Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

Na weken van chaos komt Macron met opmerkelijke ontdekking: "Geen plaats voor geweld in Frankrijk"

Stefan Lambrechts - 18-10-2026

Een stadhuis in brand, een ander stadhuis bestormd, winkels vernield en geplunderd en confrontaties met de politie in zowat alle grote Franse steden. President Emmanuel Macron heeft de beelden van zaterdag inmiddels ook gezien en kwam daarna met een opmerkelijke vaststelling: in de Franse Republiek is “geen plaats voor geweld”. Daar zullen ze in Limoges blij mee zijn.

Wie zaterdagavond naar de beelden uit Frankrijk keek, kon zich even afvragen of hij naar het journaal of naar de trailer van een nieuwe Franse rampenfilm zat te kijken. In Limoges werd het historische stadhuis in brand gestoken. Het vuur verspreidde zich door een vleugel van het gebouw en bereikte ook het dak. Elders ging het er nauwelijks gezelliger aan toe. In Lyon werd het toerismekantoor in brand gestoken, in Bordeaux werd de officiële residentie van de prefect vernield en in Marseille forceerden relschoppers de deuren van het stadhuis en drongen ze naar binnen.

Dat gebeurde tijdens een grote nationale protestdag waaraan volgens verschillende tellingen tussen 550.000 en 800.000 mensen deelnamen. Voor alle duidelijkheid: het overgrote deel daarvan liep niet met een jerrycan benzine onder de arm door Frankrijk. Heel wat betogingen verliepen vreedzaam. Maar in Parijs, Lille, Lyon, Bordeaux, Rennes, Marseille en andere steden doken groepen op die duidelijk voor iets anders gekomen waren dan een spandoek omhooghouden. De Franse minister van Binnenlandse Zaken Laurent Nuñez wees voor een belangrijk deel van het geweld naar de radicale extreemlinkse ultragauche.

En toen verscheen Emmanuel Macron. Niet met de mededeling dat hij ergens onder het Élysée eindelijk de grote rode knop tegen relschoppers had gevonden. Wel met de boodschap dat er in de Franse Republiek “geen plaats is voor geweld”.

Dat is natuurlijk volkomen juist. Zoals het ook juist is dat je niet mag roken bij de benzinepomp en beter geen föhn gebruikt terwijl je in bad zit. Alleen komt de mededeling nogal bijzonder over wanneer een historisch stadhuis intussen letterlijk in lichterlaaie staat, nadat Frankrijk al wekenlang kreunt onder links geweld.

De ‘zaaiers van chaos’

Macron beperkte zich overigens niet tot die ene uitspraak. Hij veroordeelde de “zaaiers van chaos die alleen onze instellingen willen neerhalen” en sprak zijn steun uit voor politieagenten, gendarmes, brandweerlieden en lokale bestuurders die met het geweld werden geconfronteerd. Allemaal moeilijk iets tegen in te brengen.

De veel interessantere vraag is ondertussen hoe Frankrijk op een punt is beland waarop zulke beelden bijna geen totale verrassing meer zijn. Want zaterdag kwam niet uit het niets. Frankrijk kampt al langer met gewelddadige confrontaties rond demonstraties en politieke acties. Macron waarschuwde eind september zelf al voor een escalatie en zei toen dat politieke verantwoordelijken jongeren niet mochten ophitsen en dat geweld in een democratie nooit gelegitimeerd kan worden. Eerder dit jaar wees hij bij politiek geweld eveneens expliciet naar extreemlinkse groepen en riep hij politieke partijen op afstand te nemen van bewegingen die geweld gebruiken of goedpraten.

De Franse president heeft het probleem dus wel degelijk gezien, maar zien en oplossen zijn twee verschillende werkwoorden.

Wanneer zelfs een stadhuis niet meer veilig is

Vooral de gebeurtenissen in Limoges zijn symbolisch moeilijk te negeren. Daar werd niet ergens een vuilnisbak in brand gestoken of een etalageruit ingegooid. Het Hôtel de Ville, een monumentaal gebouw uit 1883, werd aangevallen en vloog in brand. Een medewerker van het stadhuis stond volgens een journalist van AFP huilend naar het brandende gebouw te kijken.

In Marseille kregen relschoppers dan weer de deuren van het stadhuis open. De materiële schade bleef daar uiteindelijk relatief beperkt, maar burgemeester Benoît Payan eiste achteraf uitleg over de organisatie van de openbare orde. Hij wilde weten hoe mensen ongestraft het gebouw konden binnendringen en vernielingen konden aanrichten. En precies daar zit het politieke probleem voor Macron.

Dat een president geweld veroordeelt, is zijn job. Niemand verwacht dat hij na een brandend stadhuis verklaart dat hij de avond eigenlijk best geslaagd vond. Maar wanneer de Franse staat er op verschillende plaatsen niet in slaagt openbare gebouwen en handelszaken te beschermen, volstaat uiteindelijk niet meer alleen de boodschap dat geweld tegen de regels is. Dan komt automatisch de volgende vraag: wie gaat ervoor zorgen dat die regels ook nog iets betekenen?

Extreemlinks krijgt nu zelf de vinger

Dat maakt ook de reactie van de Franse regering interessant. Jarenlang werd bij rellen en zware straatonrust gediscussieerd over de vraag wie precies achter het geweld zat, of het politiek was, sociaal protest, opportunistisch vandalisme of een combinatie van alles. Ook zaterdag was lang niet iedere betoger een relschopper en niet iedere relschopper noodzakelijk een ideologisch geschoolde revolutionair. Maar minister Nuñez wees deze keer zelf nadrukkelijk naar de ultragauche voor een deel van de gewelddadige acties.

Dat is niet onbelangrijk. De discussie gaat daardoor niet alleen meer over politie versus demonstranten, maar ook over de vraag hoeveel ruimte een democratie kan laten aan groepen die een politieke betoging gebruiken om instellingen, politieposten of winkels aan te vallen.

Macron zei eerder dit jaar al dat geen enkele beweging die geweld gebruikt of legitimeert een plaats heeft binnen de Republiek. Hij voegde daar toen expliciet aan toe dat extreemlinks “zijn huiswerk moet doen”, al benadrukte hij tegelijk dat hetzelfde geldt voor gewelddadige groepen aan de uiterste rechterzijde. Dat klinkt principieel uitstekend. Alleen heeft Frankrijk inmiddels iets meer nodig dan principes.

Frankrijk heeft stilaan een gezagsprobleem

Misschien is dat uiteindelijk het meest verontrustende aan de beelden van zaterdag. Niet dat Frankrijk morgen instort en ook niet dat iedere demonstratie tegenwoordig eindigt met een brandend gemeentehuis. Dat zou onzin zijn. Wel dat de drempel om geweld tegen de staat, politie, winkels of openbare gebouwen te gebruiken opvallend laag lijkt geworden. Wanneer een groep relschoppers denkt dat het best een haalbaar plan is om tijdens een demonstratie even het stadhuis binnen te stormen, heb je niet alleen een probleem met die relschoppers. Dan heb je ook een probleem met de perceptie van gezag.

En dat is voor Macron veel moeilijker op te lossen dan een kapotte etalage. Een raam vervang je. Een deur van een stadhuis kun je steviger maken. Een uitgebrand gebouw kun je uiteindelijk restaureren. Het vertrouwen dat de staat de orde nog kan afdwingen, herstel je niet met een ploeg stukadoors.

Macron heeft alvast één ding duidelijk gemaakt: geweld hoort niet thuis in de Franse Republiek. Nu Frankrijk nog overtuigen.

Reacties

Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken