Vijf gevangenen op amper twaalf vierkante meter. Vier van hen verblijven illegaal in ons land. Het was een van de beelden die bleef hangen na de Pano-reportage vanuit de gevangenis van Mechelen. Volgens de cijfers die in de reportage worden genoemd, zou zelfs 41 procent van de gedetineerden daar illegaal in België verblijven. Tegelijk kreunt onze gevangenisinfrastructuur onder de overbevolking. De voor de hand liggende vraag klinkt dan bijna té eenvoudig: waarom sturen we die mensen niet terug naar hun land van herkomst? Het antwoord is een stuk ingewikkelder.
Wie woensdagavond naar Pano keek, kreeg niet meteen reclame voor een carrière bij het Belgische gevangeniswezen voorgeschoteld. Tien dagen lang verbleef de VRT-redactie in de gevangenis van Mechelen en wat daar werd gefilmd, oogde bij momenten meer als crisisbeheer dan als detentie.
Drugs blijken er overal te zijn. Coke, ketamine, amfetamines en cannabis kunnen volgens gedetineerden relatief eenvoudig worden geregeld. Een gevangene beweerde zelfs dat er binnen de gevangenismuren meer drugs circuleren dan erbuiten. Dat is natuurlijk zijn indruk, geen statistiek, maar de officiële cijfers zijn al weinig geruststellend: volgens het Gevangeniswezen gebruikt ongeveer één op de drie gedetineerden tijdens zijn detentie drugs.
De manier waarop die drugs binnenkomen, toont meteen waarom het probleem zo moeilijk onder controle te krijgen is. Ze worden binnengesmokkeld tijdens bezoek, meegebracht na een uitgangsvergunning of gewoon over de gevangenismuur gegooid. In Mechelen gebeurt dat laatste soms met tennisballen, tot twaalf keer per maand. In de reportage wordt zelfs een bezoekster gevolgd die via een zakje chips drugs probeert binnen te krijgen. Na controle wordt bij de betrokken gedetineerde meer dan vijftien gram vermoedelijke coke, speed en cannabis gevonden.
Vijf mannen op twaalf vierkante meter
Maar tussen al die drugs, tennisballen en fouilles zat een ander beeld dat minstens zoveel vragen oproept. In één cel zaten bijvoorbeeld vijf mannen opgesloten op amper twaalf vierkante meter. Vier van hen zouden illegaal in België verblijven. Volgens de cijfers die in Pano worden aangehaald, gaat het in de gevangenis van Mechelen in totaal om 41 procent van de gedetineerden.
Dat cijfer doet bijna automatisch een rekensom ontstaan. Belgische gevangenissen zitten overvol. Een groot aantal gevangenen heeft geen wettig verblijf. Stuur die mensen terug naar hun land van herkomst en er komen honderden gevangenisplaatsen vrij.
Was politiek maar zo eenvoudig. Een bevel om het grondgebied te verlaten is namelijk nog geen vliegticket. Om iemand daadwerkelijk terug te sturen, moet onder meer duidelijk zijn naar welk land hij kan worden verwijderd, moet zijn identiteit voldoende vaststaan en moet het betrokken land bereid zijn hem terug te nemen. En precies dat laatste kan een bijzonder groot obstakel worden.
Een land kan weigeren reisdocumenten af te leveren, de nationaliteit van iemand betwisten of eenvoudigweg bijzonder weinig haast maken met de administratieve procedure. België kan moeilijk een vliegtuig laten landen, iemand op de tarmac zetten en tegen de lokale autoriteiten zeggen: trek je plan er mee.
Daar komen nog juridische beperkingen bovenop. België mag iemand bijvoorbeeld niet zomaar terugsturen naar een land waar hij een reëel risico loopt op foltering of onmenselijke behandeling. Ook lopende verblijfs- of asielprocedures en individuele juridische omstandigheden kunnen een verwijdering vertragen of verhinderen. En dus ontstaat een merkwaardige situatie: iemand kan geen recht hebben om in België te verblijven, terwijl België hem in de praktijk toch niet onmiddellijk het land uit krijgt.
Ondertussen slapen gevangenen op elkaar
Dat zou al een administratief probleem zijn wanneer onze gevangenissen plaats genoeg hadden. Die luxe hebben we alleen niet. De reportage uit Mechelen laat zien wat overbevolking concreet betekent. Veel gedetineerden zitten dicht op elkaar, terwijl een groot deel kampt met verslavings- of psychische problemen. Volgens gevangenisexpert Alain Blancke maakt precies die combinatie de problemen erger: frustratie, agressie en geweld nemen toe en het personeel krijgt steeds minder mogelijkheden om de situatie onder controle te houden.
In sommige gevangenissen is de personeelsbezetting ronduit nijpend. Blancke haalt het voorbeeld aan van het arresthuis in Ieper, waar soms amper zes cipiers aanwezig zijn voor een afdeling met zestig gedetineerden. Een cipier in Pano vertelt dat het personeel soms weet dat ergens drugs aanwezig zijn in een cel, maar simpelweg niet genoeg mensen heeft om in te grijpen.
Daar begint de vicieuze cirkel. Meer gevangenen betekent minder controle per gevangene. Minder controle maakt drugshandel eenvoudiger. Drugs zorgen voor schulden, intimidatie, agressie en gezondheidsproblemen. Daardoor heeft het personeel nog meer werk en blijft er minder tijd over voor begeleiding en re-integratie.
Je kunt vervolgens nog hogere muren bouwen, extra drugshonden inzetten en netten boven de binnenkoer hangen, maar volgens de mensen die dagelijks in het gevangeniswezen werken, blijft dat dweilen met de kraan open. Blancke noemt de strijd tegen drugs zelfs “vechten tegen de bierkaai”.
Waarom sluiten we hen dan hier op?
Daar zit nog een tweede vraag achter. Wanneer iemand zonder wettig verblijf in België een misdrijf pleegt en hier tot een gevangenisstraf wordt veroordeeld, betekent zijn illegale verblijfsstatus natuurlijk niet dat we de straf gewoon kunnen vergeten. Terugkeer en strafuitvoering zijn twee verschillende zaken.
Er bestaan mogelijkheden waarbij veroordeelden hun straf in hun land van herkomst kunnen uitzitten, maar ook daarvoor zijn procedures, afspraken en medewerking van andere landen nodig. Bovendien kun je niet iedere gevangene zonder meer midden in zijn straf op een vliegtuig zetten. België blijft gebonden aan strafrechtelijke en internationale regels.
Dat maakt de politieke slogan “criminelen zonder papieren? Meteen terugsturen” een stuk eenvoudiger dan de uitvoering ervan. Maar het omgekeerde is evenmin een bevredigend antwoord. Wanneer een aanzienlijk deel van de gevangenispopulatie geen wettig verblijf heeft, terwijl mensen ondertussen met vijf in een cel van elf vierkante meter worden gestopt, mag je van de overheid verwachten dat ze minstens probeert zoveel mogelijk veroordeelden die daarvoor in aanmerking komen daadwerkelijk te laten terugkeren of hun straf elders te laten uitvoeren.
Het drugsprobleem begint dus niet bij de tennisbal
Dat is misschien de opvallendste conclusie na Pano. Op het scherm zie je drugs in zakjes chips, met drugs gevulde tennisballen die over muren vliegen en cipiers die nauwelijks tegen de stroom kunnen blijven vechten. Het ligt voor de hand om vervolgens te discussiëren over meer controles, hogere muren, scanners en strengere fouilles.
Maar de mensen uit het gevangeniswezen wijzen zelf voortdurend naar hetzelfde probleem: overbevolking. Zolang die niet wordt aangepakt, blijft het bijzonder moeilijk om gedetineerden te controleren, behandelen en begeleiden. Blancke zegt het zonder veel omwegen: “Zolang we die overbevolking niet aanpakken, gaat het niet lukken.”
En dan wordt die 41 procent plots meer dan een opvallend cijfer uit een televisiereportage.
Het betekent niet dat je morgen 41 procent van de gevangenis van Mechelen kunt leegmaken door een vliegtuig te vullen. Zo werkt een rechtsstaat niet en zo werkt internationale terugkeer al helemaal niet. Maar het maakt wel een ongemakkelijke vraag onvermijdelijk. Als België zijn gevangenissen nauwelijks nog beheersbaar krijgt en een aanzienlijk deel van de mensen achter de tralies hier niet legaal mag verblijven, hoeveel capaciteit verliezen we dan omdat ons terugkeerbeleid in de praktijk vastloopt?
Want vijf mensen in een cel van elf vierkante meter stoppen en daarna verbaasd vaststellen dat drugs, agressie en intimidatie moeilijk onder controle te krijgen zijn, begint stilaan ook op een beleid te lijken.