157 ton drugs onderschept, bijna 500 arrestaties en België aan het stuur. Klinkt als een overwinning. Maar zijn we de oorlog tegen drugs aan het winnen , of vooral aan het leren leven met de oorlog?
157 ton drugs. Bijna 500 arrestaties. 34 landen die samenwerken. Meer dan 8.600 politieagenten en magistraten die eraan meedoen. 201 wapens in beslag genomen, meer dan 3.000 stuks munitie en explosieven onderschept.
De cijfers van operatie Atlas Nexus zijn indrukwekkend. De internationale actie stond onder Belgische leiding en bracht politiediensten uit Europa, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied samen. Er werden tientallen criminele netwerken blootgelegd en ontmanteld. In totaal werd 156,9 ton drugs onderschept, waaronder 37,6 ton cocaïne en 118,6 ton cannabis.
Goed bezig. Of mogen we dat (nog) niet zeggen?
Ja, de Belgische politiediensten zijn goed bezig. Dat kunnen we zonder cynisme schrijven. Een cocaïnelading die niet aankomt, hoeft niet verkocht te worden. Een crimineel netwerk dat wordt opgerold, moet opnieuw beginnen. Een wapen dat niet op straat belandt, kan niet schieten.
Maar wat gebeurt er morgen?
De oorlog die nooit eindigt
We voeren al decennia oorlog tegen drugs. Met nieuwe wetten, nieuwe politiediensten, nieuwe technologie, scanners, speurhonden, undercoveroperaties, internationale samenwerkingsverbanden en almaar grotere hoeveelheden in beslag genomen cocaïne. En toch is drugs nooit ver weg.
Integendeel.
De cocaïnemarkt is uitgegroeid tot een internationale economische machine waarin Zuid-Amerikaanse producenten, Europese havens, logistieke bedrijven, corrupte tussenpersonen, witwassers, criminelen en straatdealers hun plaats hebben gevonden.
Ons eigen Antwerpen speelt daarin een bijzondere rol. In 2025 verrichtte de Scheepvaartpolitie in het Antwerpse havengebied 207 drugsgerelateerde arrestaties, voornamelijk van zogenoemde uithalers. De Federale Gerechtelijke Politie Antwerpen opende dat jaar 160 nieuwe dossiers rond internationale georganiseerde cocaïnesmokkel via de haven. Dat is onze pijnlijke dagelijkse werkelijkheid.
De haven is geen filmdecor meer
Het probleem zit bovendien niet alleen in de haven. Het echte gevaar begint wanneer de logistiek van de drugshandel zich vermengt met de gewone samenleving. Wanneer jongeren worden geronseld als uithaler. Wanneer criminelen geld nodig hebben om hun transport te financieren. Wanneer geweld wordt gebruikt om schulden te innen of concurrenten uit te schakelen.
Dan verandert drugscriminaliteit van een probleem voor politie en douane in een probleem voor de samenleving.
De term narcostaat wordt tegenwoordig nogal makkelijk in de mond genomen. België is (nog) geen narcostaat in de klassieke betekenis van het woord. Onze overheid en instellingen functioneren nog altijd. Maar dat betekent niet dat de vraag onzinnig is hoe ver georganiseerde drugscriminaliteit kan binnendringen vóór we een grens bereiken die we achteraf liever eerder hadden gezien.
De paradox van de drugsoorlog.
De politie kan tonnen onderscheppen. De douane kan containers openen. Rechercheurs kunnen netwerken infiltreren. Rechters kunnen dealers en organisatoren veroordelen. Maar zolang er een gigantische vraag naar cocaïne bestaat, blijft iemand die vraag beantwoorden.
En als één lading wordt onderschept, wordt de volgende misschien/wellicht gewoon anders verpakt. Via een andere haven. Met een andere route. Door een andere organisatie.
De markt heeft geen kantoor, geen vlag en geen hoofdkwartier dat je kunt binnenvallen. Ze past zich aan.
Kunnen we deze oorlog eigenlijk winnen?
Dat er geen drugs meer worden gebruikt? Vrijwel ondenkbaar.
Dat er geen cocaïne meer Europa binnenkomt? Nog minder waarschijnlijk.
Dat georganiseerde misdaad verdwijnt? Evenmin.
Je kunt de toevoer verstoren, netwerken oprollen, crimineel vermogen afpakken en de pakkans vergroten. Dat heeft wel degelijk effect. De politie zegt zelf dat het doel van Atlas Nexus niet alleen het onderscheppen van ladingen was, maar vooral het blootleggen en ontmantelen van de structuren achter de smokkel. Maar het is iets anders dan winnen.
Een oorlog zonder einddatum
Misschien moeten we eerlijker durven zijn over wat de strijd tegen drugs werkelijk is. Het is geen oorlog die op een dag gewonnen wordt met een laatste container cocaïne die uit de haven wordt gehaald. Het is een permanente strijd om de georganiseerde misdaad kleiner, armer en minder machtig te maken. Dat klinkt minder heroïsch. Maar het is wel realistischer.
Zolang cocaïne miljoenen oplevert, zullen er mensen zijn die het risico nemen om die miljoenen te verdienen. En zolang er klanten zijn die bereid zijn honderden euro's neer te tellen voor een zakje wit poeder, blijft ergens iemand de rekening betalen.
De politie onderschept vandaag 157 ton. Dat is veel. Maar hoeveel is er nog onderweg?
(Foto: federale politie)