Een opleiding van één dag in Boston kostte ruim 10.000 euro, een hotelverblijf in Davos meer dan 20.000 euro en drie vliegtickets naar Japan 14.318 euro. De Vlaamse overheid heeft sinds het begin van de legislatuur ongeveer 5 miljoen euro uitgegeven aan buitenlandse dienstreizen. Aan de Waalse kant van het land kostte een missie naar Canada ruim 440.000 euro. De gewone burger voelt intussen besparingen aan dienstencheques, kinderbijslag en pensioenen; de politieke klasse blijft ondertussen de wereld rondreizen met een indrukwekkend gevoel voor prioriteiten.
De Vlaming mag rekenen, schrappen en slikken. Dienstencheques worden duurder, gezinnen voelen maatregelen in hun portemonnee en de overheid hamert op budgettaire discipline. Intussen vliegt de politieke klasse de wereld rond, verblijft ze in prijzige hotels en trekt ze met medewerkers naar congressen, handelsmissies en internationale bijeenkomsten. Dat die reizen soms nuttig zijn, valt niet uit te sluiten. Of elke factuur ook de beste besteding van belastinggeld is, is een andere kwestie.
Sinds het begin van de Vlaamse legislatuur in 2024 werd ongeveer 5 miljoen euro uitgegeven aan buitenlandse dienstreizen. Meer dan 3 miljoen euro daarvan ging naar ministers en hun kabinetten, blijkt uit cijfers die in het Vlaams Parlement werden besproken. En de legislatuur is natuurlijk nog lang niet voorbij.
Harvard voor één dag, de factuur voor iedereen
Sommige voorbeelden spreken tot de verbeelding. Een directeur van Digitaal Vlaanderen vloog in april 2026 businessclass naar Boston voor een eendaagse opleiding aan Harvard Business School. De vlucht kostte 9.511 euro; met het hotel erbij liep het totaal op tot 10.269 euro. Drie medewerkers van het Agentschap Integratie en Inburgering trokken in maart 2025 naar Washington: 9.346 euro.
Toerisme Vlaanderen stuurde een consultant naar Las Vegas voor een inspiratiereis rond technologie. Kosten voor reis en verblijf: ongeveer 2.000 euro. Wat die reis concreet opleverde, is niet meteen duidelijk.
Ook op het hoogste politieke niveau lopen de bedragen op. Minister-president Matthias Diependaele combineerde in januari 2025 een bezoek aan farmabedrijf Novartis in Basel met het World Economic Forum in Davos. De hotelkosten bedroegen 20.552 euro, de totale reis 43.680 euro. Zuhal Demir trok met een tiental medewerkers twee nachten naar Londen voor 7.168 euro. Voor een congres over wereldhavens in het Japanse Kobe kostte het vervoer van Annick De Ridder en twee medewerkers 14.318 euro.
Dat zijn niet automatisch nutteloze reizen. Internationale contacten, export en investeringen zijn belangrijk voor Vlaanderen. De overheid wijst er bovendien op dat ongeveer één op de drie Vlaamse jobs verbonden is met export. Alleen volstaat die algemene redenering niet om elke afzonderlijke uitgave te verantwoorden. Welke contracten, investeringen of andere meetbare resultaten leverde een reis op? Een foto met een CEO of een badge van Davos is nog geen economische return.
Van Vlaanderen tot Canada: de delegatie groeit mee
Aan Franstalige kant lopen de bedragen nog hoger op. De Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest kregen kritiek na een missie naar Canada onder leiding van minister-president Elisabeth Degryse. Volgens berichtgeving van The Brussels Times kostte die reis 441.000 euro, waarvan 303.000 euro door de Franse Gemeenschap en 138.000 euro door het Waalse Gewest werd betaald. Degryse verdedigde de missie en wees op de internationale contacten en de mogelijke opbrengsten.
Het debat gaat dus niet over een algemeen verbod op buitenlandse reizen. Het gaat over de omvang van delegaties, de transparantie van de kosten en de vraag of de resultaten opwegen tegen de rekening. In de Franse Gemeenschap werd een voorstel om de kosten van ministeriële reizen vooraf en achteraf systematischer bekend te maken door de meerderheid weggestemd. Moeten we daar een tekening bij maken?
Zes regeringen, zeven parlementen
België maakt het zichzelf bestuurlijk niet eenvoudig. Ons land kent zes regeringen en zeven parlementen, verspreid over verschillende bestuursniveaus. Een studie van UCLouvain becijferde dat we 31.806 politieke mandatarissen hebben, van het nationale niveau tot provincies en gemeenten. Daar komen kabinetten, administraties, adviesorganen en andere instellingen bij.
Die structuur heeft historische en institutionele verklaringen, maar het is een gigantisch aantal voor een land dat een zakdoek groot is. Elke bestuurslaag heeft haar eigen prioriteiten, personeel en werkingsmiddelen. De optelsom verdient minstens evenveel aandacht als de besparingen die afzonderlijke regeringen aankondigen.
Op federaal niveau werd besparing op kabinetten beloofd. Weet je nog? Minister Vincent Van Peteghem kondigde in februari 2025 een vermindering van de kosten van ministeriële kabinetten met 30 procent aan, goed voor een beoogde besparing van 21 miljoen euro. Dat was een aangekondigde doelstelling, geen bewijs dat het volledige bedrag ook daadwerkelijk werd gerealiseerd. We wachten nog op controleerbare cijfers.
Onwettig is niet hetzelfde als onverantwoord
Wie spreekt over ongeoorloofde uitgaven, moet bewijzen dat regels zijn overtreden. De hoge bedragen die nu bekend zijn, bewijzen op zichzelf geen onwettigheid. Ze roepen wel legitieme vragen op over soberheid, nut en controle. Als de overheid burgers vraagt offers te brengen, mag ze verwachten dat belastingbetalers willen weten wat hun geld oplevert.
Een buitenlandse missie kan perfect verantwoord zijn. Dan hoort daar ook een transparante afrekening bij: wie ging mee, waarom was dat nodig, hoeveel kostte het en wat kwam eruit voort? Geen enkele minister hoeft op een luchtmatras in een jeugdherberg te slapen. Businessclass, dure hotels en grote delegaties mogen alleen geen vanzelfsprekendheid worden waarvoor achteraf een vaag verhaal over netwerking volstaat.
De burger moet zijn facturen betalen en wennen aan hogere kosten. De politieke klasse mag dan op zijn minst dezelfde reflex tonen. Wie de broeksriem van de burger aantrekt, moet eerst controleren of die van zichzelf niet wat losser zit.
(Foto: Didier Lebrun / Photonews)