Zeker omdat Bouchez niet alleen zijn coalitiepartners bestookt, maar ook zijn ambities in Vlaanderen wil uitbreiden. Een premier die zich laat overvleugelen door een coalitiepartner op rechts, heeft er een probleem bij. En dus werd de N-VA-strategie aangepast.
De Wever parkeert de btw-discussie voorlopig en lanceert de schuldenrem als noodpakket. Het woord is geleend uit Duitsland, waar de Schuldenbremse een grondwettelijk verankerde begrotingsregel is. De Belgische variant is voorlopig iets anders: een pakket maatregelen dat moet kunnen worden geactiveerd als de regering er niet in slaagt een groter begrotingsakkoord te sluiten.
De naam klinkt structureel, de aanpak is voorlopig vooral politiek. Een kleinere sanering wordt niet groter omdat je ze een indrukwekkender naam geeft. En een schuldenrem die de onderliggende begrotingsproblemen niet oplost, is hooguit een handrem op een voertuig waarvan de motor blijft draaien.
De zwarte piet verhuist naar de andere kant
De echte verschuiving zit in de verdeling van de politieke pijn. Zolang de btw-verhoging op tafel lag, kon Bouchez zich afzetten tegen de rest van de regering. Nu die maatregel voorlopig naar de achtergrond verdwijnt, komt de druk bij andere coalitiepartners te liggen.
In het voorgestelde pakket spelen onder meer beperkingen op de indexering van sociale uitkeringen, pensioenen en ambtenarenlonen, naast besparingen in de gezondheidszorg. Ook de automatische indexering van de belastingschijven ligt onder vuur. Dat zijn niet zomaar details voor een begrotingstabel. Het gaat om koopkracht, pensioeninkomsten, lonen en de belasting die mensen uiteindelijk betalen.
Vooruit verzet zich tegen wat de partij als een brede indexsprong beschouwt. Ook cd&v ziet rode lijnen, vooral bij de belastingschalen. Voorzitter Sammy Mahdi heeft de geplande lastenverlaging op arbeid tegen 2030 naar voren geschoven als een belangrijk engagement. Als de belastingschijven niet langer worden geïndexeerd, kan een deel van het voordeel voor werknemers opnieuw verdampen. De partij herinnert er bovendien aan dat N-VA indexering van de belastingschalen eerder zelf een verkapte belastingverhoging heeft genoemd.
De index als sluiproute naar de staatskas
Een indexering bevriezen klinkt op papier minder spectaculair dan een belasting verhogen. Er verschijnt geen nieuw tarief op een aanslagbiljet en de regering hoeft geen extra btw-percentage aan te kondigen. Maar op het eionde van de rit is een belastingverhoging met een andere naam, en kan het effect voor gezinnen pijnlijk zijn.
Wanneer lonen, pensioenen of uitkeringen niet meegroeien met de levensduurte, verliezen ze koopkracht. Als belastingschijven niet worden aangepast, kan een loonsverhoging die enkel de inflatie compenseert iemand toch in een hogere belastingschijf duwen. Een stiekem trucje, dus. De overheid haalt dan extra inkomsten binnen zonder formeel het belastingtarief te verhogen. Het verschil is een semantische oefening.
Dat maakt indexmaatregelen aantrekkelijk voor een regering die snel geld zoekt. Ze kunnen een groot budgettair effect hebben, maar de gevolgen worden verspreid over groepen en in de tijd. Het politieke voordeel is evident: er is geen enkele grote belastingverhoging die alle aandacht naar zich toe trekt. De prijs wordt wel betaald door mensen die hun loon, pensioen of uitkering zien achterblijven.
Tien miljard werd plots drie miljard
De regering staat voor een reëel probleem. Het Belgische begrotingstekort is groot, de schuld weegt zwaar en hogere rente maakt lenen duurder. Niemand kan ernstig beweren dat de rekening vanzelf verdwijnt. Maar wie eerst een sanering van tien miljard als onvermijdelijk presenteert, moet uitleggen waarom een pakket van drie à vier miljard nu als een betekenisvolle doorbraak wordt voorgesteld.
Een kleiner noodpakket kan tijdelijk ruimte bieden. Het kan ook een manier zijn om een acute blokkering te doorbreken. Alleen blijft de fundamentele vraag overeind: waar komt het resterende geld vandaan, en waarom zou MR later wel instemmen met een grotere sanering als de partij nu al haar belangrijkste rode lijn verdedigd heeft?
Voor de andere coalitiepartners is de situatie even lastig. Als ze nu zware indexmaatregelen slikken, hebben ze weinig reden om te verwachten dat het vervolg socialer of evenwichtiger wordt. Als ze weigeren, kunnen ze worden afgeschilderd als de partijen die zelfs een noodpakket blokkeren. De Wever zet hen zo voor een keuze waarbij elke uitkomst politieke schade kan opleveren.
Het dreigement dat de premier mogelijk zijn ontslag indient als er tegen de jaarwisseling geen volwaardig begrotingsakkoord ligt, verhoogt de druk nog. Het is een stevige uitspraak, al blijft voorlopig onduidelijk of ze een echte rode lijn is, of een onderhandelingstactiek. Een regering die zichzelf voortdurend met haar eigen val bedreigt, maakt indruk op niemand behalve misschien op de coalitiepartners die vrezen dat zij straks de schuld krijgen.
De schuldenrem remt vooral de discussie af
De Wever wil met zijn plan ook een signaal sturen naar de financiële markten. Die willen niet alleen horen dat een regering zich zorgen maakt over de schuld, maar vooral zien dat ze een geloofwaardig traject heeft om het tekort terug te dringen. Een tijdelijke ingreep kan vertrouwen helpen herstellen, maar alleen als ze deel uitmaakt van een plan dat ook op langere termijn klopt.
Een schuldenrem is dus geen toverwoord. Ze vermindert de schuld niet vanzelf, ze maakt een begroting niet automatisch structureel gezond en ze vervangt geen akkoord over inkomsten, uitgaven en hervormingen. Als het pakket vooral dient om de politieke impasse te omzeilen, is het risico groot dat dezelfde discussie binnen enkele weken of maanden terugkeert, alleen met minder vertrouwen tussen de partners.
Ook de beloofde sociale correcties blijven voorlopig een open vraag. Ze kunnen de scherpste kanten van het pakket afvijlen, maar zolang niet duidelijk is wie wordt ontzien en wie de rekening betaalt, blijft het vooral een belofte om later nog eens te onderhandelen over de pijn.
Wie wint, wie betaalt?
Voor Bouchez is de nieuwe situatie voorlopig comfortabel. Hij kan zeggen dat hij een btw-verhoging heeft tegengehouden en hoeft niet meteen uit te leggen hoe het gat op een andere manier wordt gedicht. De Wever kan zijn schuldenrem presenteren als bewijs dat hij de regie houdt, hoewel de oorspronkelijke begrotingsambitie is teruggeschroefd. Vooruit en cd&v moeten zich intussen verzetten tegen maatregelen die hun achterban rechtstreeks kunnen treffen, met het risico dat ze als dwarsliggers worden weggezet.
Dat is de politieke trucendoos in volle werking: een vastgelopen onderhandeling wordt niet opgelost, maar herschikt. De ene partij krijgt haar symbool binnen, de andere behoudt het premierschap en de resterende coalitiepartners mogen uitleggen waarom ze niet zomaar akkoord gaan met de gevolgen.
Hoe dan ook zal De Wever uiteindelijk moeten aantonen hoe hij de beloofde miljarden vindt. Bouchez zal moeten uitleggen welke alternatieven hij aanvaardt. En Vooruit en cd&v zullen moeten beslissen hoeveel koopkrachtverlies ze bereid zijn te slikken om de regering overeind te houden.
Voorlopig remt de schuldenrem vooral één ding af: de politieke verantwoordelijkheid van wie het hardst roept dat er geen keuze is.
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)