Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

AI pakt misschien niet je job, maar wel je opslag

Stefan Lambrechts - 14-10-2026

Pixabay

We stellen over artificiële intelligentie meestal dezelfde vraag: hoeveel jobs gaat AI afpakken? Maar misschien kijken we daarmee te ver vooruit. Volgens Philip Lane, hoofdeconoom van de Europese Centrale Bank, kan AI werknemers namelijk al raken lang vóór hun job verdwijnt. Als bedrijven minder mensen nodig denken te hebben en voorzichtiger worden met aanwerven, wordt het voor werknemers moeilijker om van job te veranderen en verzwakt hun positie aan de onderhandelingstafel. Je hoeft dus niet door AI ontslagen te worden om AI in je portefeuille te voelen.

Wie opslag wil, beschikt uiteindelijk over een bijzonder eenvoudig wapen: de mogelijkheid om ergens anders te gaan werken. Als jouw baas weet dat drie andere bedrijven iemand met jouw profiel zoeken, sta je behoorlijk sterk wanneer je om honderd of tweehonderd euro per maand extra vraagt. Zegt hij nee, dan kun je tenslotte eens gaan luisteren bij de buren of de concullega’s.

Maar wat gebeurt er wanneer die buren minder mensen zoeken omdat ze verwachten een deel van het werk binnenkort met artificiële intelligentie te kunnen uitvoeren? Daar waarschuwde Philip Lane dinsdag voor tijdens een internationale AI-top in Dublin. Lane is niet de zoveelste technologiegoeroe die voorspelt dat we over vijf jaar allemaal thuis zitten terwijl een chatbot ons werk doet. Hij is hoofdeconoom en directielid van de Europese Centrale Bank, en kijkt dus vooral naar wat AI kan betekenen voor werkgelegenheid, lonen, inflatie en de Europese economie.

Zijn opmerkelijkste boodschap: AI hoeft helemaal geen massale ontslaggolf te veroorzaken om de machtsverhouding tussen werknemers en werkgevers te veranderen.

De ECB ziet momenteel nog geen grote verandering in de totale werkgelegenheid in de eurozone. Wel merkt Lane dat bedrijven terughoudender zijn geworden met hun aanwervingsplannen, iets wat vooral pas afgestudeerden kan treffen. En dan komt het interessante gedeelte. Volgens Lane kan het vooruitzicht dat AI bepaalde soorten werknemers of taken kan vervangen de onderhandelingsmacht van werknemers verzwakken. Het gevolg daarvan zou een gematigder loongroei kunnen zijn en uiteindelijk zelfs een kleiner aandeel van arbeid in het totale inkomen. Vrij vertaald: misschien hoeft je baas je helemaal niet door ChatGPT te vervangen. Het kan al voldoende zijn dat jij weet dat hij bepaalde taken voortaan zonder jou kan laten uitvoeren.

De arbeidsmarkt is ook gewoon een markt

Dat klinkt theoretischer dan het is. Stel dat een bedrijf vijf mensen nodig heeft om een bepaalde administratieve afdeling draaiende te houden. Eén daarvan gaat op pensioen en vroeger moest er dan zo snel mogelijk een vacacture online. Als AI er ondertussen voor zorgt dat dezelfde hoeveelheid werk eigenlijk ook met vier mensen kan worden gedaan, dan zou die vacature weleens overbodig kunnen zijn.

Niemand is ontslagen. Er is geen robot met een kartonnen doos aan het bureau van werknemer vijf verschenen en in de statistieken zie je geen spectaculaire golf van werkloosheid.

Maar toch is er iets veranderd. Er bestaat één vacature minder waarop iemand anders had kunnen solliciteren. Daardoor wordt van werkgever veranderen iets moeilijker en heeft de werknemer die bij zijn huidige baas om opslag vraagt iets minder macht. Niet omdat die baas noodzakelijk dreigt met AI, maar omdat het alternatief voor de werknemer minder aantrekkelijk wordt.

Precies daarom kijkt de ECB niet alleen naar ontslagen, maar ook naar aanwervingen. Meer dan de helft van de werknemers in de eurozone gebruikt volgens recente ECB-enquêtes inmiddels AI op het werk. In 2024 was dat nog ongeveer een kwart. Werknemers melden daarbij aanzienlijke tijdwinst, al is die voorlopig sterk geconcentreerd in bepaalde sectoren en taken, zoals programmeren.

Bedrijven investeren er ondertussen stevig in. Volgens de ECB zou ongeveer tien procent van de bedrijfsinvesteringen in de eurozone dit jaar naar AI gaan. De technologie zit dus al veel dieper in onze economie dan het aantal spectaculaire ontslagberichten doet vermoeden.

Wie wordt er het eerst geraakt?

Daarbij is niet iedere werknemer even kwetsbaar. Een loodgieter zal voorlopig weinig wakker liggen van een taalmodel dat uitstekend offertes kan schrijven. Het lek onder je bad blijft koppig weigeren zichzelf digitaal te laten herstellen. Voor grafisch ontwerpers, programmeurs, administratieve medewerkers en bepaalde andere kennisberoepen ligt dat anders: een groter deel van hun taken kan door AI worden uitgevoerd of versneld.

Onderzoek van de ECB naar de Amerikaanse arbeidsmarkt laat zien waarom economen daar aandachtig naar kijken. Tussen 2019 en 2025 daalde de werkgelegenheid in Amerikaanse beroepen met een hoog risico op vervanging door AI gemiddeld met meer dan vier procent. In beroepen met een laag vervangingsrisico steeg ze juist met dertien procent.

Wanneer de ECB rekening houdt met andere verschillen tussen sectoren, blijft er een opvallende kloof bestaan: banen met een hoog risico op AI-vervanging groeiden over die periode ongeveer vijftien procentpunten minder sterk dan banen met een laag risico.

Vooral bij jongere werknemers en starters zijn er aanwijzingen dat de gevolgen eerder zichtbaar kunnen worden. En dat is logisch. Een bedrijf hoeft een ervaren werknemer niet noodzakelijk buiten te gooien als AI een deel van zijn taken overneemt. Het kan simpelweg beslissen om de junior die vroeger naast hem zou komen zitten niet meer aan te nemen.

Maar verdient iedereen daardoor nu al minder?

Nee. Dat is een belangrijke nuance, want de uitspraak van Lane is een waarschuwing over een mogelijk mechanisme en geen bewijs dat AI vandaag al massaal Europese lonen naar beneden duwt. De ECB heeft in haar onderzoek naar de Verenigde Staten voorlopig geen significant verschil gevonden in de loongroei tussen beroepen die sterk en weinig aan AI-vervanging zijn blootgesteld. Ook voor Europa is het volgens de centrale bank nog te vroeg om harde conclusies te trekken over de gevolgen voor werkgelegenheid en lonen.

Sterker nog: bedrijven die AI intensief gebruiken, blijken tijdens deze overgangsfase gemiddeld niet noodzakelijk minder mensen aan te nemen. Het hangt sterk af van wat ze ermee doen. Bedrijven die AI inzetten voor onderzoek, innovatie en nieuwe producten nemen volgens ECB-onderzoek vaker extra personeel aan. Bedrijven die AI vooral gebruiken om arbeidskosten te verminderen, schrappen juist vaker banen.

AI kan dus tegelijk jobs creëren én jobs doen verdwijnen. De vraag is vooral waar, voor wie en tegen welke snelheid.

Goed nieuws voor je baas, iets ingewikkelder voor jou

Daar zit uiteindelijk ook het economische gevecht achter de hele AI-revolutie. Als een werknemer dankzij AI in acht uur kan doen waar hij vroeger tien uur voor nodig had, stijgt zijn productiviteit. In theorie is dat prachtig nieuws: bedrijven produceren meer, economische groei kan toenemen en uiteindelijk kan ook onze levensstandaard stijgen.

Maar dan komt de vraag die economen al sinds de uitvinding van de stoommachine bezighoudt: wie krijgt de opbrengst van die hogere productiviteit? Als een werknemer dankzij AI twee keer zoveel werk verricht en zijn loon stijgt mee, hebben werknemer én werkgever gewonnen. Als diezelfde werknemer twee keer zoveel produceert terwijl zijn loon nauwelijks beweegt, ligt het grootste voordeel ergens anders.

Lane wijst daarom expliciet op de mogelijkheid dat AI niet alleen de loongroei kan afremmen, maar ook het aandeel van arbeid in het totale inkomen kan verkleinen. Met andere woorden: een groter deel van de economische koek kan bij kapitaal en bedrijven terechtkomen en een kleiner deel bij werknemers.

Dat is geen zekerheid, maar het verklaart wel waarom de ECB zich plots bezighoudt met een technologie die op het eerste gezicht weinig met rentevoeten te maken heeft.

En dan is er nog een vreemde tegenstelling

Europa loopt op verschillende vlakken achter in de wereldwijde AI-race. Amerikaanse werknemers besteden volgens de ECB twee tot drie keer zoveel van hun werkweek aan AI als werknemers in de grootste economieën van de eurozone. De Verenigde Staten en China domineren bovendien de ontwikkeling van de meest geavanceerde modellen. Europa wil die achterstand dus dringend inhalen.

Tegelijk kan precies die snellere invoering de arbeidsmarkt door elkaar schudden. AI kan de Europese productiviteit verhogen, helpen om de gevolgen van onze vergrijzende bevolking op te vangen en bedrijven competitiever maken. Volgens ECB-schattingen kan brede en snelle invoering van AI de jaarlijkse productiviteitsgroei in de eurozone het komende decennium met ongeveer 0,3 tot 0,4 procentpunt verhogen.

Economisch is dat bijzonder aantrekkelijk, maar voor individuele werknemers kan dezelfde ontwikkeling een stuk dubbelzinniger zijn. Want misschien komt de eerste grote verandering door AI niet op de dag dat je baas zegt dat een computer je job overneemt. Misschien merk je het eerder wanneer een collega vertrekt en niet wordt vervangen, wanneer er minder vacatures verschijnen, wanneer jonge afgestudeerden moeilijker binnenraken of wanneer je tijdens je volgende loononderhandeling beseft dat opslag krijgen minder eenvoudig is dan twee jaar geleden.

De robot hoeft dus niet eens op jouw stoel te gaan zitten: het volstaat misschien dat er dankzij hem minder stoelen zijn.

Reacties

Resterende karakters 500
Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken